*

 
dossier

Archief

Nieuwe rijkdom

KEES BROERE − 05/09/97, 00:00

Ze stormen allemaal vooruit. Overal om hem heen springen de attributen van frisverworven Indiase rijkdom in het oog. De schouders eronder dus, aan de slag, laat zien wat je waard bent. De kansen die de ouders niet konden grijpen, liggen nu schier voor het oprapen. Je bent jong en je mist wat - maar niet lang meer: ook voor jou zal het geld rollen als een steenlawine na een aardbeving in de Himalaya.

Hij moet het vaak overdacht hebben, onze bovenbuur. Vanaf zijn balkon heeft hij de nieuwe nijverheid onder zich uitvoerig kunnen bestuderen. De bewoners van het huis naast het zijne hebben een derde auto gekocht en pikken nu zelfs zijn parkeerplekje in. Bij het gezin aan de overkant lijkt ieder inmiddels een eigen zaktelefoon te hebben, terwijl zijn eigen bakelieten toestel zelden rinkelt. En wat doen al die particuliere bewakers in de wijk?

Hij is nog piep. Of, nou ja, och - niet oud. Bijna veertig. Als het niet miezert, wandelt hij tegen het vallen van de avond een blokje om. Het fiere stokje dat hij dan bij zich draagt, schuift hij onder de linkeroksel, een beetje zoals paraderende militairen dat doen. Goed, hij is dan misschien wat uitgezakt, zo hier en daar; hij blubbert wat, zo links en rechts. Maar vet is ook een teken van welvaart, dus die winst heeft hij al op zak.

Met het werk, toegegeven, wilde het tot nu toe niet geweldig vlotten. Hij had een baan bij een 'befaamde multinational', maar toen hij wat minder vaak kwam opdagen, bleek niemand hem te missen. En toen hij zelf zei 'verlof' te hebben, bleek hij plots te zijn ontslagen. Zijn eigen schuld kan het niet zijn; zijn moeder is overtuigd van zijn grote talenten, en niemand kent hem beter dan zijn moeder.

Tegenwoordig is hij haar chauffeur, zeg maar. De ritjes met haar, voor het boodschapje op de markt, hebben nog niet de allure die hij ze graag zou geven. Ook dat ligt niet aan hem, maar aan de wagen, dat rammelende koektrommeltje, dat niet echt meer van deze tijd is. Hij droomt vaak van een Mercedes. Zo'n ding schijnt een hoop te kosten, maar wie eenmaal het stuur daarvan beet heeft, hoeft zich om de rest niet meer te bekommeren. Als hij nu gewoon eens begon met een Mercedes. Of in elk geval met iets groots. Wereldomvattends. Iets waarvan meteen duidelijk was dat niemand om hem en zijn toekomstige auto heen kan.

Voor de spiegel oefenend, wist hij hoe dat ging: “Weet je”, - nonchalant kijken nu, niet met de ogen knipperen! - “ik ben voornamelijk geïnteresseerd in import en export.” Zo, dat klonk als een klok. Geen man van futiliteitjes. Groots. Die parkeerplek zou spoedig weer de zijne zijn.

En nu? Maar natuurlijk, een briefhoofd! Misschien moest hij eens te rade gaan bij die Nederlander die onder hem woonde; die journalist, die zo vaak achter zijn computer zat, maar nu op de veranda een boek aan het lezen was. Onopvallend schoof hij met zijn stokje voorbij. Dik boek. Onbegrijpelijke taal. Hij las de omslag, wenste er verder niets van te snappen. 'Willem Elsschot, Lijmen.' Hm. Niets voor hem. Hij liep door. Briefhoofd, briefhoofd. Het woord zeurde bij elke stap.

'Mercedes Enterprises'? Nee, hij was geen autohandelaar. Wat eigenlijk wel? Bijna verstapte hij zich. Zo geconcentreerd als hij was op de naam van zijn bedrijf, zo weinig had hij nog nagedacht over de aard van zijn nieuwe werkzaamheden. Hij zou directeur zijn, maar waarvan? De goden schoten hem te hulp. Geniaal: hij zou de ontwerper worden van briefhoofden. Met al die nieuwe bedrijven die in de buurt geopend werden, was zijn kostje gekocht. Die mensen wilden natuurlijk allemaal hun eigen briefpapier. Hij zou hun dat leveren. Kassa.

Het stokje kietelde in zijn oksel, hij versnelde zijn pas. Vlak bij huis schoot hem zelfs de naam van zijn firma te binnen. Hij zag het helemaal voor zich, zijn moeder zou glunderen: 'Universal Enterprises'. De wereld lag aan zijn voeten. Boven kroop hij onmiddellijk achter de oude typemachine. Het ding sloeg herhaaldelijk vast, maar met wat extra balpenstrepen stond het er toch fraai op. Universal Enterprises. Hij wist ook al een adres voor zijn eerste offerte, de fax van de Nederlandse buurman zou uitkomst bieden. “Mag ik even?” Uiteraard. “De Algemene Werelddrukkerij is zeker boven?”, vroeg de Nederlander nog. Maar hij gaf geen antwoord.

mailIcon print |