*

 
dossier

Archief

Gelukkig, La Scala staat er nog

FRANZ STRAATMAN − 08/02/96, 00:00

Afgelopen weekeinde zat ik in de Scala. Gelukkig, het staat er nog, dat wereldberoemde operahuis. Hoe zou de internationale pers hebben gereageerd als niet La Fenice maar La Scala volledig was uitgebrand? Nu al drukten kranten op hun voorpagina grote foto's af van de rokende resten van het theater in Venetië. Verslagen en historische terugblikken deden het voorkomen alsof het hart uit de Italiaanse operatraditie was weggebrand.

Wie bezocht ooit dat operahuis? Natuurlijk: Venetië kent iedereen: je holt naar de San Marco, naar het Dogenpaleis en nog zo wat attracties om op een brug over de Rialto uit te hijgen. Maar het operahuis, wie zou daar nou aan denken?

Eerlijk: ik ben er nooit geweest. Je hoorde er ook nooit wat over. Wie wist dat het theater dicht was wegens restauratie? Als het Londense Covent Garden na jaren uitstel volgend seizoen een grondige verbouwing ondergaat, dan is dat nieuws. Over de moeizame aanloop er naar toe, van protesten uit de buurt, tot torenhoge financieringstekorten, spuwden de persbureaus al vele regels tekst wereldwijd. Maar La Fenice?

Neen, wie naar Italië gaat en Milaan bezoekt, krijgt als eerste vraag: 'Ben je in de Scala geweest?' Want dàt theater kent iedereen wèl. Ieder jaar begin december immers sturen de persbureaus hun cliché-verhaal rond de wereld over de opening van het Scala-seizoen, steevast gepaard gaande met een rel: de technici dan wel de musici staken, de solisten worden uitgefloten, of chefdirigent Riccardo Muti krijgt kritiek op zijn artistiek beleid. Als dat er allemaal niet is, zijn er altijd nog de bontmantels, juwelen en gala-kostuums van het (altijd rijk geachte) première-publiek om te beschrijven. Overigens: ook bij gewone voorstellingen wemelt het van bontmantels (geliefd bij alle Italiaanse vrouwen), glitterjaponnen en smokings.

Rond de Scala zwerven vele toeristen; ze bestuderen de affiches en laten zich door zwarthandelaren verleiden om veel te duur een kaartje te kopen, want over het aanplakbiljet hangt een strook 'uitverkocht'. Gelukkig is er altijd nog het museum, waarvan de expositie-zalen doorlopen in een aantal loges met fraai uitzicht op de immense zaal en het beroemde podium, zodat iedereen thuis kan zeggen: 'Ja, ik ben in de Scala geweest'.

La Fenice schijnt ook een museale collectie te hebben bezeten. Of die zo uitgebreid en belangrijk was als die in La Scala? Ik kan het me niet voorstellen. De collectie in Milaan gaat terug tot de antieke tijd met talloze voorwerpen waarop maskers, dansers, muzikanten. Overvloedig zijn de laatste twee eeuwen vertegenwoordigd, want La Scala ontwikkelde zich sinds de opening van het theater in 1778 als hèt centrum van de opera-cultuur. De wanden hangen propvol met schilderijen van sterren uit vervlogen tijden tot en met recente sterren als Maria Callas (1923-1977) op een even elegant als spannend portret. De handen (in gipsafgietsel) van Arturo Toscanini en zijn dirigeerstokjes, de piano waar Verdi zijn eerste lessen op kreeg, het doodsmasker van Puccini, maar ook instrumenten (fluiten, hobo's) van Scala-musici, en partituren (eerste drukken); de hele opera-geschiedenis ligt hier samengebald.

En die geschiedenis leeft, gaat door. Ik zat in de Scala (kaartje niet op de zwarte markt gekocht!) en zag de laatste van elf voorstellingen van 'Madama Butterfly'. Bij het applaus werden vanuit de bovenste loge bij de toneellijst bloemen over de solisten gestrooid, maar de grootste lading (inclusief drie boeketten) was voor dirigent Riccardo Chailly. Hij is de eerste van de jongere generatie Italiaanse maestri die Butterfly doet in La Scala. Hij blijkt duidelijk favoriet bij publiek èn orkest. Het was de 82-jarige Gianandrea Gavazzeni die in 1990 'Butterfly' deed; in de twintig jaar daarvóór dirigeerden buitenlanders dit kassucces.

Gavazzeni overleed maandag, 87 jaar. Weer stokte, net als bij de brand in La Fenice, de adem bij menig Italiaans operaliefhebber. Want Gavazenni was ooit Scala-directeur, bevriend met talloze componisten en zangers. Maestro Gavazenni werd zeer hoog geacht. Niet voor niets kreeg hij gisteren een begrafenis zoals Toscanini, vanuit La Scala; zo'n drieduizend rouwenden stonden vóór het theater, terwijl het Scala-orkest in de lege zaal Beethovens 'Eroïca' speelde. Het propvolle Scala-museum zal ergens een plekje moeten vrijmaken.

En in de ruïnes van La Fenice wil de Duitse regisseur Achim Freyer 'Don Giovanni' van Mozart laten opvoeren. Zò leeft opera in Italië.

mailIcon print |