*

 
dossier

Archief

Rechter: voorkennis in Weweler-zaak bewezen

Door: redactie − 04/01/97, 00:00

Van onze redactie economie AMSTERDAM - De Amsterdamse rechtbank heeft de 37-jarige G. K. gisteren veroordeeld tot drie maanden voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van twee jaar wegens misbruik van voorkennis bij de handel in aandelen van de Apeldoornse bladerenfabrikant Weweler.

Het vonnis is het eerste succes van het openbaar ministerie sinds vorig jaar voormalig Begemann-topman Joep van den Nieuwenhuyzen door het Haagse hof voor hetzelfde delict werd vrijgesproken. Tot gisteren bleef het zeven jaar jonge delict in de Wet toezicht effectenverkeer staan zonder enige veroordeling.

De rechtbank, onder voorzitterschap van M. Mastboom, acht bewezen dat K. over voorkennis beschikte toen hij op 30 november en 1 december 1993 respectievelijk 2500 en 1000 certificaten van aandelen Weweler kocht. Op 1 december na beurs bleek dat Weweler een onverwachte gunstige deal had gesloten over de verkoop van een slechtlopende Franse dochter. Volgens de rechtbank was K. van dat gunstige en zeer koersgevoelige nieuws op de hoogte.

De transacties leverden K., in het dagelijks leven directeur van een reclamebureau dat Weweler als klant had, een winst op van ruim 32 000 gulden. Die winst moet K. aan de staat geven, daarnaast moet hij ook nog eens een boete van 25 000 gulden betalen. De rechtbank overtrof met die laatste uitspraak de eis van officier H. de Graaff. Die eiste naast de toegekende 3 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf slechts 10 000 gulden.

Mastboom verklaarde gisteren dat K. het vertrouwen van de beleggers in de werking van de beurs heeft geschokt. Beleggers moeten erop kunnen vertrouwen dat iedereen op de beurs gelijke kansen heeft. Een goede werking van de beurs is volgens Mastboom noodzakelijk omdat op die beurs bedrijven en overheden hun kapitaal aantrekken om hun economische activiteiten te kunnen financieren.

Volgens raadsman C. van Bavel is nog niet duidelijk of zijn cliƫnt in hoger beroep gaat. Dat het OM niet duidelijk kon maken hoe K. aan zijn voorkennis kwam, vond Van Bavel merkwaardig. Of dat een grond is voor een hoger beroep liet hij in het midden.

mailIcon print |