Volgens dr. S. Couwenberg zijn er geen duidelijk te onderscheiden verschillen meer in de politiek. Pragmatisme en opportunisme overheersen. Door het ontbreken van controversiële beleidsvisies wordt het voor de kiezers steeds moeilijker om nog enig onderscheid te maken tussen de partijen. Bij de komende verkiezingen lijkt de strijd zich dan ook volledig te verengen tot een keuze tussen politieke leiders, waarbij hun persoonlijke populariteit de doorslag geeft.
Het is allemaal waar. Maar hebben alle Nederlanders daarmee ook plotseling dezelfde opvattingen over het leven gekregen? Nee, mensen maken nog steeds persoonlijke keuzen die, bewust of onbewust, bepaald worden door een aantal waarden. Het gaat dan om keuzen op gebieden als relaties, kinderen, opvoeding, zorg, milieu, vrijwilligerswerk en carrière. Naast liberale waarden als de vrijheid van het individu, zijn het ook sociaal-democratische en christelijk-sociale waarden als solidariteit en naastenliefde, die een belangrijke rol spelen in de afwegingen die mensen maken.
Levensbeschouwing, waarden en beginselen zijn richtinggevend voor de keuzen die mensen maken, in hun persoonlijk leven maar ook in de politiek. Daarom zal in ons parlementaire stelsel altijd behoefte blijven bestaan aan politieke partijen die deze waarden/beginselen herkenbaar weten te vertalen in praktische politiek.
Het verleden heeft overigens al vaker periodes gekend waarin fundamentele tegenstellingen tussen politieke partijen leken af te nemen, bijvoorbeeld de jaren '50, omdat hun beginselen niet relevant waren voor de problemen die op dat moment speelden. Hierna volgden vaak periodes waarin de verschillen tussen partijen juist wel sterk naar voren kwamen (jaren '60, '70). Ik denk dat ons dit binnenkort weer staat te gebeuren.
Directe leefomgeving
De politieke agenda in Den Haag wordt op dit moment in hoge mate bepaald door de positieve economische ontwikkeling. Voor het CDA, als partij groot geworden in de jaren '80 met een beleid van noodzakelijke bezuinigingen, vragen de economische meevallers een omslag in het denken: van beperkingen naar mogelijkheden. Bovendien zag het CDA het afgelopen jaar een groot deel de wensen die het als oppositiepartij met verve had ingebracht, door het kabinet gehonoreerd worden. Hier heeft Couwenberg gelijk: dreigende politieke tegenstellingen worden haastig weggemasseerd door boekhoudkundig geschuif met budgettaire meevallers. Met als gevolg dat met pleidooien voor meer geld voor onderwijs, zorg, uitkeringen of lastenverlichting, een politieke partij zich nog maar marginaal kan onderscheiden.
Willen de politieke partijen mensen weer aanspreken, dan dient de politieke discussie zich te verplaatsen van de abstracte Haagse dilemma's naar de vraagstukken waarmee burgers in hun directe leefomgeving geconfronteerd worden. De persoonlijke en levensbeschouwelijke keuzes die bij deze dilemma's een rol spelen, moeten in het politieke debat centraal komen te staan.
Een van de vraagstukken in de directe leefomgeving van mensen die persoonlijke keuzes vragen, is: 'Hoe verdeel ik mijn tijd?' Het gaat bijvoorbeeld om de keuze van ouders voor korter werken en minder geld verdienen, om zo beiden meer tijd te kunnen besteden aan de zorg voor de kinderen.
Keuzes ten aanzien van tijdsbesteding zijn echter niet voor iedereen weggelegd. Zo zien we enerzijds dat er ondanks de economische groei een grote groep langdurig werklozen is. Ze beschikken over veel vrije tijd maar worden niet in staat gesteld om die zinvol in te vullen. Er is ook een groep mensen die genoegen moet nemen met tijdelijk, onregelmatig, onaangenaam werk. Werk in de avonduren en in de weekenden, met als consequentie gebrek aan tijd voor gezin en sociale contacten. Anderzijds zien we een groep van nieuwe rijken met vaak dubbele inkomens die opgejaagd worden in een snel leven van carrière maken, (veel) geld verdienen en consumeren. Druk, druk en veel overwerken is de prijs die ze voor hun verworvenheden betalen. Ook zij houden weinig tijd over voor gezin, kinderen, vrienden en andere sociale contacten.
De kwaliteit van ons bestaan wordt dus door meer bepaald dan alleen de bekende factoren als werk en inkomen. Ik denk dat we aan de vooravond staan van een nieuw paradigma in de politiek, waarin tijd voor elkaar, gezondheid, milieu, ontwikkelings- en participatiemogelijkheden, een veel grotere rol in het politieke debat gaan spelen. Factoren die direct de kwaliteit van ons bestaan raken. Voor niet iedereen zijn de voorwaarden aanwezig om keuzes te kunnen maken. En daarmee zijn we weer terug bij de politiek die dergelijke voorwaarden wel kan creëren.
Hierdoor krijgt de christen-democratische visie op mens en samenleving weer extra relevantie. Enerzijds omdat mensen direct aangesproken worden op hun persoonlijke verantwoordelijkheden en de waarden die aan hun keuzes ten grondslag liggen. Anderzijds door haar fundamentele cultuurkritiek op een liberale markteconomie, die voor de beleving van een aantal waarden nauwelijks ruimte laat. En nieuwe tweedelingen creëert die niet alleen betrekking hebben op inkomen maar ook op andere factoren als tijdsbesteding en ontwikkelingsmogelijkheden. Zodat, paradoxaal genoeg, de keuzemogelijkheid van het individu sterk wordt inperkt.
Echt waardevol
Aan persoonlijke en politieke keuzes bij dilemma's op het gebied van zorg en arbeid/carrière, inkomensgroei en milieubehoud, medische ethiek, natuurbehoud, gaat een belangrijke vraag vooraf, namelijk: wat vinden we echt belangrijk en waardevol in het leven. Deze vraag is precies waar het weer over moet gaan in verkiezingsprogramma's, politieke speeches en het politieke debat. En daarbij is het de kunst om politieke beginselen zodanig te vertalen dat daarmee de kiezer op zijn/haar persoonlijke waarden wordt aangesproken.
Wanneer we dit toepassen op de christen-democratische uitgangspunten, kunnen solidariteit en verantwoordelijkheid vertaald worden naar waarden als: 'Je leeft niet alleen voor jezelf, het leven krijgt pas zin in relatie tot de ander; de Schepper en de medemens.' Onder andere de volgende politieke prioriteiten kunnen hiervan afgeleid worden: gezinsbeleid, recht op deeltijdarbeid, tijd voor zorg, het stimuleren van vrijwilligerswerk, solidariteit tussen generaties, inzet voor minderbedeelden, politieke vluchtelingen en ontwikkelingssamenwerking. De uitgangspunten rentmeesterschap en gerechtigheid komen tot uitdrukking in waarden als het opkomen dan wel tot zijn recht laten komen van iedereen (ook het kwetsbare leven dat niet voor zichzelf kan opkomen). Dit dient o.a. politiek vertaald te worden in milieubeleid en medische ethiek. Andere waarden die afgeleid kunnen worden van deze uitgangspunten zijn: gelijke kansen op onderwijs, werk, gezondheidszorg en een zelfstandig inkomen.
Toetsing
Uitgaande van bovenstaande waarden, vinden we daarvan slechts weinig terug in de indicatoren waaraan in onze liberale markt-economie het succes van het overheidsbeleid wordt afgemeten. Indicatoren als: economische groeicijfers, aandelenkoersen, particuliere bestedingen, financieringstekort, collectieve lastendruk; de rapportcijfers van dit paarse kabinet. Hoe functioneel deze indicatoren ook mogen zijn, de eerder genoemde tweedelingen worden er niet mee gemeten. Ook de gevolgen van deze tweedelingen voor de samenleving zijn niet in deze cijfers terug te vinden. En dat terwijl de gevolgen hiervan niet gering zijn o.a.: sociaal isolement, eenzaamheid, armoede, echtscheidingen, ontspoorde kinderen, verslaving en criminaliteit.
Voor een christen-democraat kan dat maar tot één conclusie leiden: de liberale waarden van deze cultuur zijn niet de onze en dus haar maatstaven evenmin. Een politieke beweging als de christen-democratie zal op basis van haar eigen beginselen en waarden criteria moeten ontwikkelen waaraan ze het overheidsbeleid toetst.
Het zal niet altijd makkelijk zijn om eerder genoemde waarden te vertalen naar objectief meetbare toetsingscriteria. Toch is een poging daartoe de moeite waard. Al was het alleen maar om ook in tijden van economische groei succesvol oppositie te kunnen voeren.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.