*

 
dossier

Archief

Khatami en zijn 'dialoog van beschavingen'

EILDERT MULDER − 09/01/98, 00:00

AMSTERDAM - Geen politieke dialoog met Amerika, daarvoor is de tijd nog niet rijp. Maar wel een 'dialoog van beschavingen', dat was de boodschap van de Iraanse president Mohammad Khatami aan de Amerikanen, in een vraaggesprek met de tv-omroep CNN, gisterochtend.

Khatami herhaalde wat hij eerder al zei op de recente islamitische top in Teheran, dat Iran wil profiteren van alle beschavingen, ook de westerse. Intellectuelen, journalisten en anderen zijn hartelijk welkom in Iran om een bijdrage te leveren aan de “dialoog van de beschavingen”.

Khatami bewoog zich tijdens het gesprek liever in de hogere sferen van levensbeschouwing dan de harde alledaagse politieke werkelijkheid. Wel verdedigde hij zijn land tegen concrete verwijten van de VS en had daarbij het voordeel dat de interviewster niet pinnig doorvroeg.

Het gaat vooral om drie dingen: Irans verzet tegen het vredesproces in het Midden-Oosten, steun aan terreurorganisaties en pogingen om een atoombom te produceren. Volgens Khatami is zijn land inderdaad tegen het vredesproces, maar zal het zijn ideeën niet aan anderen opleggen. Wat terreur aangaat eiste Khatami bewijzen en hij verzekerde dat Iran geen atoommacht wil worden, verwijzend naar uitspraken van het internationaal agentschap voor atoomenergie IAAE. En met een kat naar Israël, dat allang atoombommen heeft.

Radicale breuk

De toon van het interview was belangrijker dan de inhoud en betekende een radicale breuk met de soms ordinaire scheldpartijen die de afgelopen 19 jaar de betrekkingen tussen de VS en Iran hebben getekend. In plaats daarvan kregen de Amerikaanse kijkers een rustig pratende intellectueel te zien, die onder andere een verhandeling hield over de Franse negentiende eeuwse denker Alexis de Toqueville en diens indrukken van een verblijf in Amerika, vastgelegd in het beroemde boek De la démocratie en Amérique.

Ook CNN had zich van zijn kant enigszins aangepast aan de zeden zoals die sinds eind jaren zeventig in Iran gelden. Dat de zender een vrouw had afgestuurd op Khatami was een vriendelijk gebaar aan de nieuwe president, die in mei vooral door de steun van vrouwen en jongeren de verkiezingen won. De aanpassing bleek uit de hoofddoek van interviewster Christiane Amanpour, en misschien nog meer uit de bedekte manier waarop zij de kwestie Rushdie aanroerde. Ze vroeg Khatami of hij, als hij zou ontdekken dat een organisatie geld gaf aan terroristen om aanslagen te plegen, die organisatie zou straffen. Ze noemde geen namen maar het leek er veel op dat ze de stichting Khordad-15 bedoelde, die begin vorig jaar de prijs op het hoofd van Rushdie verhoogde.

Khatami beantwoordde haar vraag bevestigend, ook zonder Rushdie en de stichting Khordad te noemen. “Het doden van een onschuldig persoon is gelijk aan het doden van alle mensen”, citeerde hij de Koran. Waarbij de vraag blijft hoe onschuldig Rushdie in de ogen van Khatami is. In 1989 noemde de ajatollah Khomeini, de grondlegger van de Iraanse islamitische republiek, het de plicht van elke moslim om Rushdie te doden, omdat die in zijn boek de Duivelsverzen de profeet Mohammed zou hebben beledigd. Ook onder Khatami is die oproep, vervat in een fatwa, niet ingetrokken, met het aloude excuus dat dat om theologische redenen onmogelijk zou zijn.

Amanpour noemde wel man en paard toen ze vroeg wat Khatami vond van de grote terreuraanslagen op Israeliërs, en Khatami antwoordde ondubbelzinnig: “Die veroordelen we”. Eerder had hij een onderscheid gemaakt tussen terroristen en bevrijdingsstrijders.

Geestelijk gids

Om de haverklap meldde Khatami dat “de leider” er net zo over dacht als hij. Met “de leider” bedoelde hij de “geestelijke gids” Ali Khamenei, de machtigste man van het land. Khatami werd in mei, op een liberaal programma, tegen de zin van Khamenei tot president gekozen. De afgelopen dagen zijn er in Iran van behoudende zijde allerlei geluiden gekomen dat er geen sprake kan zijn van een dialoog met Amerika.

Voor Khatami was dat geen reden om zijn gesprek met CNN over de verhoudingen tussen zijn land en Amerika af te gelasten. De lofredes die hij al eerder hield op de Amerikaanse beschaving herhaalde hij en werkte hij uit, maar zijn conservatieve landgenoten kregen ook hun zin, want Khatami zei dat de tijd nog niet rijp is voor een politieke dialoog.

Eerst is er volgens hem een “dialoog van beschavingen” nodig. “Er moet eerst een bres komen in de muur van wantrouwen”, vond Khatami. Over de schuldvraag was Khatami duidelijk: “Het wantrouwen heeft zijn wortels in onbehoorlijk gedrag van de VS”.

Hij noemde als voorbeeld de manier waarop de VS in 1953 de democratisch gekozen regering van ingenieur Mossadek ten val brachten en de sjah weer op de troon zetten. “Hou op andere landen als instrumenten te beschouwen”, hield hij de Amerikanen voor. Hij voegde eraan toe dat hij nog geen teken had gezien van een verandering van het gedrag van de VS.

Vriendelijker was Khatami over de Amerikaanse beschaving. Hij vergeleek het Iran van de revolutie met het Amerika van de onafhankelijkheidsoorlog tegen de Engelsen, eind achttiende eeuw. In beide gevallen was er sprake van een “nieuwe fase van reconstructie van de beschaving”. De Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring noemde hij een indrukwekkend document over mensenrechten. De geschiedenis van de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog had de Iraniërs hoop gegeven dat juist Amerika respect zou hebben voor het vrijheidsstreven van andere volkeren, maar dat was tegengevallen.

Herhaaldelijk maakte hij een onderscheid tussen het Iran van de revolutie en het huidige Iran. “De nieuwe samenleving is geïnstitutionaliseerd”, beweerde hij. Al te hard over huidige schendingen van mensenrechten in Iran, die na zijn ambtsaanvaarding niet lijken te zijn afgenomen, werd hij niet ondervraagd, maar hij gaf wel toe dat er schendingen van de grondwet zijn.

Even leek het alsof Khatami in de leer was geweest bij de Nederlandse staatssecretaris Schmitz toen hij zei dat er een monitoring group in het leven was geroepen om dat euvel te bestrijden. “We hebben één regering”, voegde hij eraan toe. Onduidelijk was het of die opmerking bedoeld was voor Amerikaanse of Iraanse consumptie, in verband met het eeuwige getouwtrek tussen de president en de geestelijke gids. Een chronisch probleem dat al in de beginjaren van de revolutie tot een uitbarsting kwam en de eerste president, Abolhasan Bani Sadr, de politieke kop kostte. Khatami beloofde dat hij zijn programma van meer vrijheid en democratie zou uitvoeren maar gaf impliciet toe dat hem dat nog niet goed was gelukt: “Sommige dingen hebben tijd nodig”.

Ook de interviewster sjorde oude koeien uit de sloot, zoals de gijzeling van Amerikaans ambassadepersoneel in 1979, die 444 dagen duurde. “Zou u, als u het over kon doen, het anders doen?” vroeg ze. Khatami verwees naar de revolutionaire sfeer, waarin al dit soort dingen zijn gebeurd. Hij veroordeelde het demonstratief verbranden van de Amerikaanse vlag en hoopte dat er een einde zou komen aan acties die “kunnen worden uitgelegd als een belediging van het Amerikaanse volk”.

Khatami speelde Europa tegen Amerika uit door de Europese politiek veel meer 'gevorderd' te noemen dan de Amerikaanse. Hij wees op de economische schade die de VS Iran hebben berokkend met hun boycot, maar zag ook een voordeel: “We hebben geleerd ons te concentreren op de eigen mogelijkheden”.

mailIcon print |