ZEIST - Als het aan de Nederlandse volleybalbond (NeVoBo) ligt, is het binnenkort afgelopen met de amateuristische manier waarop er tot dusver met de afdeling topsport is omgegaan. De blikvanger van de grootste zaalsport in Nederland moet professioneel worden benaderd, behandeld en aangepakt.
Met dat idee in het achterhoofd benaderde bondsvoorzitter Herman van Zwieten eind november de bondsraad met de vraag, of zij toestemming wilde verlenen aan de oprichting van een stichting die zich in zou zetten voor alles wat met topvolleybal te maken heeft. Aangezien Van Zwieten zijn vraag lardeerde met het dreigement dat zowel een aankomende hoofdsponsor als hijzelf zich definitief terug zouden trekken indien de bondsraad niet op zijn verzoek zou ingaan, werd het voorstel zonder al te veel protesten aangenomen.
Bijna drie maanden later heeft Van Zwietens hoofdsponsor zich nog steeds niet bekend gemaakt. Wel is er inmiddels een Stichting Top Volleybal Nederland met een vierkoppig bestuur, dat voornamelijk bestaat uit mensen uit het bedrijfsleven, die van volleybal niet veel meer weten dan dat het gespeeld wordt met een bal en een net. Als interimmanager is Willem van den Berg aangesteld. Even voorstellen: Van den Berg was ooit directeur van het inmiddels opgedoekte managementsbedrijf Dorna, dat lange tijd tevergeefs op zoek is geweest naar een sponsor voor de NeVoBo. Hij wordt bijgestaan door Paul Schaling, in het dagelijks leven directeur van BFI, André Hengeveld van het adviesbureau BDO en Henk de Ruijter, voorzitter van de volleybalvereniging Dynamo. Vierde man is - hoe raadt u het - Herman van Zwieten zelf.
De Stichting Top Volleybal Nederland gaat de belangen en rechten beheren van de nationale teams - mannen, vrouwen en beachvolleybal - en van de nationale competitie. Daarnaast houdt de stichting zich bezig met het organiseren van nationale en internationale evenementen, met marketing en het vinden van sponsors. De NeVoBo stort jaarlijks een miljoen gulden in de stichtingskas, een bedrag dat wordt aangevuld met bijdragen van NOC*NSF, het ministerie van VWS en de Krasloterij. Bovendien is er een plan ontwikkeld voor het oprichten van een businessclub, waaraan dertig bedrijven een financiële bijdrage kunnen leveren. Het plan, dat de titel 'Spelverdelers' heeft meegekregen, is volgens Van den Berg reeds enthousiast ontvangen bij een tiental bedrijven. Aan hun deelname verbonden ze slechts twee voorwaarden: dat de communicatie tussen bond en topsport via korte lijnen verloopt, en dat het afgelopen moet zijn met 'al dat gedoe' binnen de NeVoBo. Daarmee wordt de negatieve publiciteit bedoeld, die de volleybalbond de afgelopen jaren over zich heen heeft gekregen.
Trainingscentrum
De eerste aanzetten tot een professionele aanpak van het topvolleybal zijn inmiddels afgerond. Voor het nationale vrouwenteam is een sponsor gevonden, die zich half maart bekend zal maken. Bovendien heeft de NeVoBo een overeenkomst gesloten met de KNVB, waardoor de nationale teams voortaan in het trainingscentrum in Zeist kunnen trainen. Het plafond van de hal zal met anderhalve meter verhoogd worden tot negen meter.
Ook over het Europees kampioenschap voor vrouwen, dat dit jaar in Nederland gehouden wordt, vielen nog wat nieuwtjes te beluisteren. De twee poules zullen hun wedstrijden afwerken in Arnhem en Groningen. Het EK wordt georganiseerd door het bedrijf CHemp, dat zich garant stelt voor eventuele verliesposten. De NeVoBo hoeft slechts 250 000 gulden en technische bijstand bij te dragen.
Interimmanager Van den Berg schetste in grote lijnen hoe de ontwikkeling van het Nederlandse topvolleybal de komende tijd aangepakt zal worden. Geheel ten overvloede waarschuwde hij, dat de oprichting van een stichting niet betekent dat de financiële perikelen daarmee zijn opgelost. “Het volleybal heeft met twee problemen te kampen”, meende hij. “Het eerste knelpunt is dat topvolleybal maar zeven maanden duurt, wat de exposuremogelijkheid voor sponsors aanzienlijk beperkt. En verder dient de nationale competitie op hetzelfde niveau gebracht te worden als de internationale competitie. We moeten zorgen dat er een professionele ontwikkeling komt.” Het stichtingsbestuur speelt met de gedachte een soort Champions League van de grond te tillen, die het enthousiasme van zowel de eredivisiespelers als de televisieomroepen een impuls in de goede richting moet geven. “Want aan richting heeft het ons de laatste jaren nogal ontbroken”, concludeerde Van Zwieten.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.