*

 
dossier

Archief

Koploze dikkop bestaat al lang

Door: redactie − 21/10/97, 00:00

Van onze wetenschapsredactie AMSTERDAM - Kikkers zonder kop zijn al meer dan tien jaar heel gewoon in Nederlandse laboratoria. Een menselijk embryo zonder hoofd ligt echter nog ver achter de horizon. Zoiets overstijgt het biologisch kunnen, zeggen deskundigen. Over de ethische kant kunnen ze kort zijn: een belachelijk idee waar de humane geneeskunde absoluut niet op zit te wachten.

Dit weekeinde meldden Britse wetenschappers dat ze erin waren geslaagd kikkerembryo's zonder kop te kweken. Dat opende de weg naar menselijke klonen zonder hoofd, voorspelden ze, en dat zou de mogelijkheden voor transplantaties geweldig vergroten.

Een van de grootste problemen van orgaantransplantaties, redeneerde professor J. Slack van de universiteit van Bath, is dat de ontvanger het donor-orgaan afstoot. Dit probleem wordt opgelost als van de ontvanger een kloon wordt gemaakt, een perfecte kopie - de kloontechniek haalde begin dit jaar de voorpagina's met Dolly, het gekloonde schaap. De gekloonde mens staat in de visie van Slack zijn orgaan af aan zijn zieke evenknie; er zijn nu geen afstotingsverschijnselen en de kloon wordt voor zijn diensten bedankt.

Dat is ethisch natuurlijk absoluut verantwoord en daarom kwam Slack met het lugubere idee om klonen zonder hoofd te gaan maken. Dat zijn geen mensen, dus daar speelt de ethische discussie ook niet. Met zijn ontdekking van koploze dondervisjes suggereerde hij de eerste stap in die richting te hebben gezet.

Dat laatste is in elk geval onzin. “Koploze kikkers zijn dagelijks werk voor ons”, zegt O. Destrée, staflid van het Hubrechtlaboratorium in Utrecht. Het wetenschappelijk instituut voor ontwikkelingsbiologie slaagde er al vijftien jaar geleden in koploze en tweekoppige kikkervisjes te maken. Dat wil zeggen, men was in staat de blauwdruk voor een nieuw kikkertje zo te ontregelen dat het dier geen of twee koppen kreeg.

Destrée: “Dat betekent dat het in principe ook mogelijk is om dat proces bij een mens te ontregelen. Het betekent echter niet dat die ontregeling op vergelijkbare wijze zal lukken.” Een mens is geen kikker, wil Destrée maar zeggen. De basisprincipes mogen dan hetzelfde zijn, de mechanismes verschillen behoorlijk en stellen hoge, technische eisen aan degene die eraan wil sleutelen. Destrée: “Slack doet daar erg gemakkelijk over. Dertig jaar geleden konden we kikkers klonen, redeneert hij, nu hebben we schaap Dolly. Nu hebben we ook een kikker zonder kop, dus zullen we binnen afzienbare tijd ook zoogdieren, en dus ook mensen zonder kop hebben. Zo snel zal het zeker niet gaan. Zelf denk ik dat het helemaal niet te doen is.”

Dr. R. Poelmann wist niet wat hij hoorde toen hij het nieuws via de radio vernam. Zoveel baarlijke nonsens achter elkaar. De embryoloog van de Rijksuniversiteit Leiden zet de bestaande kennis op een rij: “Van een fruitvliegje weten we dat het twee genen heeft, twee dragers van de erfelijke code, waarmee het in het prilste begin van zijn ontwikkeling bepaalt wat voor en achter is. Waar de kop moet komen en waar de staart. We vermoeden dat het bij kikkers en mensen vergelijkbaar werkt. Daarnaast zijn er bij mensen nog een hele reeks genen actief die de ontwikkeling van een hoofd sturen. Soms gaat dat mis: in het anatomisch museum hier staan wel Janus-koppen, embryo's met twee hoofden. Wat daar is misgegaan, is nog lang niet duidelijk.”

Laat staan hoe je dat proces in een onnatuurlijke richting kunt sturen. Poelmann kan een reeks obstakels noemen, maar houdt het bij één, volgens hem onoverkomelijk probleem: kikkervisjes komen uit het ei, een embryo ontwikkelt zich in de baarmoeder. Poelmann: “De kikkers leven op hun dooier, terwijl de menselijke embryo een placenta nodig heeft. Het nabootsen van een placenta is een maatje te groot voor de wetenschap. Ik heb het zelf wel eens met muizen geprobeerd, maar langer dan twee dagen hield ik die niet in leven.”

Als een bevruchte eicel zich gaat delen, ontstaan er eerst allemaal identieke cellen. Na een tijdje ontwikkelen de buitenste cellen zich tot de placenta en de binnenste tot een embryo. Pas dan wordt duidelijk welke cellen zich tot hoofd ontwikkelen. Een embryoloog die deze ontwikkeling wil afremmen, moet dus een flinke tijd de rol van de placenta overnemen. Poelmann: “Dat overstijgt het biologisch kunnen.”

Daarmee zijn voor de onderzoekers de ethische vragen eigenlijk al beantwoord: aan zo'n embryozak waarin hart, lever en nieren voor transplantiedoeleinden worden aangemaakt moet je niet beginnen. Wetenschappelijk fascisme werd het al genoemd: het scheppen van wezens die alleen maar bestaan om de dominante groep te dienen.

Destrée licht het nog wat toe. “Uiteindelijk moet je gaan sleutelen aan een bevruchte eicel. Aan een embryo dus. Het is namelijk niet mogelijk, ook bij kikkers niet, om een onbevruchte eicel zo te veranderen dat deze zich, na bevruchting, tot een koploos wezen ontwikkelt. Als je dan bedenkt waar in Nederland de ethische discussies over gaan: over sojabonen. Het ombouwen van een ongeboren mens bevindt zich totaal aan het andere eind van het spectrum.”

Poelmann begrijpt dat dergelijke berichten mensen angstig maakt: waar zijn die wetenschappers in vredesnaam mee bezig? “Voor een groot deel is die angst ongegrond, slechts gebaseerd op gebrek aan kennis. Deels ontstaat die angst ook omdat ontwikkelingen door wetenschappers en in de media opgeblazen worden. Twee dingen zijn in elk geval duidelijk. Het zal de komende tien jaar zeker niet lukken de stap van kikker naar mens te maken en in de humane geneeskunde zit niemand daar ook op te wachten.”

mailIcon print |