*

 
dossier

Archief

De Zwitserse lijst

Door: redactie − 28/07/97, 00:00

De publicatie van de lijst slapende rekeningen bij Zwitserse banken bewijst vooral het gelijk van de Zwitserse historicus Bergier, die met een zevenhoofdige commissie een onderzoek instelt naar de rol van zijn vaderland ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. De Bundesrat had hem opgeroepen met 'feiten en slechts met feiten te komen'. Dat weigerde hij met de woorden: “Je vraagt een bakker toch ook niet om een pond meel op tafel te gooien”.

Zo is het. Feiten moeten gerangschikt en vooral ook geïnterpreteerd worden om ze op hun juiste merites te kunnen beoordelen. Wat zegt publicatie van zo'n lijst met namen anders, dan dat het een goede zaak is dat het uiteindelijk, zij het veel te laat, zover gekomen is? Hoe incompleet is de lijst? Om welke tegoeden gaat het en van wie? Wat hebben de banken gedaan en vooral ook nagelaten om ervoor te zorgen dat nabestaanden aanspraak konden maken op het hun toekomende?

De manier waarop het tot publicatie is gekomen, onder zware, internationale druk en nogal plompverloren, rijp en groen door elkaar heen, nazi's met hun slachtoffers, doen het ergste vermoeden. De Zwitsers hebben zich te lang en te hooghartig achter hun heilig verklaard bankgeheim verschuild als de onmisbare schakel in hun krampachtig hooggehouden reputatie van soliditeit en integriteit.

Maar uit andere aantijgingen over het verwerken van geroofd nazi-goud e.d., weten we inmiddels dat ook Zwitserland een oorlogsverleden heeft in de negatieve betekenis van het woord. Het is al te simpel Zwitserland aan de kaak te stellen als een land dat een centrale rol speelde in de financiering van Hitlers oorlogsmachinerie, zoals onlangs de Amerikaanse commissie-Eizenstat deed. Dat neemt niet weg dat ook Zwitserland de feiten onder ogen moet zien. Niet door ze als meel op tafel te gooien, maar door Bergier en zijn commissie royaal in de gelegenheid te stellen een verantwoord onderzoek te laten doen.

mailIcon print |