De auteur is hoogleraar sociale geneeskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Toen de euthanasieregeling tot stand kwam meenden we dat voor het levensbeëindigend handelen voldoende waarborgen waren ingebouwd om te voorkomen dat artsen direct met justitie in aanraking zouden komen als ze bepaalde gevallen meldden. Immers, er was van justitiezijde melding gemaakt dat artsen niet zouden worden vervolgd als ze zich aan de regels zouden houden. Er werd op gerekend dat artsen, meer dan tot nu toe het geval was, tot het melden van levensbeëindigend handelen zouden overgaan. De procureurs-generaal zouden de gevallen gezamenlijk bespreken en daarmee de vinger aan de pols houden.
Het leek er dus op dat we de discussie zouden kunnen sluiten. In een artikel dat ik toentertijd in Podium schreef naar aanleiding van het tot stand komen van de euthanasieregeling, wees ik er al op dat de discussie pas aan het begin stond. Immers, door de voortschrijdende medische techniek, de andere wijze van denken over leven en dood, het beginnende gesprek van wat wel tot het medisch handelen behoort en wat niet, zal de levensbeëindiging steeds meer in beeld komen. Met andere woorden, de regeling van de euthanasie betekende dat tegelijkertijd het tijdperk was ingeluid van de toenemende problematiek op dat gebied. Het levensbeëindigend handelen is om zo te zeggen nog lang niet geregeld.
Een van de grote problemen is het levensbeëindigend handelen bij wilsonbekwamen. We werden er onlangs uitgebreid mee geconfronteerd toen zowel een gynaecoloog in het westen van het land als een Groningse huisarts voor de rechtbank hun handelen moesten verdedigen. Beiden hadden het leven beëindigd van een zwaar gehandicapte baby, bij wie medisch ingrijpen alleen maar als zinloos kon worden bestempeld.
In een uitgebreid interview met beide artsen in Trouw van 9 december werd duidelijk dat men aangifte had gedaan om te voorkomen dat het toch op de een of andere manier uit zou komen en men dan extra in de problemen zou komen. Huisarts Kadijk stelde dat als hij alles had geweten, hij het niet weer zou melden. Met name omdat de officier van justitie hem had verzekerd dat hij zorgvuldig had gehandeld en dat er daarom van vervolging geen sprake zou zijn, had hij geen moment gedacht dat er een rechtszaak van zou komen.
Belangrijk uit dit interview is ook nog dat het begrip 'noodtoestand', op grond waarvan de beide artsen van rechtsvervolging waren ontslagen, niet deugt. De gynaecoloog Prins zegt in het interview dat het meer een noodtoestand van de justitie is dan van de artsen. Immers, men houdt bij justitie vast aan het feit dat er weliswaar een 'moord' gepleegd is, maar dat er een noodtoestand heerste die er voor zorgt dat er geen vervolging plaatsvindt. En dat is voor artsen die zorgvuldig hun werk doen onverteerbaar: van moord worden beschuldigd, terwijl ze menen dat het werk dat ze doen binnen het normaal medisch handelen valt.
Wat is normaal medisch handelen? Het grote ethische uitgangspunt van normaal medisch handelen is om het goede voor de patiënt te zoeken en uit te voeren. Altijd dient de arts zich af te vragen of datgene wat hij van plan is te doen, bijdraagt aan het heil van de patiënt.
Terecht merkt Jochemsen in het blad van de Lindeboomstichting op dat de huidige meldingsregeling aangeeft dat opzettelijke levensbeëindiging niet tot het normale medische arsenaal behoort, want dan zou het niet bij justitie aangegeven hoeven te worden. Ook in het KNMG-standpunt wordt euthanasie niet als normaal medisch handelen bestempeld. Jochemsen onderstreept ook nog eens dat levensbeëindigend handelen niet tot het normale werk van de medici behoort.
Toch moeten we hier meer mee. Het gaat niet op, iets wat niet tot normaal medisch handelen behoort, maar onder de strafwet te houden en telkens justitie over de vloer krijgen als artsen. Het is immers wel degelijk zo dat we door de voortschrijdende medische technologie steeds meer te maken krijgen met situaties die onhoudbaar zijn, waar we in wezen doorgeschoten zijn met de behandeling. Het behoort dan ook tot het medisch handelen om daarmee op een goede wijze om te gaan, tot heil van de patiënt. Dat kan betekenen dat de behandeling wordt gestaakt met de dood als gevolg of zelfs een behandeling met geneesmiddelen die ook een versneld levenseinde tot gevolg heeft. En in sommige gevallen is het een zo ondraaglijke toestand dat er actief ingegrepen zal worden.
Natuurlijk bestaat er verschil tussen het levensbeëindigend handelen bij mensen die daarvoor toestemming geven en bij wilsonbekwamen. Het kan niet zo zijn dat hiervoor door anderen toestemming kan worden gegeven, al spelen uiteraard bij pasgeborenen de ouders een zeer grote rol en is instemming van hen natuurlijk noodzakelijk.
Het is duidelijk dat we op zoek zijn naar een vorm waarin zowel aan de artsen tegemoet wordt gekomen als waarin ook de bescherming van de maatschappij tegen uitwassen wordt gegarandeerd. Immers, levensbeëindiging blijft een ernstige zaak en we moeten daar heel voorzichtig mee omgaan. Terecht stelde een getuige-deskundige in het proces tegen de huisarts Kadijk dat pijn geen reden hoeft te zijn om het leven te beëindigen. Er zijn hierover tussen medici duidelijk verschillen en daarom zal in elk individueel geval hierover moeten worden overlegd.
Mijn voorstel zou zijn om een vertrouwenscommissie in te stellen van artsen en juristen. Deze zou in een regio werkzaam moeten zijn en de artsen uit die regio zouden de commissie goed moeten kennen. Deze commissie zou niet alleen als een meldingscommissie moeten optreden om de zaak te toetsen, maar het zou verplicht moeten worden gesteld dat de commissie voorafgaand aan elke intentie tot levensbeëindigend handelen wordt geconsulteerd. Samen met de behandelend arts of het team dat heeft beslist dat er tot levensbeëindiging zou moeten worden overgegaan, zal een handelingsplan moeten worden opgesteld, waarbij naar het goede voor die bepaalde patiënt in die omstandigheden zal worden gezocht.
Als de commissie gezamenlijk met de arts de verantwoordelijkheid voor de levensbeëindiging op zich neemt, zal dit een garantie zijn dat er volgens medische en juridische maatstaven is gehandeld. De vervolging door justitie van de betrokken arts zal dan tot het verleden behoren. Immers, de juristen in de commissie hebben al getoetst of de gang van zaken niet tegen de bepalingen in gaat.
Een probleem blijft, dat ook met een vertrouwenscommissie niet gewaarborgd wordt dat alle gevallen van levensbeëindigend handelen worden gemeld. De artsen zouden een gang van zaken als die welke hierboven wordt geschetst, te omslachtig kunnen vinden of in geval van twijfel te bedreigend. Echter, gelet op de toch wel integere wijze waarop de medische wereld omgaat met euthanasie en levensbeëindiging bij wilsonbekwamen, lijkt mij dat er op mag worden vertrouwd dat alles in goede banen geleid zal worden.
Het mag echter niet zo zijn dat de discussie rond dit belangrijke gebeuren tot zwijgen wordt gebracht, ook al zal een bevredigende regeling worden getroffen. Het gaat hier om leven en dood en om het ingrijpen in het leven van een mens. We zullen ons steeds dienen te realiseren dat ook thans nog geldt dat we eerbied dienen te hebben voor dat geschapen leven. De mens is niet zo maar een wezen, maar in de bijbelse traditie een wezen dat volgens psalm 8 door zijn Schepper is betiteld als 'bijna goddelijk'. En dat verplicht ons tot de grootst mogelijke zorgvuldigheid.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.