SAN JOSE, MANAGUA - “Ik zal je een verhaal vertellen', zegt de Nicaraguaan Carlos Jose Mendez Silva.
“Een Amerikaan, een Tico (autochtone inwoner van Costa Rica) en een Nica (Nicaraguaanse immigrant) melden zich bij de hemelpoort. Zegt Petrus: wat is het jullie waard om naar binnen te gaan? De Amerikaan overhandigt een dikke buidel dollars en verkrijgt onmiddellijk toegang. Wat heb jij te bieden, luidt de vraag aan de Tico. Ik geef U die hoerenzoon van een Nicaraguaan, antwoordt hij. Snap je nu wat voor leven wij leiden in Costa Rica?”
De 45-jarige Mendez Silva brengt veel vrije tijd door in Parque de La Merced, bij het centrum van de Costaricaanse hoofdstad San Jose. Park Nicaragua heet het in de volksmond. Legale en illegale Nicaraguanen, ook wel Nicas genoemd, wisselen er de laatste nieuwtjes uit, delen hun verdriet en spaarzame geluk en vertellen nostalgische verhalen over hun vaderland. In het weekeinde verzamelen er zich soms wel 2000 Nicas.
Mendez Silva is een van de honderdduizenden Nicas die hun geluk hebben gezocht in het buurland. Costa Rica telt 3,5 miljoen inwoners en er zijn nu al tussen de 500.000 en 700.000 Nicas. De enorme migratiestroom gaat door. Alleen al de eerste 6 maanden van 1996 hebben zich zo'n 50.000 Nicaraguanen in Costa Rica gevestigd. Massale armoede thuis en een werkloosheidspercentage van over de 60 drijft de Nicas naar het beloofde land Costa Rica. En al gaat het daar economisch ook niet voor de wind, alles lijkt beter dan de ellende thuis.
Volgens minister van arbeid Farid Ayales bestaat 15 pocent van de economisch actieve bevolking in Costa Rica uit Nicaraguanen. Bijna de hele landbouwsector drijft op hen. “Ticos houden niet van veldwerk', zegt Huite Sierd Zijlstra, de Nederlandse beheerder van een teakhoutplantage in het noorden van Costa Rica. Op koffie-, suikerriet-, en bananenplantages doen Nicas het zware werk. Voormalige Sandinisten en contrarebellen, linkse en rechtse guerillastrijders die elkaar in de jaren '80 op leven en dood bevochten, werken nu zij aan zij op het platteland. San Jose erkent dat de Nicas de oogsten binnenhalen en verstrekt daarom werkvergunningen voor drie of zes maanden. Maar veel Nicas blijven.
“Nicaraguanen werken voor de helft van het geld”, zegt de 30-jarige Freddy Vasquez in La Cruz, een dorpje in het noorden op 25 kilometer van de Nicaraguaanse grens. Vasquez is bouwvakker bij een toeristisch project. Van de Italiaanse eigenaar van het hotel in aanbouw is pas een camera gestolen, vertelt hij. “Nu dreigt die man iedereen te ontslaan. Hij meent het want er is genoeg aanbod van Nicas”.
Oase van rust
Behalve in de landbouw- en bouwsector, werken ze als dienstmeisje, tuinier en bewakingsbeambte. In het laatste geval werpt het guerrilla- en oorlogsverleden van menig Nicaraguaan vruchten af. Voor bijna al het zware en vuile werk voelt de Tico zich te goed. Dat geeft 'ie zelf ook volmondig toe.
Costa Rica is al decennia een oase van rust. Een land zonder leger en een voor Midden-Amerika voorbeeldige democratie. Geen staatsgrepen, revoluties en doodseskaders zoals tot voor kort in de buurlanden. Dat heeft ertoe geleid dat veel Ticos zich superieur achten. Een Tico spiegelt zich aan de Verenigde Staten en in mindere mate aan Europa, niet aan de landen in de eigen regio. “Het is verhuld racisme', zegt de Costaricaanse Alma Benitez Molina van de Commissie voor de Verdediging van de Mensenrechten in Centraal-Amerika (CODEHUCA) in San Jose. “Een psychologische discriminatie, waarbij de donkere huidskleur van de Nicas een rol speelt”. Ze geeft het voorbeeld van politiegeweld tegen stakers op een bananenplantage, mei 1994 in de provincie Limon. Toen de politie werd gevraagd naar het waarom van het buitensporige geweld, zeiden verscheidene agenten: “Het waren toch maar Nicas”.
Bewakingsambte Mendez Silva werkt 6 dagen per week, 12 uur per dag. Zijn moeder in Nicaragua voedt zijn vijf kinderen op. Eén ding snapt hij niet: “Ik verdien 200 dollar per maand, Costaricaanse collega's 350 dollar. Waarom?” Het antwoord lijkt duidelijk. Veel werkgevers buiten Nicas uit. Onderbetaald, niet verzekerd en als ze een grote mond opzetten, staat wel een ander te trappelen jouw plaats in te nemen. De malafide werkgevers zijn ook minister Ayales een doorn in het oog. Ze dragen immers geen sociale lasten af.
Hoewel Costa Rica nog steeds een grote aantrekkingskracht uitoefent op de Nicas, wordt het ook voor hen moeilijk werk te vinden. De 30-jarige Concepcion Robleto Pantoja verblijft al tien maanden illegaal in San Jose, maar ze heeft slechts enkele weken als huishoudster gewerkt. Ze woont bij een tante in en is financieel afhankelijk van haar. Geen dubbeltje heeft ze naar haar twee kinderen in Nicaragua kunnen sturen. “Ik ga in december terug. Hier is voor mij geen toekomst. Ze zijn niet allemaal zo, maar de meeste Ticos behandelen ons als honden”.
Landbouwkundig ingenieur Gerardo Barante is eveneens een indocumentado. Drie en een half jaar werkte hij als bouwvakker. De laatste maanden vond hij geen baan meer. “In de ogen van de Ticos zijn wij terroristen, guerrillastrijders of ontvoerders. Maar als het in Nicaragua ooit beter gaat en velen teruggaan, wie knapt hier dan het vuile werk op?”
Teruggaan. Sommigen nemen de bus naar de noordgrens uit wanhoop, omdat het paradijs toch niet bleek te bestaan. Anderen putten hoop uit de verkiezingszege van de liberaal Aleman. Begint met hem Nicaragua een nieuwe hoopgevender toekomst? De 37-jarige Marvin Roque wil een veelteeltbedrijf in zijn land opzetten. “Je blijft Nicaraguaan en daarom wil ik terug. Maar mijn vrouw is Costaricaanse en ze staat niet te trappelen.” Marvin heeft het als Nica gemaakt in Nicaragua. Vijftien jaar geleden pakten de Sandinisten zijn familie op. Nu is hij de trotse eigenaar van een supermarkt in Alajuela. Twee weken geleden keerde hij naar Nicaragua terug, om te stemmen. “Het was een sensatie voor mij, een moment van grote blijdschap. Een hoogtepunt uit de geschiedenis van Nicaragua. Later zal ik mijn kinderen de gehele geschiedenis van mijn land vertellen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.