*

 
dossier

Archief

Vijfhonderd schoorstenen zijn nog over

Door: redactie − 18/01/97, 00:00

Decennialang een teken van welvaart, later symbool van het verval van de industrie als er weer één met donderend geraas werd opgeblazen: de fabrieksschoorstenen zijn een opvallende graadmeter van bedrijvigheid - en in elk geval op de ANWB-borden en in het spraakgebruik ('De schoorsteen moet roken') nog volop aanwezig.

Ooit telde Nederland zevenduizend van deze schoorstenen, nu zijn het er nog zo'n vijfhonderd. De schoorstenen in het Westland en bij Aalsmeer inbegrepen. Van die vijfhonderd hebben er maar 25 de status van monument. “De rest is dus min of meer vogelvrij en afhankelijk van het initiatief van verenigingen en particulieren”, zegt schoorsteenkenner Arjan Barnard te Hardenberg, tevens verbonden aan de Federatie industrieel erfgoed Nederland.

Na de Tweede Wereldoorlog is het aantal schoorstenen gestaag afgenomen. Elektromotoren namen de plaats in van stoommachines, waardoor het niet meer nodig was om voor veel geld hoge schoorstenen te metselen en te onderhouden. Waar schoorstenen in de weg stonden, zijn ze afgebroken of opgeblazen. Dat lot wacht waarschijnlijk nog behoorlijk wat van de vijfhonderd overgebleven schoorstenen. Qua versiering, vormgeving of kleurstelling bijzondere schoorstenen zijn onder meer te vinden in Tilburg (BeKa en AaBee) en in Vriezenveen (Jansen & Tilanus). De animo om schoorstenen te behouden is heel verschillend.

“In Almelo herinnerde de schoorsteen vooral aan de uitbuiting in de textielindustrie. In het Friese Moleneind lag dat blijkbaar anders, want daar zijn de bewoners in actie gekomen om de schoorsteen van een vlasfabriek te behouden”, aldus Barnard. De in 1954 gebouwde schoorsteen van de Tricot-fabriek in Winterswijk is bijzonder in combinatie met het fabriekscomplex. De meeste andere fabrieksschoorstenen zijn na de sloop van het fabrieksgebouw alleen komen te staan.

mailIcon print |