*

 
dossier

Archief

Van hoogleraar Tak mag Steenhuis weer officier worden

ADRI VERMAAT − 26/01/98, 00:00

NIJMEGEN - Procureur-generaal mr. D. W. Steenhuis heeft zich 'knap stom' gedragen door een betaalde nevenfunctie bij het bureau Bakkenist te aanvaarden. Tegelijkertijd mag minister Sorgdrager van justitie worden verweten dat zij, eenmaal op de hoogte van Steenhuis' bijbaan, hem op dát moment 'niet de deur wees'.

Dit zegt de hoogleraar rechtswetenschap P. J. Tak van de Katholieke Universiteit Nijmegen. Koud terug uit Japan noemt hij de ontwikkelingen binnen justitie 'niet fraai'. “De aanvaring tussen het college van pg's en de minister bewijst dat een goede afstemming en een juiste afweging ontbreekt. Over de oorzaak kunnen we kort zijn. Het vertrouwen tussen minister en pg's is weg. Maar dat is al lang zo.”

Tak vindt Sorgdrager 'niet de sterkste en meest soepel reagerende' minister van het kabinet. De hoogleraar wijst op de vele aanvaringen die zij tijdens haar bewind met de pg's had en 'dit niet alleen in procedurele sfeer'. “De minister legt adviezen van haar ambtenaren te gemakkelijk naast zich neer”, is zijn oordeel. “Dat zag je terug in de euthanasiezaken rond de artsen Prins en Kadijk. Willens en wetens moest de strafrechter er toen van haar aan te pas komen. Dat bracht alleen maar problemen, met als resultaat dat Sorgdrager uiteindelijk nul op het rekest kreeg.”

Maar de hoogleraar heeft ook forse kritiek op Steenhuis. Dat hij een nevenfunctie aanvaardde bij Bakkenist, een bureau waarmee de pg op het gebied van de automatisering een zakelijke band onderhield, noemt hij de eerste fout. “Op dit niveau moeten mensen niet bijklussen”, vindt Tak. “Ik weet echt niet wat iemand daartoe drijft. Een voordracht houden kan nog net. Het is ook een wezenlijk verschil of je adviseur bent van de bejaardenbond of van de categorie Bakkenist.”

Steenhuis maakte vervolgens de fout om minister Sorgdrager niet op zijn adviseurschap bij Bakkenist te wijzen, toen de minister dit bureau opdracht gaf de relatie tussen politie en justitie in Groningen te onderzoeken, meent Tak. “Op dat moment had Steenhuis de minister onverwijld extra moeten waarschuwen. Hij had moeten zeggen 'Beste minister, u schakelt Bakkenist in, maar dat kan echt niet, dat lijkt me heel onverstandig, want ik heb daar een bijbaan'. Het is suf dat Steenhuis dit naliet, want er zou op dat moment nog een mouw aan te passen zijn geweest. Hij zweeg en toen de minister alsnog van die nevenfunctie op de hoogte kwam, had zij direct maatregelen tegen hem moeten treffen. Ze had hem de deur moeten wijzen.”

Dat Sorgdrager aan oud-president J. van Julsingha van het gerechtshof in Arnhem en de Leidse hoogleraar H. Franken van de faculteit der rechtsgeleerdheid advies heeft gevraagd over maatregelen tegen Steenhuis, noemt Tak vanuit de positie van de minister begrijpelijk. “Het vervolg rond Steenhuis is nu vooral van rechtspositioneel belang en als Sorgdrager hem wil ontslaan, moeten de gronden hiervoor wel aanwezig zijn. Dergelijke zaken kosten immers 'goud geld' en daarenboven kampt de minister met het forse probleem dat eerder al zoveel mensen van haar departement weg moesten.”

Tak noemt in dit verband de namen van secretaris-generaal Suyver, tweede secretaris-generaal Van Dijk, directeur-generaal rechtspleging Van Brummen, directeur politie Wooldrik, directeur-generaal jeugdbescherming en zorg voor delinquenten Greven, directeur voorlichting Van Rhee en de meest bekende van allen, de Amsterdamse pg Van Randwijck. “Ik zeg niet dat hun vertrek in alle gevallen een gemis is maar er waren ook voortreffelijke mensen bij”, meent Tak. “Zo kon ik het vertrek van Wooldrik begrijpen, maar dat van Greven is doodzonde. Los daarvan zijn operaties als deze kostbaar. Dan mag de begroting hiervoor worden uitgerekt, feit blijft dat diezelfde begroting daar niet voor is bedoeld.”

Tak zou het hoogst onverstandig vinden wanneer Sordrager de huidige samenstelling van het college van pg's halveert door voorzitter mr. A. Docters van Leeuwen en Steenhuis te ontslaan. “Hoe moet het in dat geval verder? Eén van beiden weg, kan nog. Maar als er twee verdwijnen, is het college ontmand en onthand. Dit terwijl dit bureau net van de grond is getild. Het probleem is ook dat voor dergelijke functies geen opleidingsinstituut bestaat. Het zijn banen, waarop je je niet kunt prepareren. Aangezien Steenhuis op zich een prima en deskundige vent is, zou ik zelfs met hem voorzichtig zijn. Hij is stom geweest en dat vraagt om een maatregel. Maar ik zou hem, nu Sorgdrager hem niet meteen de wacht heeft aangezet, terugplaatsen in een functie van hoofdofficier van justitie. In dat gezelschap bevindt zich zeker een geschikte vervanger voor Steenhuis in het college van pg's. Twee pg's ontslaan betekent dat je de klok drie jaar terugzet.”

De hoogleraar kan zich tenslotte niet voorstellen dat de actie van de pg's van donderdag te maken heeft met afgunst jegens Sorgdrager, zélf voormalig pg. “Afgunst kan haast niet, want minister zijn is een rot klus. Wél kan het zijn dat de pg's denken 'Meisje, je hebt zo'n snelle carrière gemaakt, ergens moet je toch je Waterloo vinden'.'

mailIcon print |