*

 
dossier

Archief

Een vitrine van grijs glas voor jongenskamer

CEES STRAUS − 01/02/96, 00:00

HAARLEM - Zijn eerste reactie was 'één grote jongenskamer'. Zijn tweede reactie, toen hij zich realiseerde wat hij moest gaan doen, was 'ik laat het gebouw helemaal intact. Het licht is veel te mooi om in te grijpen'. Architect Hubert Jan Henket legt deze maand de laatste hand aan de uitbreiding van Nederlands oudste museum, Teylers in Haarlem. Een 'museum van een museum' dat kwetsbaar is en in een niet goed functionerende omgeving onherstelbaar beschadigd zou kunnen worden. Afgaande op wat Henket nu laat zien is de operatie geslaagd.

Henket maakt de laatste jaren faam als museumverbouwer. Eerder ontwierp hij een schitterend designpaviljoen voor Boymans in Rotterdam, vorig jaar kwam in Laren (NH) de verbouwing van het Singer Museum gereed. Geen monumentaal gebouw, wel met kwaliteiten die het verdienen om er zorgvuldig mee om te gaan. Henket deed er hetzelfde mee als in Rotterdam, hij toonde groot respect voor wat er was, maar bleek ook in staat een eigen geluid te laten horen.

In Haarlem kon hij een stap verder gaan. Teylers Museum, een conglomeraat van gebouwen dat in een tijdsverloop van twee eeuwen is uitgegroeid tot een unieke instelling waar wetenschap en kunst gebroederlijk naast elkaar bestaan. Het interieur is zozeer de moeite waard, dat je het ook leeg nog zou moeten zien. Opmerkelijk is ook dat alle geexposeerde voorwerpen in daglicht worden geëxposeerd. Dat schept technische problemen (vroeger moest het museum in de donkere winterdagen al om vier uur 's middags dicht), die een architect die nieuwbouw wil plegen, moet respecteren, of volstrekt kan negeren. In het laatste geval verandert het karakter van de oudbouw drastisch.

Henket heeft dat niet willen doen. De uitstalling van al die apparaten die zo aan het jongensspel appelleren, mag wat hem betreft zo blijven. Zijn nieuwbouw, die als een lange L-vorm in de tuin van het museum is gesitueerd, blijft op veilige afstand van de ramen van de oudbouw. Henket ontwierp drie paviljoens en een prentenkabinet met een totale oppervlakte van duizend vierkante meter, grotendeels bestemd voor wisselende exposities, maakte een lichte koffieruimte en restaureerde ook de aanpalende schilderijenzaal in een historiserende stijl. Bovendien nam hij het vijf jaar geleden aangekochte 'gebouw Zegelwaarden' van de vertrekkende firma Joh. Enschedé, onder handen.Dat alles leek voor de architect een aantrekkelijke opdracht, maar Henket stuitte al snel op het probleem hoe hij de onderlinge gebouwen, zowel de oudbouw (18de en 19de eeuw), het Enschedé-gebouw (1950), als zijn eigen paviljoens op een bevredigende wijze kon verbinden. Daar is hij, naar eigen zeggen, niet helemaal goed uitgekomen. Zo sluit de doorgang naar het gebouw Zegelwaarden met een verbindende gang langs het café niet echt goed aan.

Wat het exterieur betrof, accepteerde hij het feit dat iedere nieuwbouw contrasteert met de neo-klassicistische stijl van de Weense architect Christian Ulrich, die eind vorige eeuw de grote uitbreiding van het museumcomplex ontwierp. Henket koos materialen die zich nergens op de voorgrond stellen. De expositiezalen werden uit grijs glas opgetrokken vitrines, de gevels bij elkaar gehouden door een constructie van houten spanten. Die zijn in plaats van geboord met 'zuignappen' vastgezet. De glazen dakconstructie is in de expositiezalen zodanig opgesteld, dat het licht zo'n vijftig procent van zijn intensiteit verliest.

De glasgevel van de nieuwbouw is donker van kleur, wie in de tuin loopt ziet de eeuwenoude bomen in de wand gespiegeld. De paviljoens en het café hebben een flink uitstekende dakrand, waardoor het licht niet rechtstreeks op de zijramen valt, maar onder een hoek van circa zestig graden naar binnen komt. Dat schept een diffuus, prachtig transparant licht.

De nieuwbouw van Teyler wordt 1 maart geopend, onder meer met een overzicht van de Italiaanse schilder Giorgio Morandi. Die expositie symboliseert het wezen van Nederlands oudste museum: een historisch karakter dat onverlet overeind blijft, maar dat met een nieuw hart aan alle moderne expositie-eisen tegemoet wil komen.

mailIcon print |