*

 
dossier

Archief

What's in a name (2) door Selma Schepel

SELMA SCHEPEL − 28/09/95, 00:00

Gisteren pleitte professor dr. Ph. van Haute op deze pagina voor handhaving van des vaders achternaam, want onontbeerlijk voor de vorming van je identiteit en nog veel meer moois. Als “het vanzelf spreekt dat de meesten onder ons in meerdere of mindere mate aan hun naam gehecht zijn”, waarom hebben getrouwde vrouwen dan tot voor kort zo massaal en gemakkelijk de naam van hun echtgenoot aangenomen? En waarom is in die “opeenvolging van generaties” precies maar één naam uitverkoren? Via de grootouders is er keus uit vier namen, bij overgrootouders al uit acht en zo verdubbelen de mogelijkheden verder terug in de tijd. Wat is er toch zo belangrijk aan die ene naam van dat ene ventje ooit?

Van Haute is ook niet consequent. Men mag van hem de eigen achternaam niet kiezen, maar de eerste Van Haute die zich met die naam tooide, mocht dat wel. Maar hij wordt lachwekkend als hij een levensgroot biologisch feit ontkent: “Men wordt vader niet door zijn zaad, maar door zijn naam te geven”. Een man kan via zijn naam een kind van een ander erkennen. Maar voor het krijgen van een kind blijft zaad toch echt nodig. Ik heb al eens eerder geschreven hoe razend pijnlijk het voor mensen kan zijn als ze niet weten wie hen verwekt heeft. Maar dat schijnt voor wie gewoon eigen ouders heeft, moeilijk invoelbaar te zijn, dus strooi maar wat met dat zaad. Daarom was Dorien Pessers in de Volkskrant tegen de naam van de moeder: die naam zou de vader bevrijden van zijn verantwoordelijkheden. Er staan kennelijk heel wat mannen te trappelen van ongeduld om daarvan ontheven te worden, en er is een wet voor nodig om de kwajongens in het gareel te houden, als pedagogische maatregel zogezegd.

Of de wet als preventief geneesmiddel, want Van Haute heeft ook nog iets geleerds in petto: het dragen van de naam van de vader zal een symbiotische, is pathologische, relatie met de moeder tegengaan. Boven zijn artikel heeft de redactie gezet: 'Een in alle opzichten schadelijk voorstel'. Tel je de opzichten die Van Haute behandelt, dan is zijn artikel zwak uitgedrukt niet uitputtend, dus de kop is nogal brutaal. Temeer daar zijn verhaal eigenlijk maar om één stelling draait, namelijk: een mens moet zich bewust zijn van zijn culturele verbanden, via die vadersnaam dus: “Het gaat er alleen om dat dit geen zaak van individuele keuze is en kan zijn”. En dan is zijn college afgelopen zonder dat er iets verklaard is. Oh nee, het is “een symptoom van een veralgemeend marktdenken, dat leeft bij de gratie van het fantasme van een geatomiseerd individu”. Interessante taal, maar wat betekent het? Naar het schijnt, dat eigen naamskeuze culturele ravage aanricht. En culturele verandering is geen individuele zaak. Dit snap ik niet. (Maar ik ben ook geen professor.) Waarom niet? Wie bepaalt dan wat cultuur is? De Tweede Kamer, de rechter, de stamoudsten? Of vormt de heilige cultuur zich op geheimzinnige wijze zelf?

Mij dunkt dat Van Haute met zijn grote collectivistische klompen over het interessantste aan mensen heenklost, namelijk dat zij zelf kunnen denken en individuele keuzes kunnen maken. Niet dat echt veel mensen dat doen, maar de mogelijkheid bestaat.

Tot slot nog een verhaal uit de praktijk, over wat een verplichte naam kan betekenen. Mijn kinderen hebben gelukkig een goede band met hun vader, en vinden het best zijn naam te dragen. Op het volgende na: ze heten De Vilder. Mijn oudste dochter wordt, sinds er een bekende oplichter is met die naam, geregeld gevraagd: 'Ben je z'n zusje?' Dat is ze niet. Maar ze is wel overtuigd vegetariër sinds haar vroegste jeugd, dus is De Vilder, degene die geslachte dieren van hun vel ontdoet, een absurde naam. Mijn jongste dochter - ook vegetariër - heeft weer een ander probleem met deze achternaam. Zij woont sinds een jaar in Nieuw Zeeland. De Vil wordt daar verstaan als Duivel. Mogen wij die bet-betovergrootvader en zijn cultuur alsnog hartelijk danken?

mailIcon print |