Van onze redactie economie AMSTERDAM - De gemeentelijke heffingen stijgen dit jaar aanzienlijk harder dan de rijksbelastingen. Burgers en bedrijven moeten dit jaar 9,2 miljard gulden aan lokale belastingen betalen. Dat is 7,6 procent meer dan in 1995.
Deze cijfers heeft het Centraal bureau voor de statistiek (CBS) gisteren bekend gemaakt. Tien jaar geleden bedroeg de opbrengst van de heffingen nog niet de helft van nu: 4,1 miljard gulden. De (verhogingen van de) heffingen zijn per gemeenten sterk verschillend. Reden waarom vakbonden er bij het stellen van hun looneisen maar in beperkte mate rekening mee houden. Heffingen zijn bij elkaar goed voor zo'n 5 procent van de totale belastingopbrengsten van de overheid. Het CBS schrijft de stijging voor een belangrijk deel toe aan anticiperend gedrag van gemeenten. Vanaf volgend jaar krijgen gemeenten die nog ruimte hebben om de belastingen te verhogen, een lagere uitkering uit het Gemeentefonds.
Grootste inkomstenbron voor gemeenten is de onroerende-zaakbelasting met een verwachte opbrengst van 4,2 miljard gulden, dat is 6,1 procent meer dan vorig jaar. Nieuwe taxaties van onroerend goed spreken in sommige gemeenten een woordje mee. In 1985 bracht de onroerende-zaakbelasting nog 'slechts' 2,5 miljard gulden op. De heffingen voor reiniging, afvalverwerking, riolering en waterzuivering (milieuheffingen), stijgen met 8,5 procent tot 3,5 miljard gulden. De parkeeropbrengsten groeien het sterkst, met meer dan een kwart tot 433 miljoen gulden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.