Jozef Deleu, voorzitter van de Nederlands-Vlaamse stichting Ons Erfdeel, heeft gisteren uitgehaald naar Harry Mulisch. Een schrijver die zich briljant uitdrukt, vindt Deleu. Maar van taalpolitiek heeft hij geen kaas gegeten.
Bij de ontvangst van de Taaluniepenning 1995 in Den Haag beperkte Deleu zich niet tot een dankwoord. Mulisch, zei de oprichter en hoofdredacteur van Ons Erfdeel, heeft vorig jaar bij de uitreiking van de Prijs der Nederlandse Letteren op het Koninklijk Paleis in Brussel de spoedige verdwijning van het Nederlands aangekondigd. “Daarmee heeft hij pijnlijk blijk gegeven van onverschilligheid over de toekomst van de eigen taal. Hij heeft bovendien niet nagelaten de verschillen binnen ons taalgebied te beklemtonen, zonder te wijzen op de toenemende gemeenschappelijke elementen”, sprak Deleu boos.
Hij vreest dat Mulisch er zich niet van bewust is dat het zinvol is enthousiast te zijn over de taal waarin hij zich 'als schrijver zo briljant uitdrukt'. “Vooral ten paleize van het staatshoofd van een drietalig land als BelgiĆ«”, voegde Deleu er aan toe. Het getuigt volgens hem van politieke kortzichtigheid de gemeenschapszin en de bronnen van de eigen taal belachelijk te maken. “De vervreemding van de mens in de westerse maatschappij is al zo diep doorgedrongen dat aandacht voor een gemeenschappelijk goed als de taal als een dure plicht moet worden beschouwd.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.