*

 
dossier

Archief

Adri van der Laan-Van Maastrigt Hekwerk-centrum

Door: redactie − 03/02/98, 00:00

“We maken hier afscheidingen voor in de tuin. Eerst alleen van hout, maar later gingen we ook schuttingen leveren met betonpalen of met gietijzeren elementen. Met rondingen, boogjes, netjes afgewerkt, we kunnen het allemaal. En we hebben ook blokhutten en binnenkort tuinberegening. Misschien straks zelfs sierbestrating.

Vanaf 1 januari 1997 is de zaak eigenlijk niet meer van mijn man en ik. Het bedrijf is overgedaan aan onze dochter en schoonzoon. Maar de contacten met de stichting Kleinnood dateren al van 1993. We zaten toen behoorlijk in de put. Het bedrijf bestond al sinds 1986. We begonnen ermee nadat mijn man invalide was geworden bij een auto-ongeluk. Maar ja, je moet toch wat. En omdat hij altijd beschoeiingen voor langs de waterkant heeft gemaakt, besloten we houten tuinafscheidingen te gaan maken.

Dat ging best goed, maar in 1986 brandde ons eigen, mooie productiehalletje af. We hadden geen kromme spijker meer. Onze vaste houtleverancier zei dat we maar gewoon moesten blijven bestellen en pas later betalen. Maar de kwaliteit van het hout ging achteruit en hij dreigde met een incassobureau.

Dat was echt een zware tijd. We konden wel wat advies gebruiken, maar wie heeft er nu geld voor zo'n duur adviesbureau? Wij niet. Dus toen ik in het krantje van de Kamer van Koophandel een artikeltje las over de stichting Kleinnood, besloot ik te bellen. Het klikte meteen met de consulent, mijnheer Schepens. Hij heeft het conflict met de houthandelaar opgelost en geholpen met andere zaken. Ik las dat elk jaar zo'n 2 450 bedrijven advies vragen bij Kleinnood, dus we zijn bepaald niet de enigen. We hebben nu een bloeiend bedrijf. Mijn man en ik doen nog veel hand- en spandiensten, maar ik vind het goed dat die jonge mensen het nu hebben overgenomen. Ze kunnen alles zelf.

Tja, nu moeten we in Utrecht bij de Rabobank de Kleveringprijs in ontvangst nemen van, wacht even, hoe heet ie ook al weer, even spieken, oh ja, mijnheer Blankert van de VNO-NCW. Dat is toch een werkgeversorganisatie? Ja, ik ken al die mensen niet zo goed en ik ben ook een beetje zenuwachtig. Moet nog een speech voorbereiden. Nou ja, ik laat het maar over me heen komen. We vinden het best leuk dat we de prijs krijgen. Het is een mooie afsluiting van ons werk.''

mailIcon print |