Het wordt morgen een prachtige schaatsdag. Voor wie het heeft gemist: de vereniging De Friesche Elf Steden organiseert een buitengewoon lange toertocht voor de leden die niet langer kunnen wachten op een Elfstedentocht. Het parcours is bijna gelijk aan dat van de wedstrijdtocht en sommige buitenlandse persbureaus hebben zich laten overtuigen dat het wel degelijk om de vijftiende editie daarvan gaat, maar de Nederlanders weten beter: bij de echte Elfstedentocht laten de rijders zich niet rijden zodra ze bij stad nummer twee aankomen.
De echte Elfstedentocht, dat is een natuurverschijnsel. Op een dag gaat het vriezen. Het vriest een paar dagen. Je denkt aan een toertocht en je kijkt om je heen of het alweer de tijd is om het E-woord te noemen. En dan vriest het nog een dag en dan sil it heve: je noemt het en iedereen neemt het in de mond en krijgt al pijn in de benen bij de gedachte en wat zou het toch mooi zijn als.
En dan ben je machteloos. Je doet wel alsof het anders is, je zet eens een brug open, blaft het waterschap af, jaagt een koppel eenden uit hun laatste wak, maar je weet: je bent machteloos en je slaapt verbitterd over die machteloosheid in en 's ochtends toets je meteen teletekst 704 om je lot te vernemen. En soms, heel soms, staat daar een week lang zo'n bloedmooie rij dubbele cijfers met een min ervoor en dan weet je: we mogen.
Kijk, Kroes, dát is nu een natuurverschijnsel. Maar daar konden we kennelijk niet meer mee leven. Het bestuur moet zich deze zomer op een wel heel warme dag in het hoofd hebben gehaald dat 1986 wel lang geleden is, dat de Elfstedentocht zeldzaam dreigt te worden, dat je hem ook maar moet houden als van de elf steden er één nog geen doortocht van zeventienduizend mensen kan hebben.
Ik zie het voor me. Februari 2011, de vijftiende Elfstedentocht wordt gehouden en opa haalt zijn kruisje te voorschijn. Oom Rinze ook en samen halen ze herinneringen op terwijl de kleinkinderen ademloos luisteren. Dan vraagt oom Rinze onverhoeds: “Zeg, wat was ook al weer jouw startnummer?” En dan gaat opa met de pest in zijn lijf naar bed omdat hij bij die duizend zat die de kluunbus bij Sneek moesten nemen.
Rinze niet. Daarom moest hij het vragen. Dat is een natuurverschijnsel.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.