Milieucynisme In Trouw van 3 december schrijft Kees Klop over het gevaar van het milieucynisme. Burgers geloven niet meer in milieupolitiek als politieke partijen hun verkiezingsbeloften niet waarmaken, en als instellingen als de Wetenschappelijke raad voor het regeringsbeleid verklaren dat “alle milieubeleid een kwestie van afweging is”. Klop: “Dat advies is door de realo's in de politiek overgenomen. Maar ook door Paul Kalma in zijn 'Wonderbaarlijke terugkeer van de solidariteit' (pagina 32).”
Laat de WRR maar voor zichzelf spreken; Klops weergave van mijn boek is in ieder geval verkeerd. In 'De wonderbaarlijke terugkeer' kritiseer ik juist de neiging om het milieu aan de economie ondergeschikt te maken; om het milieu “als kneedbare randvoorwaarde in plaats van als uitgangspunt te nemen”.
Aan compromissen, zo erken ik, valt daarbij niet te ontkomen. “Maar dan moet er ook wel van echte compromissen sprake zijn. Het huidige politieke klimaat lijkt daar niet gunstig voor. Het milieu kreeg tot het eind van de jaren tachtig uitvoerig aandacht, maar is inmiddels weer een paar treden lager op de politieke agenda komen te staan. De stelling van L. Reijnders dat de grote politieke partijen het milieutij hebben laten verlopen, en de kans op een ecologische doorbraak in het beleid hebben verspeeld, verdient wat dat betreft serieuze aandacht.” (pagina 32/33).
Klop plaatst mij in de hoek van degenen die het milieucynisme bevorderen. Daar kan hij beter anderen voor uitzoeken - in alle grote partijen. Amsterdam Paul Kalma
Psychiater (5) Een aantal briefschrijvers op deze pagina meent kennelijk dat 'gewoon menselijk leed' binnen één of andere vorm van hulpverlening opgevangen moet worden, de psychiater, de huisarts, de pastor, de humanisticus. Ik vind dat hulp voor 'gewoon menselijk leed' eigenlijk thuishoort binnen de normale relaties die mensen hebben, en niet in de eerste instantie binnen de professionele hulpverlening. Het verlies van een dierbare, het verlies van je werk, je huwelijk of je gezondheid veroorzaakt emoties en rouwgevoelens, die normaal en zelfs nodig zijn. Omdat wij als maatschappij kennelijk moeite hebben met deze gevoelens gaan we ze liever uit de weg.
Daardoor kunnen mensen vastlopen in hun 'gewoon menselijk leed' en terechtkomen bij een professionele hulpverlener. Dat daarbij zingevingsvragen aan de orde komen, lijkt vanzelfsprekend. Amersfoort K. Jonkers-Hordijk
Evangelisch “De evangelische beweging zoekt haar kracht duidelijk niet in het stellen van lastige vragen”, was de laatste zin uit het artikel van Wera de Lange over de bundel 'Vurig verlangen' van het Evangelisch werkverband. (Trouw, 14 november).
De lastige vraag, die ik als Trouw-lezer wil stellen, in het bijzonder aan de redactie van de kerkpagina is: Waarom sluit Trouw zijn hart voor de evangelische beweging binnen de kerken? Als evangelisch kerklid, en beeldend kunstenaar, loop je heel vaak met lastige vragen in je hoofd. Als je de kerkpagina opslaat worden je hoofd en hart daar niet blijmoediger van. Waarom de bundel 'Vurig verlangen' afschieten, al voordat ik deze heb gekocht? Wij zagen Hans Eschbach, een der schrijvers uit de bundel, in het EO-programma 'Het elfde uur' en waren erg enthousiast over wat hij vertelde over meer ruimte binnen de reguliere kerken voor de evangelische geloofsbeleving. Bunnik Hanneke van 't Oever-Brandsma
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.