De economische hervormingen hebben goede maar ook slechte kanten, merken de studenten in China. Op de campus, waar ooit iedereen gelijk was, gaapt nu een kloof tussen arm en rijk. Het diploma wordt steeds minder waard.
Maar de financiële verantwoordelijkheid brengt ook vrijheid met zich mee. “Er staan geen muren meer rondom onze universiteiten. Wij moeten ons nu aanpassen aan de maatschappij”, vertelt Wu, een jonge tweedejaars student van het Radio en TV college van Peking. “En we mogen er zelfs een vriendinnetje op na houden.”
Wu, die later filmregisseur wil worden, studeert nog op kosten van de staat. Hij krijgt vijftig yuan (tien gulden) zakgeld per maand. Omdat hij daar niet van kan leven, werkt hij bijna elke avond in de concerthal in Peking. Voor tien yuan per avond, twee gulden, knipt hij kaartjes en brengt hij mensen naar hun plaats. Hij vindt het een ideale baan, want zo kan hij bovendien gratis naar concerten luisteren.
Wu is niet de enige met een bijbaantje. Wang, een letterenstudente op de Peking Universiteit vertelt dat zij duizend yuan per maand verdient door buitenlanders bijles Chinees te geven. “Onze leraren helpen ons zelfs met het vinden van bijbaantjes”, zegt ze. Wu weet dat vooral de 'advertentiebusiness' populair is op school: studenten staan dan op hun vrije zaterdag in een winkel een produkt aan te prijzen.
Het verschil tussen jongeren als Wu en de studenten van enkele jaren geleden is opzienbarend. Eind jaren tachtig werden de poorten van de universiteiten streng bewaakt door soldaten en leefden alle studenten van een kleine beurs. Werken was uit den boze: de intellectuelen vonden dat hun leven in dienst stond van de wetenschap en dat geld verdienen iets was voor straathandelaren. Hun hele leven speelde zich af binnen de universiteitsmuren. De studenten sliepen in slaapzalen op de campus, vulden hun vrije tijd met studeren in de universiteitsbibliotheek en met sporten en deden hun boodschappen in de campuswinkeltjes.
De armoede waarin de studenten leefden, was hun aan te zien: de meesten waren broodmager, want ze waren aangewezen op de slechte maaltijden uit de universiteitskantines. De typische studentendracht was een goedkoop trainingspak. Hoe slecht de Chinese studenten eraan toe waren, bleek tijdens de hongerstaking die deel uitmaakte van de demonstraties voor meer democratie in 1989: sommige hongerstakers vielen al flauw nadat ze één maaltijd hadden overgeslagen.
De intellectuelen vormden een klasse op zich. De meeste studenten hadden ouders die zelf gestudeerd hadden en nu op de universiteit of in een staatsonderzoeksinstelling in de buurt werkten. De intellectuele ouders hadden de beste relaties op de universiteiten, waardoor ze hun kinderen moeiteloos op een goede school kregen. Boeren en arbeiderskinderen volgden zelden hoger onderwijs. Op het platteland was gebrek aan goed vooronderwijs en arbeiders vonden een universitaire opleiding voor hun kinderen niet belangrijk.
Na hun studie veranderde er weinig aan de slechte levensomstandigheden van de intellectuelen. De studenten kregen, net als hun ouders, een baan toegewezen en verdienden de rest van hun leven een mager salaris. Jonge gezinnen woonden vaak met de hele familie in een kamer op de universiteit of het instituut. Klagen deden ze zelden; de intellectuele kinderen waren over het algemeen gezachtsgetrouw en werden laat volwassen.
De studentendemonstraties in 1989 betekenden een bevrijding voor de Chinese jeugd. Het was de eerste keer dat de Chinese studenten zich bemoeiden met het leven buiten het universiteitsdistrict. De sfeer op het Tiananmenplein deed in de lente van 1989 dan ook denken aan die van een popconcert. Het leken de jaren zestig wel: de jongeren sliepen buiten op het plein, boycotten colleges en daagden alle autoriteiten rechtstreeks uit. Ondanks het bloedbad, de arrestaties en strenge maatregelen die volgden, werden de Chinese studenten daarna nooit meer dezelfde oude, idealistische en brave jongeren.
Afgezien van de gebeurtenissen op Tiananmen, is er nog een belangrijke ontwikkeling die ervoor heeft gezorgd dat het leven van studenten ingrijpend veranderde: het socialistische schoolsysteem ging failliet. Door de economische hervormingen stak de Chinese regering nog minder geld in het onderwijs dan ze al deed en werden de universiteiten gedwongen zelf op zoek te gaan naar geld.
Dat doen ze door studenten aan te nemen die zelf hun studies kunnen betalen. Van deze studenten worden minder hoge scores op het toelatingsexamen geëist en ze hebben ook geen goede relaties nodig. Velen zijn kinderen van entrepreneurs. De zelf betalende studenten die dit schooljaar op de scholen voor hoger onderwijs werden toegelaten, zijn vaak 'kleine keizers': verwend en enig kind. Hun ouders behoorden tot de eerste families die eind jaren zeventig de éénkindspolitiek kregen opgelegd.
Dit leidde tot dramatische taferelen aan het begin van het schooljaar, toen ouders hun kind kwamen afleveren bij de universiteitspoorten. Er is het verhaal van de jongen wiens ouders een taxi huurden om hem naar school te brengen, zeshonderd kilometer verderop. Andere ouders reisden niet alleen met hun kinderen mee, maar verbleven ook nog wekenlang in een hotel dicht bij de universiteit, tot ze er zeker van waren dat hun kind zich goed had aangepast aan zijn omgeving.
Li, een studente Frans, is ook enig kind. Ze vertelt luchtig dat haar ouders 2 500 yuan per jaar aan schoolgeld en vierhonderd yuan voor een plaats in het slaapgebouw betalen. “Voor mijn ouders is het niet echt een probleem”, zegt ze. “Mijn moeder is hoofdingenieur in een privébedrijf. Ze verdient meer dan duizend yuan per maand.” Maar er zijn ook ouders die de schoolgelden nauwelijks kunnen opbrengen en zich in de schulden moeten steken om de opleiding van hun kind te kunnen bekostigen. En dat terwijl de universiteiten de bedragen elk jaar weer verhogen. Sommige prestigieuze leerinstellingen vragen al 9000 yuan, bijna tweeduizend gulden, per jaar. En dat terwijl de Chinese wet officieel nog steeds het recht garandeert op gratis onderwijs voor iedereen.
Op de campussen zijn de verschillen tussen de arme en rijke studenten duidelijk zichtbaar. Terwijl de rijken over de campus fietsen op dure mountainbikes, heeft een op de vijf studenten nog ernstige financiële problemen. Dit leidt er soms toe dat arme studenten zo gefrustreerd raken, dat ze zich overgeven aan vandalisme of diefstal - iets wat vroeger ondenkbaar was. Op de Peking Universiteit hebben studenten speciale nachtwachten ingesteld die vechtpartijen voorkomen en spullen bewaken. “Ik ben dit jaar al vier fietsen kwijtgeraakt”, klaagt Wang. “Sommige studenten hebben relaties met mensen buiten de campus. Ze brengen de fietsen naar de poort en geven ze daar door aan handelaren, die er dan geld voor geven. Sommige handelaren lopen zelf gewoon de campus op. Zelfs onze kleren verdwijnen af en toe van de waslijn.”
Maar de financiële verantwoordelijkheid heeft ook voordelen. Vroeger vonden leraren dat zij de plaats van de ouders moesten overnemen om de studenten op het rechte pad te houden. Staatsbemoeienis met het privéleven van studenten was normaal. Op de universiteiten golden strenge regels: het was verboden te trouwen voor je was afgestudeerd en seks voor het huwelijk kon betekenen dat je van school werd gestuurd. Hoewel de regels geregeld werden overtreden, kwamen studenten er nooit openlijk voor uit dat zij seksuele relaties onderhielden. Tegenwoordig doen ze zich veel minder onschuldig voor. “Er zijn nog wel een paar oude leraren met ouderwetse ideeën, maar gelukkig gaan die snel met pensioen”, zegt Wu. “Wij hebben gewoon vriendinnetjes. Niemand die zich daarmee bemoeit.”
Ook de Chinese schoolautoriteiten beginnen realistisch te worden. Zo begon de staatsonderwijscommissie onlangs op een aantal scholen in Sjanghai met voorlichting over aidspreventie. Zestig procent van de Chinese aidspatiënten, volgens officiële cijfers zijn het er nog maar enkele duizenden, is jonger dan dertig jaar en de Chinese autoriteiten erkennen eindelijk dat niet alleen druggebruikers of Chinezen die met buitenlanders slapen aids oplopen. Zij stelden onomwonden vast dat de jongeren op de universiteiten, ver weg van hun ouders, duidelijk een risicogroep vormen.
De leerkrachten op de scholen zien intussen ook in dat zij hun studenten moeten voorbereiden op een andere toekomst. In plaats van de levenslange baan in een staatsinstelling zullen de studenten zich straks in het hervormde China moeten redden. Daarom begon de Volksuniversiteit in Peking vorig jaar een namaakeffectenbeurs, waar studenten kunnen leren speculeren. Iedere deelnemer krijgt er 50 000 yuan in monopolygeld en kan daarmee alvast ervaring opdoen.
Maar met deze nieuwe realiteitszin voorkomen de autoriteiten niet dat de diploma's van de universiteiten steeds minder waard worden. “Vroeger was het moeilijk om op de Peking Universiteit te worden toegelaten. Tegenwoordig loopt iedereen er rond. Het diploma van de Peking Universiteit is in Zuid-China zelfs op straat te koop”, aldus Wang. Steeds meer jongeren betwijfelen daardoor het nut van een studie, vooral als die ook nog handenvol geld moet kosten. Een 16-jarige jongen uit de arme provincie Guangxi verklaarde aan het persagentschap UPI: “Het maak niet uit of je naar school gaat of niet. Ik wil China's jongste miljonair worden en ben er zeker van dat het zal lukken.” De jongen verdiende tot nu toe 400 000 yuan met speculeren op de aandelenbeurs. Zonder ooit een dag binnen de universiteitsmuren te zijn geweest.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.