De auteur is wetenschappelijk medewerker van de Universiteit Utrecht en doet onderzoek naar rouw bij ouders van een overleden kind.
Hoewel wetenschappelijke modellen oorspronkelijk zijn bedoeld om rouwprocessen in kaart te brengen, dus te beschrijven, worden ze inderdaad helaas nog veel te vaak gebruikt als 'norm'. Ideeën over rouwprocessen zijn langzamerhand zo in onze samenleving ingeburgerd, dat iedereen meent te weten wat wel en niet 'normaal' is als je een dierbare verliest. Tot overmaat van ramp is alles wat niet aan deze normen voldoet niet alleen afwijkend, maar in de ogen van veel mensen bovendien verkeerd, met alle nadelige gevolgen vandien.
Dat is schrijnend, temeer omdat in de wetenschap de traditionele opvattingen over rouw steeds meer ter discussie staan. In de academische wereld ontstaat steeds meer erkenning voor het feit dat er grote verschillen zijn in de manier waarop mensen met een verlies omgaan. Het idee dat er voor een rouwproces een bepaalde tijd uitgetrokken moet worden, staat bijvoorbeeld duidelijk op de helling. Ook bij de verschillende fasen waaruit een rouwproces zou bestaan, worden steeds vaker kanttekeningen geplaatst. Het idee dat er stadia zijn die iedereen in dezelfde volgorde doorloopt, lijkt achterhaald. Met andere woorden: in wetenschappelijke kringen vraagt men zich steeds meer af of je wel kunt spreken van 'goede' of 'slechte' rouw, en wordt aandacht voor individuele verschillen in rouw steeds groter.
Ouders van een overleden kind lijken bij uitstek mensen bij wie rouwprocessen heel verschillend kunnen verlopen. Het verlies van een kind is een bijzonder ingrijpende gebeurtenis, niet te vergelijken met welk verlies dan ook. Het verdriet is vaak zo groot, dat ouders alles uit de kast moeten trekken om te overleven. Hierdoor kan de dood van een kind een breed scala aan reacties teweeg brengen. Diverse onderzoekers pleiten er dan ook voor traditionele modellen niet zonder meer toe te passen op de situatie van ouders die een kind hebben verloren.
Binnen de huidige wetenschapspraktijk is er dus gelukkig meer aandacht voor individuele verschillen dan Wolzak denkt. De modellen en begrippen die vroeger werden gebruikt om rouw te beschrijven staan steeds meer ter discussie. Laten we hopen dat alle nabestaanden op den duur van deze nieuwe ontwikkelingen de vruchten zullen plukken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.