'Honderd jaar Nederlands stoelontwerp 1895-1995', t/m 18 juni in De Beyerd, Boschstraat 22 in Breda, di t/m vrij 10-17 uur, za en zo 13-17 uur.
Fehlbaum spreekt uit ervaring: als directeur van de Duits-Zwitserse stoelproducent Vitra heeft hij tientallen stoelen laten ontwerpen. Veel van die stoelen zijn klassiekers geworden, Vitra-meubilair is toonaangevend in de designsector.
Stoelen van Fehlbaum staan niet op de expositie 'Honderd jaar Nederlands stoelontwerp' in De Beyerd in Breda. De reden: de expositie richt zich uitsluitend op ontwerpen van Nederlanders en Vitra haalt die niet in huis, met uitzondering van de in Nederland woonachtige Tsjechische ontwerper Borek Sipek.
En van Sipek staat in Breda wèl een zitmeubel. Sipek is een van de weinige levende ontwerpers in deze sector die over de grens naam hebben gemaakt. Want hoewel Nederland voor de Tweede Wereldoorlog een flink aantal meubelontwerpers telde die internationaal gekend waren (Rietveld, Dudok, Oud en Stam staan in elk historisch overzicht), kon die lijn na de oorlog niet worden voortgezet. In de naoorlogse jaren zijn geen namen aan te wijzen van het kaliber van Charles en Ray Eames en Le Corbusier. Dat maakt deze tentoonstelling, die door collectionneur Frits Becht is samengesteld, wel duidelijk: Nederlands meubelontwerp telt Europees gezien niet mee.
Het Nederlands meubelontwerp kent evenwel geen gebrek aan kwaliteit. De Nederlandse designer kiest voor een degelijke uitstraling, zonder modieus vertoon. Hij (want vrouwen komen bij Becht tussen de vijftig mannen niet voor) is wars van trends. Een ontwerp moet tien tot vijftien jaar mee kunnen, sneller vernieuwt het gemiddelde gezin in dit land zijn inrichting niet. Veel stoelen in Breda zijn nog altijd het aanzien waard. Ontwerpers als Friso Kramer, Jan des Bouvrie en Gijs Bakker, maar ook de 'middengeneratie' met Rob Eckhard, Ed Annink en Ton de Haas laten zien dat ze fundamentele eisen ten aanzien van het zitten op acceptabele wijze hebben vormgegeven.
Hun ontwerpen passen nog steeds moeiteloos in een ontwikkeling die al voor de oorlog begon. Nederlandse stoelontwerpers ontkomen nimmer aan de filosofie die al in de tijd van het Bauhaus werd gedicteerd en waarbij passer en lineaal de geijkte instrumenten waren. Paul Schuitema en W.H. Gispen lieten de mens al in een cirkel of kubus plaatsnemen, een halve eeuw later deed Martin Visser het niet anders. Waar kaalheid troef is - ornamentiek en versieringen zijn sinds lang uit den boze - wordt de fantasie uitgesloten. Stoelen zijn zitmachines geworden, die uitdrukken dat de gebruiker rust moet nemen. Op de expositie is Sipek een uitzondering: met zijn organische vormentaal doorbreekt hij de alom heersende geometrische mode. Daarmee is hij op de expositie de meest vergaande ontwerper, waardoor het er op lijkt dat hij een geïsoleerde plaats inneemt. Dat vloeit voort uit de keuzes die weinig sympathie voor de jongste generatie inhielden. Juist bij hen bestaat echter nogal wat aversie tegen de puur Hollandse kaalheid.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.