Tien regels tragiek in de krant, meer is het vaak niet. Maar er gaat een drama achter schuil, levens die nooit meer zijn wat ze waren. Vandaag: Annemarie (51) die haar vader verloor. Hij werd dertien jaar geleden vermoord door haar halfbroer.
,,Een asbak, een telefoonklapper en twee foto's, dat is alles wat ik nog van mijn vader heb. Op de ene foto zie je een zwembad vol badmutsen. Een van die badmutsen was hij. Op de andere foto staan wij: mijn vader, de moordenaar, en ik.''
,,Ik was een ongelukje en zo heb ik me ook lang gevoeld. Ik voelde me in de steek gelaten. Mijn vader wou mijn moeder wel onderhouden, maar haar niet trouwen. Voor haar was het alles of niets. Toen ik vijfendertig was, belde ik hem op. Ik wilde weten wie hij was. Hij was getrouwd, weer gescheiden en had twee zonen. We waren allebei afstandelijk, keken de kat uit de boom. Mijn vader was geen gemakkelijke vent, maar je kon ook met hem lachen. Hij was heel direct, net als ik. Toen hij me voorstelde aan zijn zonen, hadden zij nooit eerder over mij gehoord. Dit is jullie zuster Annemarie, was het enige wat hij zei.''
,,Ongeveer drie jaar nadat ik hem leerde kennen, gingen we samen op vakantie. Onderweg wees hij me plekjes uit zijn jeugd. We praatten veel. Ik gaf hem ook op zijn lazer. 'Wat ben je toch een klotevader. Je hebt drie kinderen met wie je niets doet', zei ik. Daar had ik eigenlijk wel gelijk in, vond hij. Hij begon in te zien dat hij niet de enige op de wereld was. Hoera, ik heb een vader, dacht ik. Een maand later werd hij doodgeschoten.''
,,Mijn vader reed de oprijlaan op, zette zijn auto neer en stapte uit om de garagedeur te openen. Toen hij zich omdraaide, moet hij wel gezien hebben dat zijn eigen zoon hem ging doden. Jan had zich verstopt tussen de coniferen en schoot zes kogels door hem heen. Ik geloof niet dat mijn vader lang geleden heeft. Hij was gelukkig niet alleen toen hij stierf. De buurvrouw hield hem in haar armen tot zijn ogen braken.''
,,Een dode heeft geen enkele privacy. De politie onderzocht na de moord mijn vaders spullen en kwam mijn naam tegen. Een rechercheur belde dat hij naar me toe kwam. 'Moet ik me het allerergste voorstellen?', vroeg ik. En hij antwoordde: 'ja'. 'Dat moet Jan wel gedaan hebben', zei ik toen de politie vroeg wie de moord gepleegd kon hebben. Ik was niet de enige die zijn naam noemde. Mijn vader was bang voor hem. Jan voelde zich misschien net zo als ik toen ik jonger was: verlaten en boos. Zijn moeder en mijn vader scheidden toen hij twaalf was en zijn broertje tien. De hele familie viel uit elkaar. Zijn broertje bleef bij zijn moeder, Jan ging bij mijn vader wonen. Daarna deed hij het niet zo goed op school, dus algauw stuurde mijn vader hem naar een kostschool in Amerika. Dat leek hem beter. Lekker makkelijk, zei Jan tegen mij, dan was hij van me af.''
,,Toen hij zich zonder overleg inschreef aan een Amerikaanse universiteit weigerde mijn vader te betalen. Hij had er geen vertrouwen in. Jan kwam naar Nederland waar hij schulden maakte en vrienden oplichtte. Dat vertelde mijn vader mij. Hij weigerde na een tijdje Jans schulden af te betalen. Ondertussen werd zijn band met mij steeds hechter. Hij herkende meer in mij dan in zijn zonen en voor Bart was dat misschien moeilijk. Nu had mijn vader mij en kon hij de pot op.''
,,Na de moord liep ik alleen nog maar met mijn hoofd naar beneden. Ik begon ook wat te drinken, geen flessen, maar toch wel een flesje wijn per avond. Over mijn vaders dood praatte ik niet, ik wilde gewoon weer verder gaan met ademen. Een maand erna werd ik onverwacht zwanger. Mijn vader was net dood en hier begon weer een nieuw leven. Ik besloot het kind te houden, al wilde mijn vriend dat niet. We hadden felle ruzies tot ik een echo liet maken. Het kind was dood. Ik verbrak mijn relatie en probeerde door te gaan met mijn leven. Toen ik heftig uitviel tegen mijn baas en ontslagen dreigde te worden, kwam de ommekeer. Ik meldde me ziek en liet me opnemen in een psychotherapeutische kliniek.''
,,Mijn vorige vriend vond dat ik contact moest houden met de moordenaar. Ik moest ook oor hebben voor het verhaal van mijn halfbroer. Maar ik kon het gewoon niet, ik vond het zo erg wat hij gedaan had. Hij is al lang weer vrij en ik geloof dat hij in dezelfde stad woont als ik. Soms heb ik het gevoel dat ik mijn vader moet wreken. Als ik nog een half jaar te leven had, schoot ik hem dwars door zijn knieƫn. Maar zoiets doe je uiteindelijk toch niet. Ik sluit niet uit dat ik hem ooit nog eens wil zien.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.