Van een onzer verslaggevers AMSTERDAM - Uit de voortuin van Villa Omval klinkt ditmaal geen ruige punk, maar beschaafd klassiek. Vuurspuwers en jongleurs vertonen hun kunsten in het flakkerend licht van tuinfakkels. Op de witte muur worden dia's geprojecteerd van de Berlijnse krakersstrijd, én van de Omvalkrakers zelf natuurlijk, strijdend op hun landtong achter het Amstelstation tegen het grootkapitaal. Even is de verbeelding weer aan de macht.
Maar weinig Amsterdammers zijn er getuige van. Niet meer dan honderd mensen drommen tegen negenen 's avonds bij enkele vuurtonnen samen. De meesten zijn zelf kraker, de rest woont in de omgeving. Voor steun aan een kraakpand krijg je Amsterdammers hun deur niet meer uit.
“Dat de overheid toestaat dat dit laatste getuigenis van de historie van dit gebied gesloopt gaat worden!”, roept een boze Vincent de Jong door de microfoon. Sinds een jaar is hij voorzitter van de Vrienden en Vriendinnen van Villa Omval, een allegaartje van monumentenliefhebbers, omwonenden en krakerssympathisanten. Vanmiddag doen ze een laatste poging de bulldozers en ME'ers te weren. Voor de Amsterdamse rechtbank kijken ze de projectontwikkelaar nog eenmaal recht in de ogen. Ze eisen een nieuw onderzoek naar de monumentale waarde van de voormalige directievilla van de firma Maschmeijer, ontworpen door Joseph Herman. Als de rechter hun gelijk geeft, is ontruiming voorlopig van de baan. Zo niet, dan staat de villa er volgende week niet meer. Dat laatste is het meest waarschijnlijk, zegt De Jong eerlijk.
Villa Omval had in betere tijden veel weg van Villa Kakelbont van Pippi Langkous. Maar sinds het ontruimingsbevel gekomen is, hebben de krakers het pand omgebouwd tot een fort aan de Amstel. De voordeur is gebarricadeerd met een op z'n kant gegooide sloopauto, waarop leesvoer voor aanstormde ME'ers, van een 50 km-bord tot het bordje Bouwverkeer. De tweede linie ter hoogte van het tuinhek is minstens zo vervaarlijk: grote houten wanden, gestut door grote stenen, houten palen, benzineblikken, fietsbanden en gevulde juten zakken. Erboven hangen een groene en oranje krakersvlag roerloos omlaag. Vanavond waait het niet, het is vriesstil.
Muis is 'verdrietig en kwaad tegelijk' over de ontruiming. Tweeëneenhalf jaar woont ze nu in Villa Omval, 'een gelukkige tijd'. Ze snapt niet dat de krakers plaats moeten maken voor een kantoorcomplex, terwijl de naburige Rembrandttoren nog steeds half leeg staat. De bewoners zijn niet alleen strijdvaardig, maar ook gespannen nu de ontruiming voor de deur staat, geeft ze toe. “We zijn op onze hoede. Je slaapt licht.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.