Het nieuwste boek van René Diekstra (Op gedachten gebracht) heeft een opmerkelijk eerste hoofdstuk. Het is een parabel over kardinaal Simonis, die aan het eind van een wandeling met een collega-priester, tijdens een retraite in de Kaukasus, ineens voor een rivier staat. Samen besluiten ze in ondergoed naar de overkant te zwemmen. Ze zullen net het water in, als een vrouw opduikt die ook naar de overkant moet, maar niet kan zwemmen. Simonis aarzelt niet en neemt haar op zijn rug. Aan de overkant dankt de vrouw hem hartelijk en verdwijnt tussen de bomen.
Na dit oude verhaal (zoals Diekstra in een voetnoot meldt) belanden we bij een Ik-figuur die 'nog nadenkend over deze merkwaardige scène' de krant uit de bus haalt en tot zijn verbazing ziet dat de voorpagina leeg is op een klein bericht na, waarin met welgemeende excuses wordt uitgelegd dat er die dag geen nieuws was. Dat irriteert de Ik-figuur zeer en hij besluit met het Simonis-verhaal zelf voor nieuws te zorgen. De volgende dag meldt de krant: 'Kardinaal met jonge vrouw op zijn rug betrapt tijdens zwemmen op vakantieverblijf'.
Diekstra's parabel draait dan terug naar de Kaukasus, waar de kardinaal per fax geconfronteerd wordt met wat de pers schrijft. 'Rome kan of wil niet anders dan de zaak onderzoeken' wordt hem meegedeeld. Intussen maakt de Ik-figuur zich zorgen dat 'zijn item' zal verdwijnen en raadpleegt een 'door de wol geverfde dagbladvuller', die hem adviseert 'bellen, bellen en nog eens bellen, suggereren dat je een spoor hebt en indien nodig dreigen'. Dat leidt tot nieuwe verhalen die door ze selectief uit te vergroten tot misstappen kunnen worden verdraaid. Tenslotte treedt Simonis af.
De hoofdpersoon is niet blij met dat 'succes'. Integendeel, depressief zinkt hij letterlijk weg naar de bodem van een rivier waar hij verbijsterd Simonis ontwaart, die hem onder water vraagt 'Denk je dat het zin heeft om rectificatie te vragen?' Met die scène wordt de Ik-figuur wakker van de krant die op de mat valt met een voorpagina, die leeg is als eerbetoon aan al degenen voor wie de opwinding ('een monster dat niets....ongeschonden loslaat') te veel is geweest.
Diekstra geeft zelf geen uitleg van de parabel. Dat zullen we dus zelf moeten doen, waarbij de sleutelscène die is, waarin Diekstra en Simonis naast elkaar als verdronken slachtoffers van het 'Monster opwinding' op de bodem van de rivier zitten. Simonis wilde een vrouw in problemen helpen, en deed daartoe iets, dat als kwaad uitgelegd kon worden. Het knappe van de parabelvorm is, dat Diekstra het niet direct zo zegt, maar door het gemeenschappelijk drenkelingsschap wel suggereert, dat hij op dezelfde onoirbare wijze onderuit is gehaald. Ook hij wist, dat zijn plagiaat verkeerd uitgelegd kon worden. Hij deed het toch, om anderen te helpen. Zoals Simonis die vrouw hielp.
Door Diekstra's aldus verhulde betuiging van onschuld en slachtofferschap begreep ik veel beter hoe pastores, psychiaters en andere hulpverleners er toe komen in hun patiënt/cliënt relatie doodnormale beroepsnormen te overtreden en zich tegelijk voor de gek houden met de gedachte dat er niets aan de hand is.
Ze zien hun taak als zo verheven en zichzelf bij het vervullen daarvan als zo belangrijk, dat zij zich niet kunnen voorstellen dat iemand hen van iets onoirbaars kan verdenken bij wat zij voor die taak gedaan hebben. Hun doel heiligt de middelen en klachten of zelfs zwartboeken over hun optreden zien ze als uitingen van frustratie, of zoals Diekstra, van kwaadaardigheid, sensatiezucht en jaloezie. Nergens zien ze hun eigen fout.
Diekstra is psycholoog en heeft met zijn plagiaat elementaire regels van niet alleen wetenschappelijk maar ook doodgewoon menselijk fatsoen geschonden. Toch ziet hij zichzelf als net zo'n slachtoffer als de door hem verzonnen Simonis.
Kan een volledig gebrek aan zelfinzicht hand in hand gaan met diepgravende inzichten in de psyche van anderen? Wat moet ik met een psycholoog die op de achterflap van zijn boek beweert 'psychologische inkijk-operaties in het dagelijks leven' te bieden, maar al in het eerste hoofdstuk niet in staat blijkt tot een goede inkijkoperatie in zijn eigen ziel? Dat laatste, veel meer dan het plagiaat, zal Diekstra in de toekomst opbreken. Maar ik vrees, dat hij altijd zalblijven beweren dat hij slachtoffer is van het 'Monster opwinding'.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.