*

 
dossier

Archief

Banketbakkersgotiek in goed-zorgende handen van Syrisch-orthodoxe kerk

MADELON KIELICH − 04/08/95, 00:00

“Banketbakkersgotiek”, noemde Alberdinck Thijm de stijl waarin zijn tijdgenoot Theo Molkenboer een aantal kerken ontwierp, de Onze Lieve Vrouwekerk aan de Amsterdamse Keizersgracht bijvoorbeeld.

Het oordeel van onze tijd over de 'stukadoorsgotiek', die de beginfase was van de 19e-eeuwse neogotiek, valt gunstiger uit. De Rijksdienst voor Monumentenzorg behandelde de subsidie-aanvraag voor de restauratie van de Onze Lieve Vrouwekerk met voorrang. De kerk werd in de jaren vijftig van de vorige eeuw in opdracht van de paters redemptoristen door Molkenboer gebouwd en was de eerste grote neogotische kerk in Nederland. De roosvensters, hoge kruisribgewelven en zuilen met de gebeeldhouwde kapitelen doen denken aan een Franse kathedraal uit de 13e eeuw.

Maar Molkenboers gotiek is schone schijn: in plaats van metselaars en beeldhouwers zijn er stukadoors aan het werk geweest. De kruisribben bestaan uit een laagje pleister op een ondergrond van riet en latten en zijn bakstenen pijlers worden bekroond door bladkapitelen van gips. Het ontbrak hem, net als zijn tijdgenoten overigens, aan ieder bouwkundig inzicht in de constructie van de machtige middeleeuwse kathedralen. “Zie zo huichelt men de gewelven, in de kerkgebouwen van de God der Waarheid” verzuchtte Thijm, die als theoreticus van de neogotische beweging een groot bewonderaar was van de middeleeuwse gotiek.

Onder leiding van het architectenbureau Rappange is het herstelwerk aan de Onze Lieve Vrouwekerk inmiddels begonnen. Henk Rappange: “De kerk is een mijlpaal in de geschiedenis als manifestatie van het katholicisme dat na eeuwen weer uit het slop kwam. Bovendien is het de eerste neogotische kerk in Amsterdam die helemaal als decorbouw is behandeld. Bij de stukadoorsgotiek ging het meer om de geest van de gotiek dan om echt architectonisch bouwen. Het katholieke geloof moest weer een decor hebben en hoe je dat bouwkundig in elkaar zette was niet belangrijk. In de 19e-eeuwse kritiek was dit stukadoorsbouwen nogal omstreden, het werd gezien als valse architectuur. In de neogotiek na Molkenboer kwam het ambachtelijk bouwen er meer in, zoals in de architectuur van Cuypers. De Onze Lieve Vrouwekerk is een goed voorbeeld van de architectuur die daaraan voorafging, toen het meer om de verbeelding ging.”

De driebeukige kruiskerk deed dienst als kapel bij het klooster dat de redemptoristen een paar jaar eerder aan de Keizersgracht 218 hadden laten bouwen. Het was duidelijk dat de tijd van de schuilkerken voorbij was. Ook het weelderige interieur getuigt van de katholieke emancipatie: muren, plafonds en zuilen zijn 'gepolychromeerd', dat wil zeggen van onder tot boven beschilderd met sjabloonfiguren van planten en geometrische motieven. Het meubilair werd besteld in gerenommeerde ateliers, net als de gebrandschilderde ramen. Rappange: “Als je de kerk voor de eerste keer binnengaat, denk je: 'allemachtig, dat zoiets bestaat'. De vrij sobere gevel, opgenomen in dat grachtenwandje, doet niet direct vermoeden dat er zo'n decor achter ligt. De redemptoristen waren heel felle jongens, die de emancipatie echt uitdroegen. Toen de kerk egaal en kaal werd opgeleverd vond men haar niet mooi, door de polychromering werd ze aanvaardbaar. In de loop der tijd is ze meer en meer aangekleed. Er werd veel aandacht aan besteed dat de decorstukken van optimale kwaliteit waren, zoals een heel duur altaar en een speciaal ontworpen preekstoel. Het interieur van een hervormde kerk als de Noorderkerk is veel rustiger en statischer, zoals wij dat in de Noordelijke Nederlanden gewend zijn. De kerk van de redemptoristen is dermate uitbundig dat je je in het buitenland waant.”

De opdracht voor de restauratie kreeg Rappange van de huidige eigenaar van het gebouw: de Syrisch-orthodoxe kerk. “Dat er een aartsbisschop van een oosterse kerk in je kantoor op bezoek komt maak je niet elke dag mee. Het hoofd van de Syrisch-orthodoxe kerk, de patriarch, is ook al eens geweest. Het is heel bijzonder dat de Syrisch-orthodoxen de kerk hebben gekocht. Iedereen was lang onzeker over het gebouw omdat het in zo'n slechte staat verkeerde. Een projectontwikkelaar wilde een parkeergarage op die plaats. De Syrisch-orthodoxen hebben het gebouw met heel veel optimisme als kerk teruggekocht. Ze hebben toen gezegd: 'Wat kan ons gebeuren, in Syrië kerken we ook in de open lucht' .”.

Dat hun optimisme niet ongegrond bleek is vooral te danken aan de speciale aanpak van het architectenbureau. Een vooronderzoek van een half jaar dat vanaf een steiger rondom de kerk werd verricht, zorgde ervoor dat de begroting per maand naar beneden kon worden bijgesteld.

Rappange: “Bij restaureren is een goede inventarisatie van wat er aan de hand is en wat er moet gebeuren erg belangrijk. Het is niet als met verzekeringen: hoe minder je weet, hoe hoger je calculeert. Gek genoeg worden steigers weinig gebruikt in de onderzoeksfase, een steiger kost dan ook een paar duizend gulden per maand. Maar door die investering in het begin, wordt de hele programmering van een restauratie realistischer.”

Op de steiger wordt de 'opname' gemaakt, waarbij in het geval van de Onze Lieve Vrouwekerk het uit te voeren herstelwerk zo gedetailleerd op de bouwtekening werd geïllustreerd dat de aannemers goedkoop durfden inschrijven. Voor de Syrisch-orthodoxen betekende de lage aannameprijs de redding van het gebouw voor hun eigen gemeenschap en de andere belanghebbenden. Want de kerk aan de Keizersgracht wordt niet alleen door de Syrisch-orthodoxe kerk gebruikt, maar ook door priesters van Opus Dei en hun gelovigen en door de Surinaamse katholieke gemeenschap.

Het gebouw was zo in verval dat voorbijgangers het risico liepen een stuk leibedekking op het hoofd te krijgen. Binnen waren ter bescherming van de kerkgangers delen van het schip afgescheiden. Rappange: “Je kunt je voorstellen dat die grote gebouwen heel slecht onderhouden worden, het is me een klus om op zo'n hoogte een goot schoon te maken. Tegenwoordig heb je de Monumentenwacht die ieder jaar rapporteert over gebouwen. Met de nieuwe subsidietoekenningen wordt zo'n onderhoudsprogramma verplicht gesteld, en terecht.”

Door lekkage was veel van het pleister en de daarop aangebrachte sjabloonschilderingen beschadigd. Voor de restauratie van dergelijk typisch 19e-eeuws schilderwerk is een speciale computertechniek ontwikkeld, waarbij het volledige versieringspatroon van een kerk wordt gereconstrueerd op grond van foto's van de nog aanwezige motieven. Na de reconstructie worden de sjablonen machinaal in plakfolie uitgesneden. Wanneer deze is opgeplakt zijn de daarin uitgespaarde figuren met behulp van een verfroller of kwast eenvoudig op de ondergrond over te brengen.

“Mooi” wil Rappange de Onze Lieve Vrouwekerk niet noemen. De architect drukt zijn waardering anders uit: “Ik denk dat het een krankzinnige kerk wordt, waarop de Syrisch-orthodoxen verschrikkelijk trots zullen zijn als alles af is over anderhalf jaar.”

mailIcon print |