*

 
dossier

Archief

Carl Davis brengt met Brabants Orkest zwijgende film 'City lights' tot leven

ANDREA BOSMAN − 08/01/97, 00:00

'City Lights' met Carl Davis en het Brabants orkest: 9 januari: Muziekcentrum Frits Philips, Eindhoven, 13 januari: Theater aan de Parade, Den Bosch, 14 januari: Concertzaal, Tilburg, 20 januari: Dr. Anton Philipszaal, Den Haag, 21 januari: Muziekcentrum Vredenburg, Utrecht. Alle voorstellingen worden voorafgegaan door een inleiding.

Het is zeker niet de eerste keer dat Davis (60) met zijn live-uitvoeringen van filmmuziek Nederland aandoet. In november was de in Engeland woonachtige Amerikaan voor het laatst hier, toen hij met het Noord-Nederlands Orkest vier maal de muziek bij de monumentale film 'Intolerance' van D. W. Griffith uit 1916 ten gehore bracht. Davis maakte voor deze film een geheel nieuwe compositie, de orginele muziek vond hij te slecht. Ondanks de zware kost die de bijna drie uur durende film biedt - met 'Intolerance' wilde Griffith laten zien hoe de mensheid door de eeuwen heen aan onverdraagzaamheid steeds verder ten onder dreigt te gaan - trokken de voorstellingen volle zalen. Voor Chaplin zal de belangstelling nog groter zijn, verwacht Davis: “Of we nu in Hongkong, Luxemburg of Tel Aviv spelen, Chaplin spreekt alle culturen aan, heb ik gemerkt.”

'City lights', gemaakt in de jaren '28 tot '30, is het verhaal van de zwerver Charlie die verliefd wordt op een blind bloemenmeisje. Het lukt hem om haar blindheid te genezen met de hulp van een miljonair die hij van de dood heeft gered. 'City lights' wordt wel Chaplins meest perfecte film genoemd. Maar: “Het moet voor Chaplin een hele moeilijke periode zijn geweest, omdat toen net de doorbraak van de geluidsfilm er aan zat te komen”, vertelt Davis na afloop van de orkestrepetitie in de lounge van het Eindhovense Dorint hotel. “Zijn tramp was al twaalf jaar bekend en geliefd over de hele wereld, moest hij die nu ineens laten spreken? Het zou een verminking van zijn personage zijn geweest.”

Uiteindelijk koos Chaplin voor een zwijgende produktie, waarvoor hij zelf de muziek componeerde. In 1989 kreeg Davis de opdracht van de erven van Chaplin om de muziek van 'City lights' te reconstrueren. Hij maakte geen nieuwe compositie, maar probeerde juist zo dicht mogelijk bij Chaplins muziek te blijven. “Waarom? Omdat de muziek echt erg goed is. Chaplin was geen geschoolde, maar wel een zeer getalenteerde, 'intuïtieve' componist: hij lalala-de zijn melodiën voor zich uit en liet een ander de noten noteren. Chaplin was destijds zelf heel tevreden over de muziek, maar zwaar teleurgesteld over de kwaliteit van de geluidsopnamen, waarmee zijn vooroordelen over de geluidsfilm werden bevestigd.”

Davis is licht verkouden en maakt een vermoeide indruk. Hij zinkt een beetje weg in zijn fauteuil en oogt even niet als het “typische Amerikaanse theaterbeest dat van geen ophouden weet”, zoals Theodore van Houten van de Nederlandse Stichting silent cinema music live de veelzijdige musicus omschrijft. Davis is doorgaans permanent bezig met zijn vak, bezoekt in vreemde steden zelden een museum, maar is altijd met videobanden, koptelefoons en muziek op zijn hotelkamer in de weer. Alleen deze week doet hij het maar eens rustig aan, zegt Davis.

Hij heeft net een flink aantal concerten en een cd-opname achter de rug. In Engeland lopen momenteel twee balletvoorstellingen met zijn muziek: 'Alice in Wonderland' en 'A Christmas Caroll'. Eigenlijk wordt het alleen maar drukker, de belangstelling voor de filmuitvoeringen met live-muziek is ook nog steeds groeiende. Davis legt een mooi verzorgde catalogus op tafel, waarin alle zwijgende films waarvoor hij sinds 1980 de muziek componeerde of opnieuw opnam, gerubriceerd zijn. Het zijn er inmiddels meer dan veertig, variërend van 'Ben Hur' uit 1925 en 'Safety last' met Harold Lloyd uit 1923 tot 'The phantom of the opera' uit 1929, waarvan de eerste opvoering met Davis' muziek vorig jaar plaatsvond op het filmfestival van Edinburgh. Achterin staat beschreven hoe te werk te gaan om een film met live-muziek te kunnen presenteren, wat voor zaal, projector of orkest je nodig hebt en waar je Carl Davis kunt bestellen. Vooral met de Chaplin-films is hij al de hele wereld rondgeweest, van Italië en Frankrijk tot Tel Aviv en Hongkong.

Davis is blij om de 'City lights'-tournee in de Frits Phlipszaal te kunnen beginnen, die volgens hem een magnifieke akoestiek bezit. En hij vindt het prettig om met het Brabants Orkest te werken, dat ervaring heeft met het uitvoeren van filmmuziek. De orkestleden zijn gewend om niet om te kijken maar door te spelen als er achter hun rug op een groot scherm een intrigerende film wordt geprojecteerd. “Voor het Noord-Nederlands Orkest, waarmee ik de tour met 'Intolerance' maakte, was dat geheel nieuw. In het begin had ik steeds moeite om ze bij de les te houden, dat ze niet vergaten om te spelen. Tijdens de repetities maakte ik daarom gebruik van een video die alleen ik kan zien.”

Als dirigent heeft Davis wèl voortdurend contact met het scherm nodig. Hij moet het tempo van het orkest constant bijsturen. “Van tevoren bepaal ik de projectiesnelheid van de film, en pas daar de muziek op aan. Maar tijdens een uitvoering moet ik me weer aanpassen aan die projectiesnelheid. Dat valt niet altijd mee. Het heeft ook heel erg te maken met hoe je je voelt als dirgent. Ben je moe, dan gaat het al snel wat langzamer, ben je gespannen, dan heb je de neiging om te snel te gaan.”

Vooral bij de films van Chaplin luistert die timing heel erg nauw. “'City lights' is een van de moeilijkste uitvoeringen wat betreft de synchronisatie. Chaplin maakte de muziek in feite als in een cartoon, waarbij de muziek voortdurend de actie op het doek onderstreept.” Davis doet enkele scènes voor: “Charlie loopt de trap af..tamtaramtaram...hij pakt een plumeau...param...hij begint iets af te stoffen...tiedeliedelie.. enzovoorts, enzovoorts. Elk stukje actie heeft weer een andere melodie. En in een live-uitvoering is het heel inspannend om te zorgen dat het blijft kloppen. Of ik het parallel lopen van actie en muziek een mooie opvatting van filmmuziek vind? Het past heel goed bij dit genre, bij comedy zie je dit vaker. In een drama of een liefdesfilm zou je dat absoluut niet doen.”

Vindt Davis het niet vreemd dat er zo'n groot publiek blijkt te bestaan voor een vorm van vermaak die bijna zeventig jaar leek te zijn uitgestorven? Voor hem heeft die revival alles te maken met de kwaliteit van het gebodene. Er is een selectie gemaakt van de beste films uit het zwijgende tijdperk, films met eeuwigheidswaarde zo te zeggen. Deze worden begeleid door zorgvuldig gecomponeerde muziek, gespeeld wordt door zeer goede orkesten. En natuurlijk wordt er gezorgd voor een uitstekende filmkopie. “Vroeger bestond hoofdzakelijk het beeld van de man die op een piano maar wat zat te improviseren bij een stomme film”, zegt Davis. “De zwijgende film was een aangelegenheid voor een handjevol liefhebbers in een klein zaaltje.”

In 1980 werd Davis, die sinds het begin van de jaren zestig in Engeland woont, gevraagd de muziek te maken bij de gerestaureerde versie van 'Napoleon', het vijf uur durend epos van Abel Gance uit 1927. “Dat gebeurde naar aanleiding van de serie 'Hollywood', geproduceerd door Kevin Brownlow en David Gill, waarvoor ik de muziek had gecomponeerd. De eerste uitvoering van 'Napoleon' bleek een groot succes, en vanaf dat moment hebben we in een vast patroon een, twee, drie films per jaar opnieuw bewerkt in opdracht van Thames Televison en Channel Four, op basis van alle kennis die met de restauratie van 'Napoleon' was verworven. En de belangstelling bij het publiek blijkt alleen maar steeds verder te groeien.”

mailIcon print |