Van onze parlementsredactie DEN HAAG - Rijkere lidstaten van de Europese Unie zullen voor hun regionale beleid in de toekomst in principe moeten afzien van steun uit Brussel. De huidige lidstaten moeten financieel inschikken om ruimte te scheppen voor de toetreders uit Oost-Europa.
Dit schrijft de Sociaal-economische raad (Ser) in een advies aan de regering over de Agenda 2000 van de Europese Commissie. Er staan voorstellen in voor een nieuw financieel kader voor 2000 tot 2006.
De Ser vindt dat de EU niet ver genoeg gaat met voorstellen om de structuurfondsen van de EU, waarvan vooral de armere regio's profiteren, te hervormen. Rijkere landen zouden moeten afzien van steun uit die fondsen. De bijdragepercentages van de fondsen moeten worden verlaagd tot 25 procent voor de rijkere, en 50 procent voor de armere landen. Zo ontstaat ruimte voor steun aan de Midden- en Oost-Europese toetreders. De omvang van de EU-begroting moet immers binnen de eerder overeengekomen 1,27 procent van het bruto nationaal product van de EU blijven. Met dit financiƫle plafond is de Ser het eens.
De Ser ziet weinig ruimte om de netto-bijdrage van Nederland aan de EU-begroting te verlagen, alleen al omdat daarvoor unanimiteit in de EU vereist is. De Ser adviseert wel om grotere doelmatigheid aan de uitgavenkant van de EU-begroting na te streven, ook al kan Nederland zich hiermee in eigen vlees snijden. Grotere doelmatigheid kan immers botsen met het streven om meer uit de EU-pot te ontvangen. Indirect zou Nederland hiervan kunnen profiteren, omdat door grotere doelmatigheid de uitgaven omlaag kunnen en daarmee de Nederlandse bijdrage.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.