*

 
dossier

Archief

Muziek en weemoed stijgen op vanuit de Parijse ondergrondse

BELINDA VAN DE GRAAF − 15/01/98, 00:00

Toegegeven, een premièrepubliek is wat misleidend. Het is rumoeriger en enthousiaster en niet zelden worden er luidkeels kreten van herkenning geslaakt. Daarmee is niet gezegd dat zo'n niet geheel onpartijdig publiek je kijkervaring altijd positief beïnvloed. Sterker nog, je bent tijdens zo'n première misschien wel meer dan anders op je hoede.

Zo ook bij het zien van Heddy Honigmanns muzikale documentaire 'The underground orchestra' die op het afgelopen International Documentary Filmfestival Amsterdam in première ging. Halverwege de film barstte het publiek los in luid applaus, maar het opmerkelijke is, dat dit huldeblijk niets meer te maken had met vooringenomenheid.

Het applaus kwam recht uit het hart en werd gegenereerd door een swingend trio dat zich - compleet met gitaar en contrabas - tussen het Parijse metropubliek had opgesteld, evenals Honigmann overigens die het aanstekelijke nummer en de reacties van het publiek stiekem met haar camera had vastgelegd. Stiekem, omdat er na de bomaanslagen in Parijs geen vergunningen meer werden verstrekt om in de metro te filmen.

Het bijzondere van 'The underground orchestra' is, dat Honigmann niet zomaar een stel muzikanten filmt die zowel in de metro als in de Parijse straten hun brood bij elkaar verdienen, maar dat het in de meeste gevallen om getalenteerde muzikanten blijkt te gaan die als balling in Parijs terecht zijn gekomen. Honigmann bezoekt ze ook in kleine Parijse achterkamertjes waar ze door haar met veel ontzag voor hun situatie geïnterviewd worden.

Zoals Dragan en Djordje, twee broers die met viool en gitaar gevlucht zijn uit Bosniƫ. Of Mario, de harpist uit Venezuela. Of Georges, de cellist, en Eliad, de violist die verknocht is aan zijn elektrische gitaar. Vader en zoon moeten samen in Parijs een nieuw bestaan zien op te bouwen.

'Muziek en melancholie', zo luidt de ondertitel van 'The underground orchestra' en daarmee is Honigmanns onvergetelijke muzikale tocht door Parijs raak getypeerd. Uit de muziek en de liedjes die hier ten gehore worden gebracht en die door Honigmann gelukkig nergens hinderlijk afgekapt worden, klinkt keer op keer een zuivere weemoed die je, in combinatie met vaak aangrijpende verhalen over het vaderland, onherroepelijk naar de keel grijpt.

Daarbij is 'The underground orchestra' allesbehalve een treurige film. Het is prachtig om te zien hoe muziek deze mensen op de been houdt en de kracht geeft om verder te gaan. Dat moet je niet alleen gaan zien. Dat moet je vooral ook horen.

mailIcon print |