PARIJS (AP) - De Franse regering zal geen geld uittrekken voor het behoud van de overblijfselen van de haven bij Arromanches. Dit zegt minister van cultuur, Jacques Toubon. De geallieerden legden deze haven, die de naam Port Winston kreeg, aan bij de invasie van Normandië. De enorme betonnen caissons die de golfbrekers vormden voor de haven zijn nu overgeleverd aan de elementen.
De haven was na D-Day van zeer groot belang voor de bevoorrading van de geallieerde troepen op het continent. De haven, het enige bouwwerk dat geallieerden in Normandië hebben nagelaten, wordt gezien als een hoogstandje van de geallieerde genie.
Gérard Lecornu, een vooraanstaande actievoerder voor het behoud van de haven noemde het besluit van de Franse regering “schandalig”. “Het is nu moeilijk voor ze (de regering) te zeggen dat ze iets moeten doen, omdat ze daarmee toegeven dat ze het al vijftig jaar hadden moeten doen”, zei Lecornu.
Deskundigen zeggen dat 21 van de 120 blokken, die elk zo groot zijn als een flatgebouw met vijf verdiepingen, nog in perfecte of bijna perfecte staat verkeren en kunnen worden gered. Toubon besloot Port Winston niet op de monumentenlijst te zetten. De regering hoeft dan niet voor het onderhoud van de blokken op te draaien. De haven zal in plaats daarvan tot “locatie” worden bestempeld, hetgeen betekent dat de omgeving aantrekkelijk moet worden gehouden. Elk blok van 6 000 ton werd in Engeland gegoten en door 200 sleepboten over het kanaal gesleept om op de plaats van bestemming te worden verzonken. Een dag na D-Day werd met dit karwei begonnen. Via de haven zijn ongeveer 2,5 miljoen militairen, 500 000 voertuigen en vier miljoen ton aan voorraden aangevoerd.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.