AMSTERDAM - Minister Ritzen van onderwijs heeft op zijn begroting dertig miljoen gevonden om de grote universiteiten meer onderzoeksgeld te geven. De andere zestig miljoen die zij nog van hem krijgen, wil hij bijschrijven op papieren tegoeden van de universiteiten bij het ministerie.
De minister en de vereniging van universiteiten VSNU liggen al geruime tijd in de clinch over de verdeling van het geld voor onderzoek. Sinds 1993 hevelde Ritzen in totaal negentig miljoen uit het onderzoeksbudget over naar vier kleinere universiteiten, die nog groeien in studentenaantallen. Vijf grote, daardoor gedupeerde universiteiten vochten deze beslissing met succes aan bij de Raad van State.
Ritzen kon het geld niet van de kleine universiteiten afnemen en was daarom van plan het totale budget van het wetenschappelijk onderwijs er voor aan te spreken. Voor de achtergestelde universiteiten reden wederom met een rechtzaak te dreigen. De minister ging daarop elders op zijn begroting op zoek naar geld, onder beding dat er geen nieuwe gang naar de rechter komt.
Ritzens voorstel betekent dat de groten er geld bij krijgen, zonder dat de kleintjes hoeven in te leveren. De papieren tegoeden zijn bedragen die de instellingen bij het ministerie hebben uitstaan, maar die zij volgens stilzwijgende afspraak niet aanspreken.
Struikelblok
De VSNU gaat nog niet akkoord met het aanbod van Ritzen. Struikelblok is vooral zijn wens om de bevoordeling van de kleinere universiteiten vanaf 1998 permanent te regelen. De VSNU voelt daar weinig voor. Ook de beslissing van Ritzen om de kleinere universiteiten volgend jaar weer te bevoordelen, stuit nog op verzet.
Bestuurder Noorda van de Universiteit van Amsterdam, die het verzet tegen de herverdeling aanvoerde, wil niet reageren op het aanbod: “We zijn het nog niet eens over de manier waarop een compromis moet worden uitgevoerd.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.