*

 
dossier

Archief

De Cubaanse revolutie krijgt er een icoon bij: JP II

WIM JANSEN − 19/01/98, 00:00

HAVANA - Fidel Castro gaat deze week naar de Heilige Mis. En hij wil niet alleen: “Heel het volk, katholieken en niet-katholieken, gelovigen en niet-gelovigen” moeten met hem mee. De onzekerheid over het succes van het bezoek dat de paus later deze week aan Cuba brengt is blijkbaar zo groot, dat de communistische leider het dit weekeinde nodig vond zijn landgenoten via de tv te manen de heilige vader een warm welkom te geven.

Het kan verkeren in Cuba. De revolutionair Castro, die in 1959 zijn land omdoopte tot een communistische en atheïstische staat en de merendeels katholieke bevolking dwong te kiezen 'tussen Moskou en Rome', toonde zich in een urenlange toespraak een warm pleitbezorger voor Johannes Paulus II. Hij noemde de paus een van de grootste leiders die de wereld op dit moment kent, een man die het onvermoeibaar opneemt voor de sociaal zwakkeren op aarde en daardoor “vermoedelijk een van de zwaarste hoofdpijnen die het hedendaagse imperialisme teisteren”.

Maar een beetje hoofdpijn zal toch ook de Cubaanse communistische partij wel hebben, al was het maar dat niemand durft te voorspellen wat het effect zal zijn van het eerste pausbezoek in het 39-jarige bestaan van de communistische staat. Zelfs de kerk is onzeker over de opkomst tijdens de vier openlucht-missen die de paus tussen donderdag en zondag in vier verschillende steden zal opdragen.

Hoewel alle religies de laatste jaren een flinke opleving kenden, blijft het kerkbezoek ook bij de katholieken laag. Andere middelen om de bevolking te bereiken heeft de kerk nauwelijks, alle media zijn in handen van de partij en zo maar spandoeken ophangen is er niet bij.

Pas de laatste dagen durven parochianen kleine affiches met de beeltenis van de paus op hun deuren te plakken. 'Johannes Paulus, boodschapper van liefde en van hoop', staat er op. De hoop op wat? Zelfs bij een massale opkomst zal niet gelijk duidelijk zijn waarvoor al die Cubanen komen.

“De paus schijnt een belangrijk man te zijn, ik ken hem niet”, zegt de 36-jarige Jorge Saler, onderwijzer aan de lagere school in het centrum van Havana. “Maar ik ga er zeker heen, ik moet er toch met mijn leerlingen over kunnen praten daarna.” Voor hem is het de magie van het nieuws die hem zondag naar de openluchtmis op de Plaza de la Revoluciòn voert.

Voor de 28-jarige Antonia Perez, verkoopster in de Cubaanse variant van McDonald's ('Heden geen hamburgers, geen friet'; wel kip en rijst in een kartonnen bakje) lijkt de gang naar het Plein van de Revolutie eerder een revolutionaire plicht: “De paus is tegen de Amerikaanse blokkade van ons eiland, heeft Fidel gezegd. Hij is dus een vriend van het volk.”

- Vervolg op pagina 5

Cuba op alles voorbereid bij bezoek van de paus VERVOLG VAN PAGINA 1

Dat de paus zich een vriend van het volk noemt, is precies wat de gelovigen en dissidenten zo aanspreekt: Johannes Paulus staat bekend als een man die het opneemt voor de bevolking, daarmee desnoods ingaand tegen de gevestigde orde. Dus misschien uit hij zich wel tegen de onderdrukking van de individuele vrijheden op Cuba, en creƫert hij met zijn bezoek meer ademruimte, niet alleen voor de kerken maar ook voor een vreedzame overgang naar een tijdperk zonder Fidel.

Er kan dus van alles gebeuren, de missen op de centrale pleinen van de vier steden kunnen devote bijeenkomsten zijn van Cubanen die blij zijn met de nieuwe vrijheden op religieus gebied. Ze kunnen ontaarden in anti-Amerikaanse betogingen, voortbouwend op eerdere uitspraken van de paus dat economische blokkades niet te rechtvaardigen zijn omdat ze de bevolking hard treffen en de menselijke waardigheid aantasten.

Iets kleiner, maar niet helemaal uitgesloten, is de mogelijkeid dat Cubanen in uitspraken van de paus aanleiding zien te scanderen om meer vrijheden en zich te keren tegen de communistische partij. Dat het volk zich tegen el Lider Màximo zelf zal keren, is vrijwel uitgesloten: ondanks de economische misère die volgde op het wegvallen van de steun uit de ingestorte Sovjet-Unie, is hij nog steeds populair.

Voor Castro staat er blijkbaar het nodige op het spel. Waarom anders zou hij de moeite nemen om urenlang de Cubanen toe te spreken over het bezoek van de paus. Hij loofde diens kwaliteiten uitbundig: “Ik ben ervan overtuigd dat hij de hoogste kerkelijke functie bekleedt vanwege zijn talent en zijn kwaliteiten, zijn cultuur, zijn buitengewoon karakter, zijn wilskracht - en dat alles met een ijzeren gezondheid”.

Dat de paus een vijand van het communisme zou zijn, zoals blijkbaar ook wel in de straten van Havana wordt beweerd, is volgens Castro een verzinsel. “Alleen reactionairen en imperialisten, zij die de Cubaanse revolutie om zeep willen helpen, schilderen de paus af als een soort communisten uitroeiende engel.”

Terwijl hij in werkelijkheid een man is die sociale gerechtigheid predikt en die zich juist verzet tegen de de negatieve gevolgen van de vrije markt, wat hem een bij kapitalisten gehaat persoon zou maken. Vandaar de oproep aan 'alle Cubanen om deze week de plazas te bevolken waar de paus komt en hem te vereren als een held. Het werk mag geen belemmering zijn, wie naar de missen wil die de paus op donderdag en vrijdag overdag in de provincie opdraagt, mag wegblijven van het werk. Niet omdat 'wij' politieke munt willen slaan uit dit bezoek, benadrukte Castro, maar omdat de paus een man is die het verdient. “Wij willen volle pleinen, waarop niemand welke politieke uiting dan ook doet en waar niemand 'viva' roept tot de leiders van de revolutie. Overtreders zullen worden gestraft, beloofde hij.

De toespraak van Castro verscheen zaterdag in extenso op de voorpagina en binnenpagina's van het partijblad Granma, het enige dagblad dat in Cuba verschijnt. Op de bankjes in de parken werden de tienduizenden woorden nauwgezet gespeld. Want dit keer bevatte zijn toespraak veel nieuws: de meeste Cubanen wisten niet eens wie de paus was. Zelfs kardinaal Jaime Ortega gebruikte het half uurtje televisie dat de kerk vorige week gegund werd (voor het eerst sinds 1959)om de gelovigen uit te leggen dat de paus het hoofd van de katholieke kerk is en dat Vaticaanstad een zelfstandig staatje is, gelegen in Rome.

De Cubanen leren snel. Gisteren, anderhalve dag na de toespraak van Fidel, was de reactie zichtbaar op het plein nabij de kathedraal in Oud-Havana, waar kunstenaars hun schilderijen verkopen aan toeristen. De Cubaanse revolutie, die hier is versimpeld tot de beeltenissen van Che Guevara en Ernest Hemingway, had er een icoon bij: Johannes Paulus II stond in volle glorie te drogen op het strak gespannen linnen. Alleen te kopen met Amerikaanse dollars.

mailIcon print |