Eten. Iedereen doet het. Maar waar, hoe, wat en met wie? Een kleine serie met min of meer willekeurige antwoorden.
“Te veel zoet wil ik niet. Af en toe geef ik natuurlijk wel toe, maar het mag geen vreten worden”, vertelt Mirjam, die zelf weinig snoept. “Op feestjes eten ze natuurlijk wat ze willen, maar thuis zijn we zuiniger. Ik koop het gewoon niet.”
Om drie uur drinkt Mirjam met haar twee zoontjes een kopje thee, met koekje en rijstwafels met smeerkaas of pindakaas. “Het blijft natuurlijk nooit bij één koekje, het worden er altijd twee.”
Iedere doordeweekse ochtend doet Mirjam de boodschappen. Hoewel ze altijd een boodschappenlijstje maakt, verzint ze meestal pas onderweg of in de supermarkt wat er voor het avondeten moet worden gekocht. “Soms lukt het niet iets te verzinnen en dan eten we 's avonds gewoon brood.” In de winkel laat ze haar keus nooit afhangen van aanbiedingen. “Ik eet gewoon waar ik zin in heb.”
Ze houdt ook geen rekening met de kinderen. “Die eten toch maar kleine hapjes en de ene keer lusten ze iets wel en de andere keer niet. Daar kan ik niet aan beginnen.” Ook in de supermarkt bepalen de kinderen niet wat in het karretje terechtkomt. “Soms mogen ze een pak koekjes uitzoeken, maar daar blijft het bij.”
Net als de meeste kinderen houdt de oudste zoon, Sem, niet van groene groenten. Rauwe wortels gaan echter elke dag mee naar school als tussendoortje. “De jongste lust bijna alles. Eigenlijk zijn het allebei geen moeilijke eters.”
Zelf eet Mirjam zo min mogelijk vlees, gewoon omdat ze het niet lekker vindt. Geen vleeswaren op het brood en bij de warme maaltijd een enkele keer kleine gehaktballetjes. “Ik gebruik altijd veel kaas. Mijn partner Lies is een slagersdochter, en is gekker op vlees. Een enkele keer haal ik bij de slager speciaal voor haar een karbonade.”
Om half zes schuift Mirjam met Max en Sem aan tafel. Mirjam aan het hoofd, Max rechts en Sem links. “Dan heb je het beste overzicht. Daarom zat vroeger de man natuurlijk altijd aan het hoofdeinde.”
Lies komt pas een uur later van haar werk thuis en eet alleen. “We hebben wel geprobeerd later te eten, maar dat lukt gewoon niet. De kinderen krijgen rond vijf uur honger en vragen om een rijstwafel. Om half zeven is de honger dan over.”
Mirjam probeert het eten klokslag half zes op tafel te zetten. “Vaak kook ik al tijdens Max' middagdutje. Na het eten kunnen de kinderen nog even in bad, daarna kijken ze Sesamstraat en gaan naar bed.”
Het avondeten is geen rustpunt binnen het gezin. “Het is meer een opvoedingskwestie. Niet eten met de handen, niet praten met een volle mond, het eten niet rondsproeien, niet van het bord likken en ga maar door.”
Patat gaat er bij Max en Sem altijd in. Als ze iets niet lusten of te veel hebben opgeschept, hoeven ze het niet op te eten. “Maar ze krijgen dan ook geen boterham. Doordat we iedere dag een toetje hebben, krijgen ze 's avonds altijd wel iets binnen.”
In het weekeinde is de kookbeurt aan Lies. “Ze zoekt echt iets speciaals op in een kookboek en staat dan een middag in de keuken. Zij volgt het recept precies. Ik ben meer een knoeier en niet zo keurig. Stamppotten, daar ben ik goed in. Eigenlijk ben ik gewoon niet zo'n kookfan, al vind ik koken niet vervelend.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.