Sinds begin deze maand woedt een schimmige discussie over de aantallen etnisch Albanese slachtoffers die gevallen zijn onder Servische terreur in Kosovo. Vier maanden na oorlog zouden nog maar weinig bewijzen voor moordpartijen zijn gevonden.
Mogelijk zijn er veel minder slachtoffers van Servische gruweldaden te betreuren dan tijdens en kort na de oorlog is gesuggereerd. Verschillende bronnen komen nu met schattingen van 'enkele honderden' slachtoffers, in plaats van vele duizenden.
Het onderzoek naar de in Kosovo begane misdaden is nog in volle gang. In feite zijn nog zo weinig gegevens over de toedracht voorhanden dat een betrouwbare inschatting van de omvang van het geweld niet te maken is.
Toch zijn de vage aanwijzigingen dat het weleens mee zou kunnen vallen, voor veel waarnemers reden om kritiek le leveren de Navo-propaganda van het afgelopen jaar of de vraag op te werpen of de luchtoorlog tegen Joegoslavië wel gerechtvaardigd was. Serviërs zullen opnieuw beweren dat de Albanezen en de Navo de kwestie schromelijk hebben overdreven.
De discussie is vooral op gang gebracht op internet, waar een groep Amerikanen met een soort eigen internet persbureau (Stratfor.com.) de vraag heeft opgeworpen waar de 'killing fields', de bloeddoordrenkte akkers, van Kosovo zijn. Ze hekelen de Navo, die volgens hen heeft volgehouden dat er tienduizend Albanezen onder de Servische terreur en etnische schoonmaak zijn omgekomen. Ze constateren dat de Amerikaanse onderzoekers van de federale recherche FBI niet meer dan 200 slachtoffers hebben gevonden.
En een Spaans team dat zich voorbereidde op de vondst van duizenden slachtoffers, trof er niet meer dan 187 aan. In Orahovac, het gebied waar de Nederlandse 'Gele Rijders' actief zijn, zouden volgens Albanezen zeker 3 000 slachoffers zijn gevallen. Kranten schreven dat al 1 000 lijken gevonden zijn. De werkelijkheid is dat Nederlandse forensische experts tot op heden meer dan 400 vermoorde Albanezen hebben aangetrofen.
De discussie wordt aangewakkerd door de Navo zelf, omdat de populaire woordvoerder Jamie Shea nog dagelijks verhalen vertelt over zijn realtie met de pers. Volgens Shea ,,is het minstens zo belangrijk de oorlog van de media te winnen als de militaire zege te behalen.''
Vooral veel politici hebben in hun morele verontwaardiging, gesuggereerd dat in Kosovo, buiten het zicht van de wereldpers, een volkerenmoord plaatsvond. Maar de suggestie die van hun woorden uitging was sterker dan wat ze feitelijk zeiden. Zo zei de Amerikaanse minister van defensie Cohen in mei tijdens de Navo- bombardementen dat honderduizend Albanezen werden vermist en om het leven 'kunnen zijn gebracht'. Een maand later specificeerde het Britse ministerie van defensie dat cijfer, en sprak van 10 000 slachtoffers.
Anders dan in Bosnië waar onderzoekers struikelden over bewijzen voor oorlogsmisdaden, liggen die in Kosovo niet voor het oprapen. Dat kan betekenen dat ze er niet in de genoemde mate zijn. Het kan ook betekenen dat de Serviërs veel serieuzer dan in Bosnië geprobeerd hebben bewijzen te verdoezelen, lichamen te verbranden en bijvoorbeeld lijken uit massagraven te verspreiden over traditionele begraafplaatsen.
Bij veel van de 500 verdachte plekken in Kosovo duiken dergelijke verhalen over verplaatsingen van lijken op. En nog maar 160 lokaties zijn daadwerkelijk onderzocht. De feiten liggen nog lang niet op tafel, de geschiedenis moet nog geschreven worden. De tijd voor lessen en conclusies is nog niet aangebroken.
Vooral omdat het aantal doden niet alles zegt over etnische zuivering, terreur en oorlogsmidaden, die wel degelijk zijn begaan. Want vast staat dat 800 000 mensen over de grens zijn gedreven en dat ze bij wederkeer bitter weinig terug vonden. En hoe zouden zij eraantoe zijn als de Navo niet ingegrepen had?
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.