*

 
dossier

Archief

OOSTERS - Gebakken vis met ketjapsaus

TINEKE SLUIJTER − 27/01/98, 00:00

Een mooi, Maleisisch visgerecht. Neem moten van een stevige vissoort zoals kabeljauw of tonijn, die niet zo snel uiteenvallen.

Benodigdheden voor vier personen:

600 gram stevige vis, 1 theelepel zout, 2 eetlepels limoensap, 2 flinke uien, 4 teentjes knoflook, stukje gemberwortel (3 cm), 4 rode pepers, 1 serehstengel, 2 tomaten, 1 deciliter zoete ketjap (manis), bloem, zout, 2 verse pandanbladeren, olie.

Bestrooi de vis met het zout en wrijf ze in met limoensap. Laat de vis een half uurtje marineren. Hak de uien, knoflook en de geschilde gemberwortel in een keukenmachine fijn.

De rode pepers in dunne ringetjes snijden. Kneus de serehstengel. De tomaten in stukjes snijden. Verhit twee eetlepels olie in een wok en fruit hierin het uienmengsel in een paar minuten lichtbruin. Nu de rode pepers en de serehstengel toevoegen. Even meelaten bakken. Voeg een kwart liter water, de zoete ketjap en de tomaten toe. Breng het geheel aan de kook. Laat de saus op een laag vuurtje zachtjes sudderen. De saus is klaar als de tomaten zacht zijn en de saus wat is ingedikt. Voeg naar smaak wat zout toe. Strooi wat bloem op een bord en wentel hier de vis doorheen. Verhit in een pan een flinke laag olie. Kneus de pandanbladeren (leg er bijvoorbeeld een knoop in) zodat het sap kan vrijkomen en bak ze in de olie bruin. Verwijder ze vervolgens, want hun smaak hebben ze al afgegeven aan de olie. Bak in deze olie de vis in korte tijd aan beide zijden bruin en gaar. Schep ze met een schuimspaan uit de pan en laat ze op wat keukenpapier uitlekken. Leg de stukken vis op een platte schaal en giet hier de saus overheen.

mailIcon print |