*

 
dossier

Archief

De dominees zetten zichzelf te kijk en niemand klapt

PIETER VAN DER VEN − 13/01/98, 00:00

Een spagaat vanuit de lotushouding, een driehoekscirkel, een McDonald's van de Montignac-methode: beelden voor de verhouding van kerk en seks die volstrekt in de knoop is geraakt. Ds. L van Drimmelen heeft kennelijk gemeend er met een kamikaze-actie beweging in te brengen.

Binnen één generatie heeft in de kerken het grote, eeuwenoude 'niks-mag' eerst gezelschap gekregen van het 'moet-bespreekbaar-zijn' van alles wat niet mag en tóch gebeurt - spoedig gevolgd door een 'moet-kunnen', om schielijk weer te verkeren in een 'zo-toch-maar-niet'. De kerken gingen daarbij zeker niet als profeten voorop, maar ze volgden met een zekere vertraging de ontwikkeling in acceptatie, versoepeling en aanscherping in de buitenwereld. Na het begrip van de jaren zeventig voor allerhande seksuele gevoelens en gedragingen kwam een kentering door de ontdekking van de factor macht en ongelijkheid in de (seksuele) relatie.

Pedofielen hebben maar weinig kunnen profiteren van de seksuele bevrijding. Gaandeweg moest de heteronorm de homo als praktisch gelijkwaardig naast zich dulden, maar de pedo bleef een verdacht buitenbeentje. Ds. Van Drimmelen is bepaald niet de eerste die het voor hem opneemt en die onderscheid maakt tussen kindervriend en kindermisbruiker; maar de kuise kindervriend heeft het maatschappelijk én in de kerk nog steeds moeilijker dan een homo die het bont maakt.

De kerken hebben een lange traditie en een diepgaande kennis van grote idealen en zwakke mensen. De constante spanning daartussen voorziet als het ware de kerkelijke motor van energie. De kerk leeft bij de gratie van mensen die tekortschieten. Seksualiteit is vanouds bij uitstek het terrein van idealen contra zwakheid.

De r.-k. kerk wil aan die spanning nooit veel sleutelen: de leer is wat ie is, de pastor is er voor de brug van het milde begrip. De afstand tussen leer en leven wordt daarbij soms wel erg ver opgerekt, op het huichelachtige af. Protestanten of Nederlanders willen die kloof smaller: als er dan toch homoseksuele dominees bestaan, aanvaard ze dan ook maar in theorie en regelgeving.

Maar er blijft genoeg over wat (nog) niet mag, toch gebeurt en een reactie vraagt. De laatste tien jaar hebben de opkomst te zien gegeven van wat 'seksueel misbruik in pastorale relaties' is gaan heten. Ook hierin waren de kerken overigens meer 'trendvolgers dan trendsetters'.

Natuurlijk zijn de kerken tegen 'seksueel misbruik', zeker gepleegd door hun eigen personeel. Apart en gezamenlijk zijn ze ook in actie gekomen, met meldpunten en vertrouwenspersonen en procedures. Ferme voornemens zijn gemaakt: opkomen voor de slachtoffers, openheid van zaken, maatregelen tegen plegers vooral om herhaling te voorkomen, opleiding en toerusting tegen pastorale ontsporing.

Maar de kerken zouden zichzelf verloochenen als zij niet tegelijk oog bleven hebben voor de zwakheid van de mens die struikelt. Wij zijn er voor slachtoffer én dader, heet het in het manuaal van de kerkelijke hulp-instanties voor gevallen van seksueel misbruik. Dat is mooi gezegd en geheel in de lijn van een kerk en van elk christenmens die wil opkomen voor iemand in de narigheid. En een pleger of een beschuldigde zit in de narigheid, is er akelig aan toe en heeft in interne procedure of rechtszaal recht op een advocaat en daarbuiten recht op trouw en steun van vrienden en collega's.

Maar het slachtoffer is de ándere partij, is bij lange na niet toe aan vergeving, maar wil eerst erkenning en een duidelijk signaal dat de kerk onverdeeld zijn/haar partij kiest, anders heeft zij afgedaan en voelt het slachtoffer zich opnieuw 'misbruikt'. De barmhartigheid van de kerk jegens haar eigen dienaar in de knoei, kwetst bijna per definitie degene die zich misbruikt voelt.

Nog kwalijker werken de verkeerde signalen: intrekking van de subsidie aan het bureautje van Marjo Eitjes, die zich exclusief om de slachtoffers bekommert, want de kerk nam immers die slachtoffers toch al mee in haar structuurtje voor slachtoffer en dader samen. Kardinaal Danneels schrijft de officier van justitie om in de zaak tegen pastoor X toch vooral rekening te houden met diens goede reputatie. Slachtoffers worden onder druk gezet om hun aanklachten maar in te trekken, want het is zo zielig voor die pastor. Evenzoveel signalen die aangeven dat de kerk haar verlangen op te komen voor iedereen niet waarmaakt, dat voor de kerk het collegiale hemd nader is dan de rok van de beschadigde clientèle.

Dat laatste is op zichzelf geen schande, maar is als uitgangspunt van beleid helderder dan de pretentie of de fictie van 'we zijn er voor beiden'. Het is evenmin verkeerd dat de dominees Van Drimmelen en Huttenga opkomen voor mensen in een verdomhoekje; sterker als pastores is het hun taak. Hun bizarre middel doet waarschijnlijk hun zaak geen goed, maar wie origineel actievoert loopt nu eenmaal kans mis te schieten. Dat hun actie pijnlijk is voor mensen die zich 'slachtoffer' voelen is vervelend, maar slachtoffers zijn daarvoor niet te vrijwaren. De deernis met hun kwetsuur kan nooit voorkomen dat discussie over de grenzen van goed en kwaad in seksualiteit telkens weer oplaait.

Wat hindert in de actie van de beide dominees is de domme wazigheid. Het 'Grote Bos' had hen “naar de keel” gegrepen. Dat kan, zeker als de veroordeelde een vriend van vele jaren is. Laat hem niet vallen, zoek hem op, als vriend en pastor, prachtig. Maar wie vandaaruit in één adem pleit voor meer ruimte voor pedofilie mist het zicht op de subtiele samenhang van ethiek en pastoraat. Het lijkt wel of de brief van ds. Van Drimmelen niet alleen een misplaatste coming out was, maar ook nog om een andere reden fake - eigenlijk bedoeld om uit het ongerijmde aan te tonen dat je de seksuele moraal toch maar het beste rechtlijnig kunt laten verkondigen. Gewoon, dat er niks mag, zoals vroeger, want al het andere brengt je in de knoop. Een spagaat in lotushouding: de dominees zetten er zichzelf mee te kijk en niemand klapt.

mailIcon print |