*

 
dossier

Archief

IOC-lab nog zwakke schakel in dopingcontrole/Nederland heeft voortrekkersrol

ROB VELTHUIS − 10/11/98, 00:00

ROTTERDAM - Nog altijd is niet duidelijk wat zich precies heeft afgespeeld tussen het kloppen op de voordeur van Michelle de Bruin's woning in Rathcoole, op 10 januari van dit jaar, en de mokerslag van een vierjarige schorsing die de wereldzwemfederatie Fina de Ierse op 6 augustus toediende.

De drievoudig olympisch kampioene werd de toegang tot wedstrijden ontzegd omdat ze zou hebben gemanipuleerd met de door haar ingeleverde urine. Daarin werd een voor een mens dodelijke concentratie alcohol aangetroffen. Hoe de echtgenote van Erik de Bruin onder de ogen van twee controleurs de truc met het whiskeyvat heeft kunnen uitvoeren, daarover geeft het vonnis van de Fina geen uitsluitsel. In die uitspraak wordt slechts geconstateerd (dus niet bewezen) dat binnen de eigen anti-dopingorganisatie geen fout is gemaakt, waaruit voortvloeit dat de zwemster wel bedrog moet hebben gepleegd.

De uitspraak lijkt ingegeven door de wens van (op olympisch gebied invloedrijke) Australiƫrs en Amerikanen, die sinds de Spelen van Atlanta de Ierse van alles hebben beschuldigd wat slecht is. In het bijzonder van het verslaan van hun eigen favorieten. Smith heeft een beroep tegen de schorsing neergelegd bij het internationale sportgerecht in Lausanne. Dat levert haar in navolging van anderen mogelijk opheffing van de sanctie op. Maar het is de vraag of ooit duidelijk wordt wat is gebeurd met de urinestalen vanaf het moment dat zij het lichaam van De Bruin verlieten tot en met de analyse in het door het IOC geaccrediteerde dopinglaboratorium.

Geschillen als bovenstaande zijn talrijk, zo ook het aantal schadeclaims dat is ingediend bij sportfederaties die schorsingen op oneigenlijke gronden zouden hebben uitgesproken. Het Nederlands Centrum voor Dopingvraagstukken (Necedo) zegt de kans op dergelijke fouten tot nul te hebben gereduceerd. Door de onafhankelijke controleprocedure gedetailleerd vast te leggen en daarvoor als waarmerk met succes het zogenaamde Iso-certificaat, een onafhankelijke kwaliteitsnorm van de International Standard Organisation, aan te vragen. In Engeland was eerder sprake van een dergelijke certificering, maar daar is die beperkt tot het gedeelte van de controle. Het Necedo is de eerste instantie op de wereld waar binnen Iso-norm 9002 ook alle interne procedures die te maken hebben met de controles, zoals juridische zaken, voorlichtingstraject en archief- en documentatiesysteem, vastliggen. En zelfs al wordt tijdens een dopingcontrole afgeweken van de vastgelegde procedures, dan wordt ook dat geregistreerd.

“Op het moment dat hier een tas de deur uitgaat, weten wij precies waar hij naar toe gaat, wat de ontvangende man ermee gaat doen, wanneer hij hem open maakt, enzovoort”, aldus Frans Stoele, medewerker van het Necedo, dat vanaf volgend jaar het sterk geïntensiveerde dopingcontroleprogramma van NOC-NSF gaat uitvoeren. “Dat maakt het voor een sporter moeilijker om te zeggen dat ermee wordt geklooid. Alle punten waarmee zou kunnen worden geknoeid, liggen immers vast. Dat wil niet zeggen dat er bij ons niets fout kan gaan, maar als er wat mis gaat kunnen wij wel precies nalopen wat en waar. Dat kunnen anderen niet. Daar zeggen de controleurs: 'het ophalen van de urinemonsters is goed gegaan, de formulieren zijn ondertekend en verder weten wij het ook niet'. Zij sturen het op en zien wel waar het terechtkomt.”

De zwakke plek bij andere organisaties ligt dan ook vooral op het gebied van bewijsvoering, meent Necedo-medewerker Aad Zoeteman, die anderhalf jaar bezig is geweest met de Iso-certificering. Nog niet zo lang geleden werd Nederland gewantrouwd op gebied van doping. “Nu lopen we samen met Engeland in de wereld ver voor de muziek uit”, aldus Zoeteman. In hoog tempo somt hij de nu gewaarborgde weg van de urinemonsters op, totdat hij komt bij de aflevering bij het laboratorium. “Dat heeft natuurlijk het waarmerk van het IOC”, stelt hij als vanzelfsprekend vast. Nu is komen vast te staan dat het door het IOC geaccrediteerde lab in Rome monsters door de gootsteen spoelde en er de uitslag 'negatief' aan hing, is dat waarmerk echter onbetrouwbaar. Zoeteman: “Je kunt daar inderdaad je vraagtekens bij zetten. Er is in laboratoriumland een beweging die er voor pleit de IOC-accreditatie te overvleugelen door Iso-norm 25, die geldt voor alle processen die plaatsvinden in laboratoria.”

Dus de waarborg eindigt op het moment dat de controlemonsters bij het laboratorium aankomen? Zoeteman: “Dat is zo. Maar in ons Iso-systeem hebben wij de voorziening getroffen dat wij een tot anderhalf maal per jaar een onaangekondigd bezoek aan het lab kunnen brengen, om de werkwijze daar door te lichten.”

Engeland en Nederland hebben de eerste stap gezet; AustraliĆ«, Nieuw-Zeeland, Canada, Noorwegen en Zweden zijn bezig met het verkrijgen van het Iso-certificaat. “Voor de sport is dit een mooie beweging op weg naar harmonisering van de dopingcontrole”, aldus Zoeteman. In februari besteedt het IOC in Lausanne een congres aan het harmoniseren van controles door een onafhankelijke instantie. Een belangstellend telefoontje vanuit het hoofdkwartier naar het Necedo in Rotterdam is nog niet geregistreerd. Zoeteman stelt vast dat Nederland binnen de internationale sport slechts een onbetekenend landje is.

mailIcon print |