*

 
dossier

Archief

Als megaster blijft Lenny Kravitz magisch en stereotiep tegelijk/pop

STAN RIJVEN − 07/10/95, 00:00

AMSTERDAM - Een popartiest die de rock & roll dood verklaart, verplicht zich daar iets tegenover te stellen. Lenny Kravitz deed dat donderdag in Paradiso met een even zinderend als zinnig concert.

Zes jaar geleden was de dertigjarige megaster nog een talentvolle onbekende die in hetzelfde Paradiso zijn eerste erkenning kreeg. Liefde op het eerste gezicht die niet meer over ging. Voor het gebouw (uitverkocht) drentelden zwarthandelaren met kaartjes die vier tot vijf snippen deden.

De kracht van Kravitz ligt in zijn kunde uit dertig jaar popmuziek een ziel te destilleren. Sommigen willlen hem daarom het etiket 'retro-rocker' opplakken. Kameleontisch citeert hij The Beatles, Jimi Hendrix, Stevie Wonder, Led Zeppelin en Curtis Mayfield. Een veelzijdigheid die hij met Prince gemeen heeft. Ook het brede palet aan stembuigingen, van fluwelen falset tot grommend rockbeest, hebben zij gemeen. Om te zwijgen van beider multi-instrumentale kwaliteiten.

Proef je bij Prince een megalomane koorts om de ongrijpbare alleskunner te zijn die zich telkens een andere identiteit aanmeet, Kravitz is het tegenovergestelde. Een sympathiek podiumdier dat clichés niet schuwt in het contact met zijn publiek. Een buitenstaander die door zwarte platenproducers werd afgewezen omdat hij als kleurling 'blanke' hardrock wilde spelen, en die in zijn songs de hippie-ideologie aanhangt en niet aan cynisme meedoet. Zijn credo: 'Let love rule' en 'You got to believe in yourself'.

Deze ingrediënten keren in alle toonaarden op zijn laatste album Circus terug. Predikt Prince over lusten en listen, Kravitz laat zich op Circus kennen als een geestelijk leidsman die zelfmoord afwijst ('Don't go and put a bullet in your head'), die strijdt tegen benauwd denken en zelfs God aanprijst ('God is love'). In het openingsnummer 'Rock and roll is dead' fulmineert Lenny tegen de leeghoofdigheid van het popcircus. Zijn antwoord luidde in Pardiso eenduidig.

Met uitstraling en opwinding loodste hij zijn gitaarband, inclusief zangtrio en sax, langs alle toppen van zijn vier platen. Zijn betrokkenheid op collega-muzikanten en de fans kende geen grenzen, zodat iedereen zich volledig gewonnen gaf. Terwijl het podium al leeg was, zong het publiek zich de longen stuk op 'Let love rule'. Kravitz keerde terug voor een reeks toegiften, balkons met headbangers, een woud van klappende handen parterre achterlatend. Stijf van de stereotiepen, maar o zo magisch tegelijk. Daarmee gaf Kravitz gestalte aan de kern van rock & roll: 'De diepte moet men verstoppen. Waar? Aan de oppervlakte'.

mailIcon print |