*

 
dossier

Archief

Een prijs uit mededogen

RUUD VERDONCK − 24/01/98, 00:00

Volgend jaar, dat staat al vast, wordt Erwin Krol de omroepman van het jaar. Reeds van harte voor ons permanente zachte briesje. De jury van het blad Broadcast Magazine zal hem uiteraard belonen omdat het weer Krols voorspelling wel erg vaak in de wielen rijdt. Zo vreemd is dat niet bij deze prijs. Want afgelopen maandag werd Joop van den Ende om een nog veel koddiger reden omroepman van het jaar: omdat hij zoveel kritiek te verduren heeft gekregen.

Het moest er, gezien Van den Endes activiteiten, hier en over de grenzen, natuurlijk een keer van komen. Als Van den Ende zegt gegriefd te zijn geweest (hoewel hij dat nogal snel is, omdat de Luxemburgse zendtijdhandelaar Freddy Thyes al eerder met die titel was gaan strijken), dan is hij terecht gegriefd geweest en misschien had hij daarom die prijs niet eens moeten willen hebben. En al helemaal niet met de smet die er nu weer aan kleeft.

Vorig jaar, nog in de kruitdampen van de mislukking van Sport 7, was het een slecht moment om de eer aan Joop van den Ende te gunnen. De prijs ging naar Fons van Westerloo van SBS 6 voor zijn pioniersarbeid op het gebied van de goede smaak op commerciële basis. Dit jaar was al een stuk beter getimed. Maar ook deze keer verknalde de jury de pret door Van den Ende de prijs vooral uit te reiken om “zo af te willen rekenen met het dédain dat in de journalistiek nog zo vaak wordt gehanteerd als het gaat om het grote amusement.” Een prijs dus uit mededogen; dat is werkelijk toch wel het allerlaatste wat Van den Ende als tv-maker heeft verdiend.

Als persoonlijke frustratie het wint van een vakkundig oog kun je de gekste dingen verwachten. En dus was het terecht en moedig dat Joop van den Ende zijn mede-genomineerde Gerard Hulshof, netmanager van Nederland 1, in zijn dankwoord betrok. Hulshof was alom getipt als belangrijkste kandidaat vanwege het feit dat hij van de producten van drie door de politiek en mediawatchers afgeschreven organisaties een tv-net had weten op te bouwen dat zich veel beter staande hield dan iemand een paar jaar terug voor mogelijk kon houden. Maar Nederland 1 heeft een relatief oud publiek en dat is voor adverteerders oninteressant, tot ze daar eindelijk ontdekken dat er buiten de 'boodschappers' van RTL 4 mogelijk nog andere interessante doelgroepen bestaan. Vandaar dat de jury hem bij zijn laatste kans, Hulshof gaat met pensioen, negeerde.

Van den Ende kreeg de titel. En niet eens alleen vanwege z'n programma's, maar omdat de jury dus vond dat de critici van Van den Ende maar eens afgestraft moesten worden. Met zo een overtuiging kun je bij Van den Ende al jarenlang op theevisite komen. Breek hem de bek niet open. Elk interview met Van den Ende barst van de klaagzangen over het gebrek aan erkenning van een zeker deel van de critici.

Maar hoe desastreus zou het eigenlijk voor de Nederlandse samenleving in het geheel en de firma Van den Ende in het bijzonder uitpakken als iedereen 'Goede tijden, slechte tijden' zou beoordelen als hoogstaand Nederlands drama, waarin verschrikkelijk goed wordt geacteerd, zodat sommigen bij een optreden van gast annex voetballer Richard Witschge het idee krijgen dat het eindelijk eens een beetje op toneelspelen gaat lijken? 'GTST' is een goudmijntje dat loopt als een trein en waarbij vergeleken andere soaps van Van den Ende in het niet verzinken.

In soaps, en in 'GTST' vooral, zapt de televisie zelf voor de kijker. Die krijgt een kettingbotsing van hemeltergende hedendaagse relatieproblemen in korte scènes aan elkaar geknoopt, als een verzameling Ster-spotjes zonder wasmiddel. Niemand heeft tijd een motief uit te leggen. Het is het dik geschilderde drama van 'en dan is er koffie', alleen dan elke avond een klein half uur lang. 'GTST' is een goudmijntje (hoewel de makers op elke kritiek roepen dat zij voor een appel en een ei moeten werken) en Van den Ende komt de eer toe dit genre op de Nederlandse tv geïntroduceerd, vorm gegeven en getemd te hebben en ook wel geconfisqueerd te hebben. Het is zakelijk en naar de kijkcijfers gemeten een succes.

Maar een toeschouwer moet vele wetten van het drama overboord gooien. Blijkens de kijkcijfers lukt dat bij 'Goede tijden, slechte tijden' beter dan bij 'Onderweg naar morgen' en 'Goudkust'. Puur vakmatig bekeken is het knap dat Van den Ende het daarmee weet vol te houden.

Alleen, Van den Ende wordt niet zozeer beoordeeld op hoe hij het maakt, als wel op wat hij maakt. En dan moet hij met zijn trots op 'zijn' Hamlet en 'zijn' musicals ook bij machte geraken kritiek op een deel van zijn werk te slikken. En bovendien, dat valt ook allemaal wel mee. Als je de populairste dagbladen van Nederland aan je voeten hebt, de populairste weekbladen per nummer tranen in hun ogen van je krijgen, als je weet dat het blad Broadcast met je mee weent, als je zelf op allerlei manieren bij machte bent om in je eigen programma's je eigen producten te promoten en van de schitterendste kritieken te voorzien, wat valt er dan nog te klagen over een zeker deel van de media dat nooit geïnteresseerd, laat staan onder de indruk zal raken van soaps, van 'Het spijt me' of van de 'Surpriseshow'? De kadetten van de bakker van de hoek zijn prima, maar een echte croissant zal hij nooit bakken, nou en? Je kunt je slechtere tegenstanders wensen dan 'de journalistiek', maar geen betere medestanders dan Henk van der Meyden, tenminste als in de eerste plaats de schoorsteen moet roken. En Van den Ende heeft in het verleden voldoende tegenslagen verstouwd om te weten waar het in de eerste plaats om gaat.

Maar er zijn diverse Joop van den Endes, die voortdurend met elkaar in de clinch liggen. Er is de charmeur, er is de opvliegende onderhandelaar, er is de sentimentele kleine man, er is het miskende culturele genie, er is de baas van het spul met z'n verantwoordelijkheid en er is het gedreven theaterdier dat erkenning eist. En soms lijkt het wel alsof er nog meer Van den Endes zijn.

Dat vecht allemaal met elkaar en dat kan nooit leiden tot één beeld zonder krassen.

De charmeur verzorgt glimlachend, trots en met kinderlijk plezier een rondleiding door z'n ShowbizCity. Er is de opvliegende onderhandelaar die zelfs z'n Luxemburgse opdrachtgevers in hun gezichten schoffeert. Er is de sentimentele kleine man, die weet dat hij in een zeepkistje is geboren en sinds enige tijd roept dat hij zijn motivatie haalt uit die keer toen hij nog gewoon handwerksman was en iemand op straat hem uitschold voor 'arbeider'. Hij is de baas die zelf op de studiovloer de puntjes op de i zet en dat ook doet als een echte baas, zo een uit de tijd van ver voor de oorlog toen er misschien wel eens iemand het woord 'arbeider' als scheldwoord tegen een voorbijganger benutte. Hij is het theaterdier dat steeds maar weer zegt dat het toneel toch het mooiste is. En hij wil vooral met al dat zogeheten groot amusement op de tv versleten worden voor een cultureel genie.

Zijn critici, herhaalt Van den Ende steeds maar, kijken eigenlijk neer op het gewone volk en op het amusement dat een gewone arbeider wil zien als hij 's avonds moe op de bank zakt. Maar de kritiek richt zich niet zozeer op wat die vermoeide ambachtsman wil zien, de kritiek richt zich op wat hij krijgt te zien. Als Van den Ende meent dat hij de lont is van een enorme explosie van creativiteit, dan valt daar helaas nogal eens wat op af te dingen, zaken die niet weggepoetst worden met een: maar vooruit, hij heeft ook 'Hamlet' gedaan. Zo werkt kritiek niet. Een schrijver wordt ook aan zijn beste boek herinnerd, behalve als hij een nieuw heeft geschreven.

Onderhand zou de VPRO maar eens aan z'n prominente lid Joop van den Ende te Aalsmeer, want hij is werkelijk niet van de straat in zijn tv-consumptiepatroon, moeten vragen om dat ene programma te maken waarover hij steeds roept en dat hem het definitieve bewijs zou leveren van zijn vakmanschap: enkele positieve kritieken. Ik kan het, roept Van den Ende al jaren, alleen niemand vraagt het van hem. Maar neem Ischa Meijer, zegt hij dan terug. Dat was tenslotte óók Aalsmeer. Klopt. Alleen, het is onzin om te zeggen dat het Van den Ende was die Ischa Meijer heeft gemáákt. Wat Ischa Meijer voor RTL 5 maakte, deed hij zonder Van den Ende al veel eerder ook voor het Humanistisch Verbond en elders. En als Meijer was afgerekend zoals Peter Jan Rens had hij het daar nog korter volgehouden.

Die treurige miskenning die Van den Ende aankleeft, is misschien wel de missing link met de grootsten uit het metier. Wie zoekt naar de verpersoonlijking van het tv-succes van de afgelopen twintig jaar, komt al heel snel bij Joop van den Ende terecht. Daar heeft hij hard voor gewerkt en misschien nog wel harder voor geknokt. Het is werkelijk ongepast om hem dan over heel 1997 te prijzen voor zijn soaps, maar af te rekenen op zijn zwakheid ten opzichte van een klein deel van de kritiek.

mailIcon print |