*

 
dossier

Archief

Aan de hemelpoort

JOHAN VAN WORKUM − 09/01/96, 00:00

Shell moet al een tijdje opboksen tegen een onredelijke publieke opinie. Vorig jaar zomer wilde het publiek niet inzien dat dumpen van de Brent Spar in diep water toch echt het beste was voor het milieu. En in het najaar kreeg Shell de schuld van de executie van Ken Saro-Wiwa en de olievervuiling in het woongebied van de Ogoni's in Nigeria. De perfect toegeruste PR-dienst van onze grootste multinational lukte het met de modernste communicatiemethoden toch niet het publiek te overtuigen van het ongelijk van Greenpeace.

Maar nu is Shell in de tegenaanval. Ze wil een gedragscode voor internationaal opererende milieu-organisaties. Die moeten kunnen worden aangesproken als ze - zoals volgens Shell in het geval van de Brent Spar en Nigeria - onjuiste informatie verspreiden. Want wie controleert eigenlijk Greenpeace, een stichting?

De tegenzet komt op het goede moment. Het tij voor Greenpeace lijkt gekeerd, vooral na de erkenning dat er in de Brent Spar minder vuil zit dan de actie-reus had beweerd. Veel media stelden Shell alsnog in het gelijk en Greenpeace werd weggezet als uitbater van domme emoties. Toch is Shell vervolgens niet het boorplatform alsnog gaan dumpen. Want dat domme emotionele publiek liet zich waarschijnlijk minder leiden door de vraag hóé vuil de Brent Spar was, maar vooral door het principe dat je je afgedankte troep zelf moet opruimen en niet moet dumpen, noch in het bos noch in de diepzee. Dan hadden de ontwerpers van het platform maar moeten nadenken hoe het enorme ding ooit weer na gebruik zou kunnen worden opgeruimd. En dat hadden ze niet gedaan, zoals Shell-mensen zelf toegaven. Je blijft verantwoordelijk voor de gevolgen van waar je aan begint.

Het positieve van Shell in dit verhaal is het besef dat een grote moderne onderneming afhankelijk is van steun van het publiek. Daarom zwichtte Shell, ook al vond ze dat het publiek ongelijk had.

Toch denk ik dat Shell geen succes zal hebben met haar nieuwste tegenaanval. Want zij aanvaardt toch niet de maatschappelijke verantwoordelijkheid die het publiek geleidelijk van ondernemingen, vooral grote, is gaan verwachten. Het recht maakt onderscheid tussen natuurlijke personen en rechtspersonen. Maar in de publieke beleving vervaagt steeds meer dat onderscheid. Bedrijven en instanties worden aangesproken op verantwoordelijkheden alsof zij personen zijn. Het aansprakelijkheidsrecht ontwikkelt zich in dezelfde richting. Bedrijven accepteren deze ontwikkeling, onder meer met kreten als corporate identity: een onderneming heeft een identiteit, net als een mens.

Maar als het om Nigeria gaat, stelt Shell zich op het ouderwetse standpunt dat ondernemen en politiek zaken zijn die volstrekt gescheiden moeten blijven.

Het publiek voelt dat al lang niet meer zo aan. Shell produceert in Nigeria ongeveer de helft van de twee miljoen vaten olie per dag. Driekwart van het staatsbudget bestaat uit de olie-inkomsten. Anders gezegd: bijna tweevijfde van zijn inkomsten krijgt de militaire dictatuur van generaal Abacha overgemaakt via de Shell-hoofdkantoren in Den Haag en Londen.

Wat zou er gebeuren als wij ons uit Nigeria terug zouden trekken? vroeg Shell zich eind november in paginagrote advertenties af. De olie zou blijven stromen. “Maar het solide en verantwoorde ondernemingsbeleid waar Shell voor staat, de milieu-investeringen en de miljoenen die worden uitgegeven aan gemeenschapsprojecten, zouden allemaal verloren gaan. Ook daarbij is het weer de Nigeriaanse bevolking die de prijs betaalt.”

Ik weet niet of Shell het als persoon hiermee zou redden bij Petrus aan de hemelpoort. Bij het 'emotionele publiek' duidelijk meer. Het lijkt te veel op het verhaal van de struikrover die, terwijl hij de reizigers in de postkoets onder schot houdt, hun sieraden verkoopt aan een beschaafde heer die zojuist voorbij komt. De heer zegt de reizigers dat hij het ook niet leuk vindt dat zij onder schot worden gehouden, maar ja: als hij de sieraden niet van de rover koopt, doet even later een volgende passant het wel. En, voegt hij eraan toe, dat is misschien een veel minder beschaafde heer.

mailIcon print |