'Vrede op aarde zal nooit veel meer kunnen zijn dan de overgang tussen de ene fase van onvrede en de volgende. Onze Lieve Heer heeft de aarde en de mens zo gemaakt dat blijvende vrede hier nooit meer dan een wensdroom zal kunnen zijn.'
'Waarvoor heeft Hij de aarde dan eigenlijk gemaakt?'
'Wel, om vallende zielen op te vangen. Anders zouden ze maar door blijven zeilen. Laten we blij zijn dat iets ons ergens in het heelal een schijn van grond onder de voeten geeft.'
'O... Maar waarom staat Hij dan toe dat de ziel, die een vonkje van Hem is, zoals jij altijd zegt, uit Zijn Licht kan wegvallen?'
'Wel, Hij wil niemand dwingen om van Hem te houden. Hij geeft een ziel geen huisarrest in Zijn Licht wanneer ze eens wil kijken of er verder nog wat bestaat. Zijn liefde is absoluut, dus ook de vrijheid waarin Hij een ziel de liefde wil laten vinden. “Ga maar, zieltje, val maar, Mijn stoffelijke achtertuin vangt je wel op. En daar is soms wel wat te genieten, hoor. Het is alleen telkens maar eventjes. Dan ga je weer dood en begin je overnieuw. Net als met ganzeborden.”'
'Hm... Maar waarom herinneren we ons dan niet dat we gevallen zijn? Dat kan toch niet helemaal niks zijn geweest. Zoiets zou je je normaal gesproken toch moeten kunnen heugen?'
'Herinner jij je nog de eerste zin van dit stukje? Nee dus. Nu is dat zinnetje uiteraard niet zo opzienbarend als een peilloze val in het duister. Maar dat je het nu al kwijt bent geeft aan hoe groot ons vermogen om te vergeten is. Hoeveel mensen zijn er niet die diep ingrijpende gebeurtenissen uit dit eigenste leven volkomen kwijt lijken? Incestslachtoffers, oorlogsslachtoffers, oorlogsbeulen? Hoe finaal is dus het vermogen om te vergeten dat Onze Lieve Heer ons heeft ingeschapen. Als Hij ons die vergetelheid niet bezorgde en we ons dus steeds het Licht zouden herinneren, zouden we bij elk tegenslagje weer omhoog willen vliegen. Geen echte keus!'
'Maar eh... ik ben helemaal niet gevallen, man! Ik kom gewoon uit mijn moeder!'
'Jawel, maar je moeder is ook gevallen, met je vader en je ooms en tantes en iedereen die hier op deze aarde zijn keus loopt te bezuren. Duizenden levens geleden, de een na de ander, zijn we hier terechtgekomen en sindsdien zijn we schoot in, schoot uit, bezig om hier vrede te zoeken. We wilden toch weten wat er buiten Gods Licht bestond? Nou, daar krijgen we nu alle gelegenheid voor, dankzij ons geheugenverlies.'
'Hm... Maar is dat Licht van God eigenlijk geen saaie boel?'
'On-ge-loof-lijk saai.'
'Ha, dat klinkt echt alsof je 't weet. Maar hoe zou je er dan voor hebben kunnen kiezen om niet uit dat ongelooflijk saaie Licht omlaag te vallen?'
'Omdat er nog een andere keus is.'
'Zeg op.'
'God Zelf. In het hart van het Licht. Hij en Zij, zo hartverscheurend mooi... En steeds erom biddend tot Zichzelf dat we ter wille van ons eeuwig geluk de beste keus zullen maken... Als het Licht er niet was om ons zielen een beetje voor Hem en Haar te verblinden, zouden we zonder enige vorm van keus allemaal naar Ze toe worden gesleurd. Als willoos ijzervijlsel naar een magneet.'
'Ha. Waar heb je die fraaie wetenschap vandaan?'
'Heilige boeken, man, heilige boeken. Je kunt ze negeren. Je kunt ze opendoen. Je kunt ze lezen. Bekijk het maar. Enneh... zeg het voort.'
'Maar welke titels dan?'
'De beste, man, de beste.'
'Noem er dan één.'
'Geen tijd... geen tijd meer... Je ziet: ik kijk er net eentje in... Meteen opgeslokt... Niet storen alsjeblieft... niet storen.'
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.