*

 
dossier

Archief

'Nee, we zijn nog niet weg. Het is nog niet over!'

RUUD VAN HAASTRECHT − 25/01/97, 00:00

Met een slaapzak onder haar arm vertrok Esmeralda als 18-jarige naar Amsterdam om een woning te kraken. 'Dat zal wel niet zo'n vaart lopen', dachten haar ouders, 'die is na twee dagen wel weer thuis'. “Maar ik bleef.”

De jongerenorganisatie van de toenmalige PSP zette haar op het krakersspoor. Op weekeinden en in werkgroepen werd er flink over kraken gediscussieerd. Samen met vijf anderen durfde Esmeralda het wel aan. Hartje zomer kraakten ze een pand op de Spuistraat, waarna ze al snel verhuisden naar twee kraakpanden op de Nieuwezijds Kolk, op de plek waar nu het spiegelpaleis van architect Ben van Berkel staat. “Daar zijn we toen een woongroep geworden.”

Pa en ma hielden hun hart vast in die begintijd: dochterlief in die grote stad Amsterdam. Zou ze wel een woning kunnen vinden? En wandelen criminelen niet zomaar zo'n kraakpand binnen? Nu, zes jaar later, zijn ze eraan gewend. Al informeren ze nog geregeld wanneer Esmeralda nu eens 'normaal' gaat wonen, en of ze haar spullen komt ophalen die nog altijd thuis staan. “Dan begin ik weer het hele verhaal over ontruimingen, en dat ik het verhuizen per bakfiets moet doen.”

Ze zit op de tweezitsbank tegen de muur, éénhoog aan de Amstel. Als je uit het raam kijkt, zie je aan de overkant van het water de Stopera. De krakers hebben de vijand in het vizier. Tenminste zeven ontruimingen van Amsterdamse kraakpanden staan op stapel, waarvan Villa Omval bij de prestigieuze Rembrandttoren het bekendste is. Esmeralda (24) heeft er geen last van. Zij zit al drieëneenhalf jaar met drie andere kraaksters in een kraakpand in het centrum. Maar, relativeert ze die ogenschijnlijke rust, in theorie kan er elke dag een ontruimingsbevel op de deurmat ploffen en moet je er de volgende maand uit.

Rechtenstudente Geertje (21) woont hier wel, sinds een maand of wat. Daarvóór had ze onderdak in het bekende Haagse kraakpand De Blauwe Aanslag. Ze begon in een kraakpand in haar geboorteplaats Den Bosch. “M'n ouders waren in het begin heel erg tegen”, herinnert ze zich. “Die waren echt anti. Ze waren bang dat ik aan de drugs zou gaan en dachten dat ik niet goed voor mezelf zou zorgen. Geen enkel begrip hadden ze voor kraken. Ze kenden het alleen maar als 'het huis van een ander inpikken'. Dat is intussen veranderd. Ik heb ze ook een stukje opgevoed.”

Het maken van de foto kost de nodige tijd. Geertje wil niet herkend worden. Krakers worden wel eens in elkaar geslagen door neo-nazi's, legt Esmeralda uit, die helemaal niet op de foto wil. Extreem-rechts houdt plakboeken bij. Om diezelfde reden willen ze ook niet met hun echte voornaam in de krant.

Geertje rolde min of meer toevallig in de krakersbeweging. Ze wilde dolgraag op kamers. In Den Bosch zijn die zeldzaam en bovendien duur. Net op dat moment werd er een pand gekraakt in de binnenstad waarin de krakers een muziekpodium en een kroeg openden. Den Bosch is een kleine stad en elke week dezelfde kroeg met dezelfde gezichten gaat ook vervelen, dus in no time had Geertje de weg naar het kraakpand gevonden. “Zo kwam ik in aanraking met het idee kraken. Ik begon een beetje te begrijpen wat het inhield. Toen ben ik op een gegeven moment zelf naar een kraakpand gegaan en heb gevraagd of daar plek voor me was. Maar dat beviel me niet zo. Een woongroep waar mensen bewust voor elkaar kiezen, past beter bij mij. En dat was een kraakpand waar bewoners zeiden: 'kom maar binnen, kom maar binnen', zonder te kijken of iemand wel in de woongroep paste.”

In het pand dat ze daarop zelf met drie anderen kraakte, ging het stukken beter. “Je komt problemen tegen die je zelf moet oplossen: er moest een keuken in, het water moest worden aangesloten, je hebt elektriciteit nodig. Pure woonproblemen: Wie kan wat? Waar halen we het materiaal vandaan? En juist die problemen maakten dat de groep heel hecht werd, omdat je samen een oplossing moet vinden.”

Ze durft de stelling aan dat jongeren die gaan kraken meer op hun eigen benen leren staan dan degenen die gewoon een kamer huren en uiteindelijk een etage. “Bij een lekkage een loodgieter bellen op kosten van de huisbaas, dat kunnen wij niet. Wij lassen de leiding zelf dicht.” Al geeft ze toe dat het krakerswereldje ook iets veiligs heeft. “Het is inderdaad waar: er is een scene in Amsterdam. En als mensen eenmaal je kop kennen, sta je er niet meer alleen voor.”

Als je in een kraakpand woont, moet je wel links-radicale politieke opvattingen hebben. Anders word je vreemd aangekeken. “Als ik mij ineens heel erg ga profileren binnen de PvdA, zullen mensen me dat niet in dank afnemen”, denkt Esmeralda. Geertje ziet het probleem niet: “Als ik bij de VVD ga en ik ga daar linkse dingen verkondigen, word ik daar toch ook uitgestoten?!” Zij voelt zich vrij om te doen en te laten wat ze wil, ook al is ze kraakster. Ze fietst wel eens mee in de maandelijkse fietsdemonstratie van de autolozen tegen het oprukkende autoverkeer in de stad. “Maar dat betekent niet dat ik de auto laat staan, als ik daar gemakkelijker mee met vakantie kan.”

Afgelopen zaterdag liepen een stuk of vierhonderd krakers door de binnenstad, uit protest tegen de aanstaande ontruimingsgolf. De demonstratie bood een haast cliché autonome aanblik: punkkapsels, veel zwarte en groene kleding, zware schoenen, piercings. Moet je er als kraker nou per se zo bijlopen? “Nee”, zegt Geertje, die zelf piekerig oranjegeverfd haar heeft, een stuk of drie ringen door haar neus, zwarte kleren en grote zwarte schoenen aan. Esmeralda is daarentegen niet van een doorsneestudente te onderscheiden. Voor haar studie antropologie maakte ze een paar jaar geleden een scriptie over de ongeschreven regels binnen de kraakbeweging: omgangsvormen, taalgebruik, kleding. Ze keek zelf op van de conclusie: “Daar kwam uit, dat je als punkie met donkere kleding met politieke opschriften erop wel wat hoger werd ingeschat dan met een mantelpakje. Een mantelpakje wordt niet geaccepteerd.” “Andersom is dat ook het geval,” reageert Geertje. “Ik krijg op straat en in winkels ook reacties, omdat ik er anders bijloop.”

In een reactie op de krakersdemonstratie zei loco-burgemeester Edgar Peer dat kraken tegenwoordig alleen nog maar gebeurt om aan woonruimte te komen. De idealen zouden al lang zijn opgedoekt. Geertje zegt eerlijk dat, als ze destijds in Den Bosch een gewone kamer had kunnen krijgen, ze die had genomen. Maar ze was ook toen al bezig politiek bewust te worden. Uiteindelijk was ze dan ook kraakster geworden, denkt ze. Sinds ze kraakt is die manier van wonen steeds meer een 'principiële' keuze geworden. “Het gezamenlijke dat je hebt, dat hooggehouden wordt, je strijd tegen de overheid.”

“En ook je strijd voor sociale huisvesting”, vult Esmeralda aan. Zij ging kraken omdat ze met mensen wilde samenwonen die haar idealen delen en in praktijk brengen: vegetariër zijn, antimilitaristisch, antiseksistisch. “Ik wil gewoon niet wonen met iemand die vlees eet of die de ene na de andere seksistische opmerking maakt.”

Toch gaat ze niet nog eens kraken, als ze uit haar kraakpand wordt gezet. Dan trekt ze in een gewone huurwoning, zegt ze. “Ik wil geen energie meer steken in weer iets kraken. Ik wil gewoon andere dingen doen met m'n leven, mijn idealen op een andere manier proberen te verwezenlijken. En het wordt ook steeds moeilijker om te kraken. Wij hebben dan toevallig geluk, maar je zit als kraker zelden langer dan een jaar meer ergens, en overal zitten kraakwachten in.”

Geertje gaat wel weer kraken, als ze weg moet uit het huis aan de Amstel. “Zoals het er nu naar uitziet, gaan we met deze groep iets nieuws kraken. Het loopt gewoon goed op dit moment.” Al zal ook zij niet haar leven lang kraken. Moedeloos wordt ze niet van het fors aantal kraakpanden dat deze weken ontruimd wordt, en de andere krakers ook niet. Ze gaat recht overeind zitten en zegt: “Op een gegeven moment is dit achter de rug, worden er nieuwe panden gekraakt, komen er nieuwe mensen, en dan slaat de stemming wel weer om. Nee, we zijn nog niet weg. Het is nog niet over!”

mailIcon print |