*

 
dossier

Archief

Recensies

RUUD VERDONCK − 03/01/98, 00:00

Een tamelijk bizarre vertoning van die Robert Long, die geen recensenten bij z'n nieuwe voorstelling wil hebben. Enfin, ze kunnen komen kijken, maar dan moeten ze zelf een kaartje regelen. De cabaretier heeft er geen behoefte aan om mee te werken aan 'een rapportcijfer', “want dat krijg ik van mijn publiek. Zolang dat in groten getale komt kijken, doe ik het goed.”

In principe weinig mis mee. Je kunt alleen niet meer in de advertenties van die lovende citaten zetten. ('Een onderhoudende avond'; oorspronkelijke tekst: 'Zelden hebben wij meer verlangd naar een onderhoudende avond'). Het gratis kaartje, koffie in de pauze en na afloop in de foyer nog een gezellig samenzijn, dat is allemaal service en glijerij waar een recensent niet van afhankelijk is. Ook op eigen kosten kan hij een beschouwing maken. En het is zo maar beter ook, als de afstand tussen onderwerp en beschouwer optimaal groot is. Juist om de recensent de positie te geven van onafhankelijke waarnemer namens zijn lezers.

Maar dat nu blijkt niet de bedoeling van Long te zijn. Hij wil juist op intieme voet geraken met zijn recensenten. “Ik zou een gesprek willen lezen. Ik zou de schrijver van het stuk willen leren kennen en willen begrijpen waarom hij een voorstelling goed vindt of niet. Mijn voorstel is dan ook: kom gerust kijken, vind het mooi of lelijk en vertel me dat.” Aldus Robert Long in een brief aan de recensenten.

Mijn baas ziet me al aankomen. Ja, nee, het duurt nog wel een tijdje voor dat stukje komt, ik moet eerst werken aan mijn relatie met Robert Long.

Een recensent heeft geen relatie met Robert Long of welke artist dan ook. De koelie wordt door zijn baas op pad gestuurd om de relatie met zijn lezers te bestendigen. Een recensent wordt na verloop van tijd door zijn lezers herkend en die weten dan wat ze aan zijn oordeel hebben. Als hij Robert Longs nieuwe voorstelling niks vindt, dan weten de lezers ook waarom dat zo is. Uit een reeks van recensies halen die het beeld tevoorschijn van die recensent, waardoor ze bij voorbaat weten: die Robert Long zal 'ie óók wel weer niks vinden. Dan weet de lezer dat deze voorstelling hém juist op het lijf is geschreven voor een avondje uit. Of omgekeerd.

Dát is de relatie van een recensent. Als de lezer weet dat de recensent alvorens zijn stukje te schrijven eerst eens is gaan bomen met Long, dan weet een lezer na het bezoek aan drie verschillende, gerecenseerde voorstellingen, dat hij net zo goed de advertenties kan gaan lezen.

Recensies vindt Long ook niet meer van deze tijd. Want als hij publiciteit nodig heeft, dan 'doet' hij een paar keer de tv, hapje Peter Jan Rens, uurtje Koffietijd. Daar wordt hij niet lastiggevallen met vervelende vraagjes, daar wordt hem de bekende weg gewezen en presto: vanavond zit de zaal weer vol. Zo simpel is dat.

Om nu te zorgen dat recensies dezelfde labbekakkerige tv-sfeer gaan uitademen van ouwe jongens onder elkaar, wil Long ook zijn recensenten voortaan eerst goed leren kennen, de dialoog over hun oordeel aangaan, alvorens hij ze genadig toestaat het stukje te schrijven dat hij wil zien, hoewel hij niet eens geabonneerd is op de krant. Ja, zo zou mijn voormalige bakker ook willen dat we over zijn weke kadetten hadden gesproken.

Dan liever een recensie van een optreden van Robert Long als een malle undercover-operatie. Ik geef namelijk niets om enig oordeel van Robert Long zelf.

mailIcon print |