WASHINGTON (ANP) - De producentenprijzen in de Verenigde Staten zijn het afgelopen jaar omlaag gegaan met 1,2 procent, de sterkste daling sinds 1986. Het cijfer geeft nieuw voedsel aan de onlangs opgelaaide discussie dat inflatie mogelijk omslaat in een nieuw gevaar: deflatie, een daling van de prijzen.
Zonder de sterk schommelende prijzen van energie en levensmiddelen ging de index van de prijzen die Amerikaanse producenten in rekening brengen (aan de groothandel) vorig jaar met 0,1 procent omhoog. Dat mag een stijging zijn, het is wel de geringste die ooit werd gemeten.
Amerikaanse economen worstelen al geruime tijd met de vraag wat er nu eigenlijk aan de hand is in de VS en vooral: waarom. Het Amerikaanse bedrijfsleven marcheert al een paar jaar uitstekend, wat zijn weerslag vindt in hoge koersen op de aandelenbeurs van Wall Street. Bovendien is de werkgelegenheid fors toegenomen; het werkloosheidspercentage ligt onder de vijf procent van de beroepsvolking), wat historisch gezien zeer laag is. In diverse sectoren is zelfs sprake van een gebrek aan personeel.
Op grond van die ontwikkelingen zouden de lonen eigenlijk moeten stijgen en daarna ook de prijzen. Vooral op Wall Street dook vorig jaar af en toe de angst voor inflatie op, wat dan leidde tot flink dalende koersen. Maar omdat van inflatie maar steeds geen sprake was, veerden de koersen steevast weer op.
Nog steeds is, tot verbazing van veel economen, van een duidelijk stijgende tendens bij de lonen geen sprake, een enkele sector (de computerindustrie die kampt met personeelstekorten) uitgezonderd.
Inmiddels begint er in de VS de zorg te rijzen dat er een periode van deflatie, prijsdalingen, aan kan komen. Alan Greenspan, topman van het stelsel van Amerikaanse centrale banken wees er onlangs op dat deflatie veel ergere gevolgen kan hebben dan inflatie. Als de prijzen dalen, zijn bedrijven niet geneigd om te investeren. Greenspan zei ook dat er van serieus deflatiegevaar geen sprake is.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.