De onlangs gelanceerde gedachte van 'loon naar prestatie', waarbij oudere werknemers wegens afgenomen productiviteit minder gaan verdienen dan werknemers in de bloei van hun leven, schijnt menigeen uit de slaap te houden. Merkwaardig, het is toch zo'n sportieve gedachte. Dat wil zeggen, in de sport gebeurt niets anders en het schijnt nooit bij de toeschouwers te zijn opgekomen om ertegen in opstand te komen.
Hier, René Eijkelkamp, 32 jaar, werknemer bij een voetbalclub, contract niet verlengd, want PSV wil met jongere spelers verder. René zelf (teleurgesteld): “Ik denk dat PSV nog heel veel aan een fitte Eijkelkamp had kunnen hebben.” De gebroertjes De Boer, nog niet helemaal uitonderhandeld met Ajax: zitten die op hun top of zijn ze reeds de 'flexibele' fase ingegaan? Voor wielrenners en schaatsers geldt precies hetzelfde: loon naar werken, ieder seizoen opnieuw en niet een soort redelijk gemiddelde voor het hele leven.
Misschien dringt de vergelijking zich niet zo op omdat sporters op het moment dat ze de flexibele fase van hun beroepsleven ingaan qua leeftijd meestal nog vooraan in de maatschappelijke mobiliteit verkeren. Ook wordt de parallel mogelijk verdoezeld doordat het klassieke verloop van een sportcarrière, na afloop een sigarenzaak of snackbar beginnen, tegenwoordig meer op stand is geraakt: men wordt bobo of begint een kledinglijn. Maar dat doet aan het feit niks af: in de sport is prestatie-afhankelijke, flexibele beloning de enige regel.
Ik ben altijd benieuwd hoe dat precies zit: hoe kijkt men in het veld, op de weg, tegen elkaars salarissen aan? Het opmerkelijke is namelijk dat er naar buiten een soort code van eenheid bestaat. Ondervraag je een speler naar zijn fabuleuze prestatie afgelopen wedstrijd dan zal hij altijd geroutineerd naar het 'team' verwijzen: we hebben het met z'n allen gedaan. En wie een Tour-etappe wint is fantastisch geholpen en uit de wind gehouden door z'n maats. Zulke mooie uitspraken over de collectieve prestatie zijn, dat weet iedereen, een loze letter. Als het binnenshuis om de verdeling van de buit gaat valt het team-concept en het 'ieder heeft even hard gewerkt'-idee onmiddellijk weer uit elkaar, Kluivert krijgt meer dan Scholten, hoe 'onrechtvaardig' ook.
Ook in onze dagelijkse banen gaat de 'sportieve' beloning misschien binnenkort gelden. Of het een maatschappelijke noodzaak is kan ik niet beoordelen; dat geldt trouwens voor alle ideeën met zo'n hoog Bolkestein-gehalte. Maar ik ben vooral benieuwd of de nieuwe flexibele werknemer dezelfde erecode van zijn sportieve voorgangers zal aannemen en tegen de Mart Smeetsen dezer wereld zal blijven volhouden dat zijn werk onverbiddelijk slechts deel uitmaakt van een collectieve prestatie.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.