*

 
dossier

Archief

Documentaire over incestdaders beheerst het leven van Hans Otten

HENNY DE LANGE − 13/01/96, 00:00

Vanaf 18 januari is 'Daders' te zien in Alfa in Amsterdam, 't Hoogt in Utrecht, Cinemariënburg in Nijmegen en Liga'68 in Groningen.

Die drie mannen spoken maar rond door z'n hoofd. Die ene, die altijd alles bleef ontkennen en bagatelliseren. Die andere, die als enige van het stel nog enigszins het besef had, dat wat hij deed verkeerd was, maar toch altijd de schuld buiten zichzelf zocht. En de derde. . . Hoe vaak Otten na een gesprek met deze op het oog zo joviale huisvader, niet aan de telefoon heeft gehangen om diens therapeut te waarschuwen. “Levensgevaarlijk vond ik hem. Dat is de man die helemaal aan het eind van mijn film zegt, dat hij het weliswaar niet over zou doen, maar dat de incest met zijn dochter één van de fijnste ervaringen in zijn leven was, omdat hij toen helemaal zichzelf kon zijn.”

Hans Otten is nog maar net gaan zitten in de foyer van bioscoop Rialto in Amsterdam, waar deze middag zijn film 'Daders' wordt vertoond voor de pers, of hij barst los. “Ik kan er niet meer over ophouden, ben compleet bezeten geraakt van dit onderwerp. Voor het maken van deze documentaire had ik me uiteraard een voorstelling gemaakt van de incestdader, maar als ik nu terugkijk, ben ik er veel geschokter uitgekomen, dan ik ooit voor mogelijk had gehouden.”

Otten, als producent of regisseur betrokken bij documentaires als De rijdende psychiater, Elias, De Domeinen Ditvoorst en Het Vonnis, is net terug van vakantie met zijn vriendin. Die pauze was bedoeld om een streep te zetten onder zijn 'leven' met de 'daders'. Maar hij is er nog steeds niet los van.

“Morgen ga ik er gelukkig even tussenuit, voor de VPRO-televisie ('Diogenes, red.) naar de Gazastrook. Tien dagen filmen daar, tien dagen monteren hier. Op 4 februari wordt het al uitgezonden. Juist in die beperking zit de charme. Ik heb altijd bewust afwisseling in mijn werk gebracht, maar ze is me nog nooit zo welkom geweest als nu. Ik snak ernaar om mijn zinnen te verzetten. En als die drie incestdaders na de Gazastrook nog steeds m'n leven beheersen, tja, dan moet ik maar een diepgravende film gaan maken over ophaalbruggen in Nederland. Of weet jij misschien een nòg onschuldiger onderwerp?”

Het is niet gespeeld. Zijn geschoktheid is oprecht. “Ik ben echt pessimistischer geworden. Hoe vaak ik niet vloekend en tierend in de auto heb gezeten na afloop van een interviewsessie met één van de daders. Oh God, dat kind, dacht ik dan. In het begin had ik twee interviews per dag gepland, 's morgens twee uur met de één praten, 's middags twee uur met de ander. Maar daar ben ik snel vanaf gestapt. Ik moest echt na elk gesprek eerst stoom afblazen. In totaal heb ik acht uur met elke dader gepraat. Met de therapeut van twee van de drie daders heb ik steeds intensief contact onderhouden. Die hield me weleens voor dat deze mannen niet eens tot de categorie geperverteerde daders behoorde. Met andere woorden: het kon nog veel erger.”

Nog nooit heeft hij zich zo vastgebeten in een onderwerp. En nog nooit heeft een onderwerp zo ingegrepen in zijn eigen leven. Het kan niet anders, of de mensen die straks in de bioscoop naar 'Daders' gaan kijken, moeten er net zo door gegrepen worden. Otten vindt deze documentaire bij uitstek geschikt voor een donkere bioscoopzaal, niet voor de televisie. “In de huiskamer word je te gauw afgeleid. Dat kan niet bij deze film. Ik voer de mensen 50 minuten mee in de enge wereld van incestdaders, een wereld waarin je normaal geen toegang hebt. Het is alsof er een tegel wordt opgelicht waar je even onder mag kijken, voordat-ie met een plof weer neervalt. Deze film moét iets in je raken.”

Er zat een risico in om na alles wat er al gezegd en geschreven is over incest, er nog eens een documentaire tegen aan te gooien, besefte Otten, toen hij ruim twee jaar geleden aan de voorbereidingen begon. Hij benadrukt dat hij zelf geen incestslachtoffer is, 'ook geen dader of aspiraties in die richting'.

“Altijd ging en gaat het over de gevolgen van incest. Ik wilde me richten op de daders. In de media en de publieke opinie, maar ook bij justitie, politie en hulpverlening, worden ze met afkeer en walging tegemoet getreden. Eén van de daders in mijn film vertelt ook dat hij in de gevangenis nooit heeft durven zeggen wat hij op z'n kerfstok had, omdat hij vreesde dan een mes in z'n rug te krijgen. Ik wilde zo sec en feitelijk mogelijk blootleggen wat deze mannen beweegt. Ik wilde hun obsessie in beeld brengen en de manier waarop ze hun dochters langzamerhand tot slachtoffer van deze obsessie hebben gemaakt en het zwijgen opgelegd.”

In het begin vorderde Otten maar moeizaam. Hij benaderde deskundigen en therapeuten. “Uiteindelijk had ik succes bij het Riagg in Utrecht, waar Ruud Bullens al jaren groepstherapie geeft aan incestdaders. Die behandeling komt erop neer, dat de daders zich gaan realiseren wat ze het slachtoffer hebben aangedaan en leren hoe ze zichzelf onder controle kunnen houden. Bullens was eerst afwerend. Hij stelde voor om eerst maar eens te gaan meedraaien in een paar therapiegroepen. Dat is een indrukwekkende ervaring geweest. Ik kreeg ook processen-verbaal te lezen, die redelijk gedetailleerd waren. Dat was voor mij aanleiding te besluiten om de slachtoffers buiten beeld te laten. Als ik die erbij zou halen, zouden de kijkers zich misschien met hen identificeren. Dan zou de dader weer de kans krijgen te 'ontsnappen'.”

De meeste incestdaders wilden niet meewerken aan de film. Uit schaamte en angst voor herkenning, ondanks de belofte van Otten dat ze onherkenbaar zouden worden gemaakt. Slechts één man bood zich spontaan aan. “Dat was dan ook een exhibitionist.” In de film laat Otten uitsluitend de drie daders aan het woord. Hun verhalen worden gemengd met anonieme beelden van huiselijke interieurs, hinkelende kinderen en een kermis. “Hele normale Hollandse plaatjes, om aan te geven dat incestplegers niet alleen enge mannetjes in asociale kringen zijn. Ik heb ook bewust Yolanda-achtige toestanden willen vermijden. De meeste incestdaders zijn gewone mannen in een doornormale omgeving, je buurman bij wijze van spreken.”

'Daders' is door deze aanpak een koele, haast klinische documentaire geworden. Otten: “Op het laatste moment heb ik nog een paar gruwelijke details weggelaten, omdat de verhalen van de mannen op zich al walgelijk genoeg waren. Ik hoef niets meer toe te voegen, als een vader gedetailleerd vertelt hoe hij zijn dochter rijp maakte voor seksueel contact, hoe prettig het kind dat had gevonden - 'ze lag te snikken in mijn armen, maar niet van verdriet of pijn, hoor' - en hoe boos hij was, dat de buurman hem had betrapt en aangegeven.”

Otten heeft geen moment getwijfeld, dat deze aanpak de enige juiste is om genadeloos het mechanisme achter incest bloot te leggen. “Sommigen hadden vooraf hun bedenkingen. Ik herinner me nog hoe mensen van de zedenpolitie in Leeuwarden me benaderden. Ik zag ze kijken naar mijn ronde brilletje en denken: daar heb je weer zo'n intellectueel brilletje, dat incestdaders zielig vindt, en hen ook eens hun eigen verhaal wil laten vertellen. Toen ze de ruwe montage zagen, was de reactie: Dit zijn ze, dit zijn de kerels met wie we te maken hebben.”

Ook voor de therapeut was de film één en al herkenning. 'Daders' laat volgens hem exact het hele proces zien van het inpalmen van het kind, het rijp maken voor seksuele handelingen, de excuses achteraf, het zelfmedelijden.

En de reactie van de drie hoofdrolspelers? Otten: “De ergste van 't stel zat doodstil te kijken. Na afloop zei hij alleen maar: dit is snoeihard, maar waar. De tweede was vrijwel onbenaderbaar na afloop. Zo is het, mompelde hij. De man die als enige nog weleens last had van innerlijke strijd, en ook als enige van de drie teruggekeerd is in zijn gezin, reageerde bozig en agressievig, omdat ik allerlei verzachtende omstandigheden had weggelaten.”

Otten is ervan overtuigd het archetype van de incestdader te hebben blootgelegd. Hij hoopt dat ook incestslachtoffers gaan kijken. “Na afloop van een voorvertoning kwam een jonge vrouw naar me toe, die obvious ook zelf een slachtoffer was. Ze zei: Dit is de eerste keer dat het verhaal over incest wordt verteld, zonder dat de slachtoffers zelf met hun billen bloot moeten.”

mailIcon print |