*

 
dossier

Archief

Carnaval steeds meer alleen voor zuiderlingen

TOINE VAN CORVEN − 07/02/97, 00:00

BERGEN OP ZOOM - Steeds minder westerlingen gaan naar het zuiden om carnaval te vieren, blijkt uit onderzoek van de Katholieke universiteit Brabant. Wel doet de 'import' in het zuiden elk jaar dapper mee.

Tot aswoensdag, het begin van de 40-daagse vasten, moet en zal beneden de Moerdijk de druk van de ketel. Ogenschijnlijk spontaan, maar in feite streng geregisseerd. Horen buitenstaanders daar eigenlijk wel bij?

“Wij willen feest vieren met mensen die graag meedoen en sluiten daarbij niemand uit”, zegt Kees Theunisse, secretaris van de Stichting Vastenavond in Bergen op Zoom, 'Krabbengat' in carnavalstijd. Echter: “Helaas is het zo dat westerlingen vaak de beleving hebben van: een avond uit, drinken en achter de vrouwen aan. Dat is toch iets anders dan hoe wij vastenavond zien.”

Krabben vieren vooral onderling feest. Theunisse: “In de praktijk komen wij maar weinig lui van boven de rivieren tegen. Er komen ook niet zoveel mensen van buiten. Alleen 's zondags, bij de optocht. En dan alleen maar in de populaire cafés aan de Grote Markt. Wij gaan naar andere cafés, maar die moet je weten. Als vreemdeling in een groep kun je je hier best vermaken. Als eenling niet. Dat lijkt mij tenminste. . .”

Westerlingen hebben, ook door de vercommercialisering van carnaval, een heel ander idee van het feest dan de zuiderling. Theunisse: “Men is slecht geïnformeerd. Hier leeft vastenavond al weken. Aan de wagens voor de optocht wordt bijna een jaar gebouwd. Deze dagen is in twee- ploegendiensten gewerkt. Onze praalwagens zijn vermaard tot over de grens. Verder kennen we op zaterdag de intocht van de prins, een boerenmaaltijd, kindercarnaval en een dweilbandfestival, waaraan 30 van de 85 bandjes uit Bergen meedoen. Wij vieren vastenavond zo mogelijk onderling. Zo wordt er elk jaar een speciaal carnavalslied gemaakt. Buitenstaanders komen niet veel verder dan André van Duin. Die kunnen ons lied niet eens meezingen. . .”

M. Hiemstra, historica aan de Katholieke universiteit Brabant (KUB) in Tilburg, doet sociologisch onderzoek naar carnaval. Ze onderschrijft dat het voor westerlingen moeilijk is om er met carnaval tussen te komen, zeker bij de verenigingen. “Het openbaar carnaval biedt meer mogelijkheden, hoewel steeds vaker ruim van tevoren kaarten moeten worden gekocht om bijvoorbeeld bepaalde cafés binnen te komen.”

Onder leiding van Hiemstra wordt in Kruikenstad (Tilburg) onderzoek gedaan naar de opvattingen over carnaval. Zo vroegen vorig jaar 65 verklede studenten aan carnavalsvierders of het waar is dat alcohol en seks onlosmakelijk met carnaval zijn verbonden. “Dat imago heeft carnaval boven de rivieren in ieder geval.”

Het onderzoek is nog niet af en krijgt dezer dagen een vervolg. Opnieuw storten studenten zich in het feestgedruis, dit keer vooral om houding en gedrag van carnavalsvierders te bestuderen. Over een half jaar is het eindrapport gereed, verwacht Hiemstra, die al wel enkele voorlopige conclusies kwijt wil. Zoals de constatering dat mannen minder uitbundig hossen dan vrouwen. “Mannen kijken liever toe. Staand met een glas bier in de hand.”

Interessanter is de gesignaleerde trend dat carnaval meer en meer een feest wordt van zuiderlingen onderling. Boven de rivieren neemt de belangstelling af. Waarom, is Hiemstra niet duidelijk. “Misschien gaat men liever op wintersport.”

Verkeerd gekleed

Het onderzoek heeft al opgeleverd dat westerlingen opvallen doordat zij zich totaal verkeerd verkleden. Waar in Midden-Brabant de autochtone carnavalsvierder zich matigt, of in de stijl van de lokale carnavalsclub gekleed gaat, doft de westerling zich veel te uitbundig op. Terwijl in West-Brabant, waar juist de zuiderling zich fraai opsmukt, buitenstaanders vaak niet meer aantrekken dan een gordijn. “Het zal wel nooit gebeuren dat ze boven de rivieren carnaval zullen begrijpen”, denkt Hiemstra.

Vanwege het Bourgondische karakter van het feest in Bergen op Zoom leidt vastenavond daar daadwerkelijk tot (sociale) verbroedering, zegt Kees Theunisse. Tussen de Bergenaren onderling dan. Anders dan bij het 'Rijnlandse' carnaval in Limburg en in Midden- en Oost-Brabant, waar de verschillende sociale milieus elkaar opzoeken in zalen met tonpraoters en in 'eigen' cafés, gaan de Bergenaren de straat op en wel onherkenbaar vermomd. “Deze maskerade, plus het Bergse dialect dat wordt gesproken, zorgt ervoor dat rangen en standen voor enkele dagen opzij worden geschoven”, denkt Theunisse.

Hiemstra denkt daar anders over. Van sociale verbroedering, zeker in verenigingsverband, is haar niet gebleken. Eerder het tegendeel. “Carnaval heet de omgekeerde wereld te zijn, maar niets is minder waar. De prins en zijn Raad van Elf nemen de stad over, maar wel duidelijk als nieuwe elite. Bedrijven en notabelen hebben zich meester gemaakt van het feest. Het is vooral een kwestie van (dure) organisatie geworden.” De hiërarchie is ook tijdens carnaval volledig. Hiemstra: “Hoe Prins Carnaval te worden, is een van de grootste geheimen. Het gaat om niveau, maatschappelijke status, in ieder geval om veel geld. Een arme Prins Carnaval bestaat niet. En het feest wordt meer en meer geregisseerd.”

Dat vindt ook dr. P. Nissen, cultuurhoogleraar aan de KUB en docent aan de KU Nijmegen. Carnaval is een 'getemd volksfeest' geworden, aldus Nissen in een bijdrage rond carnaval 1996 in het Brabants Dagblad. “De chaos van carnaval is slechts gespeelde en geregisseerde wanorde.”

Over fatsoensnormen tijdens het feest schrijft Nissen: “Absolute regels bestaan niet en zijn aan verandering onderheving. In teksten van vastenavondspelen uit de late Middeleeuwen wemelt het van de elementen die nu al snel onfatsoenlijk zouden klinken. Geile paters belagen wulpse nonnen, er klinken voortdurend scheten en boeren en poep en pies vliegen je om de oren. Het fatsoen toont zijn blote gat. Vond men dat netjes? Nee, maar men tolereerde het wel. Omdat men wist dat het maar even duurde.”

Sommige pausen, zoals Sixtus V (1585-1590) probeerden het carnaval aan banden te leggen, maar in het algemeen was de katholieke kerk uiterst tolerant. Dit in tegenstelling tot de protestanten, die ten tijde van de reformatie de banvloek over het 'christelijk bacchanaal' uitspraken.

Nog zijn daarvan de gevolgen merkbaar, ook in Noord-Brabant, zoals in het 10 000 zielen tellende Sprang-Capelle. In deze protestantse enclave bij Waalwijk viert het handjevol katholieken wel carnaval, maar uitsluitend in het buurthuis. Het enige zichtbare op straat was tot nu toe de kinderoptocht, maar die gaat dit jaar niet door. Voor de organisatie ervan bleek te weinig animo.

mailIcon print |