DEN HAAG - In de Romeinse tijd drong de zee, ongeveer waar nu Hoek van Holland ligt, met enige regelmaat tot achter de Haaglandse strandwallen door. Het zeewater zocht zich een weg door de laag gelegen veenmoerassen en liet zijn verziltende invloed tot aan Nieuwkoop gelden.
Deze lage, zoute veenmoerassen leenden zich niet voor hoogwaardig grondgebruik en zijn dan ook door de eeuwen heen grotendeels open gebleven. Ze vormen hydrologisch en ecologisch een eenheid en bieden een uitstekend uitgangspunt voor natuur van een verrassende kwaliteit.
Het is dan ook geen toeval dat de Groenblauwe Slinger in grote lijnen de weg volgt van het zeewater in de Romeinse tijd. De Groenblauwe Slinger, op de kaart gezet door de provincie Zuid-Holland, is een netwerk van groen en water dat tegenwicht moet bieden aan de voortgaande verstedelijking en versnippering in de zuidvleugel van de Randstad.
De Groenblauwe Slinger, die in een S-vorm om Delft en Zoetermeer loopt en Midden-Delfland met het Groene Hart moet gaan verbinden, is echter ook bedoeld voor de mensen die in dit deel van de Randstad wonen en in de toekomst komen te wonen, zegt gedeputeerde Jan Heijkoop (CDA, groenbeleid). Heijkoop: “Zuid-Holland is de dichtst bevolkte provincie. In het westelijk deel staan veel bouwactiviteiten op stapel: op de Vinex-locaties worden tienduizenden woningen gebouwd, er komen bedrijfsterreinen bij en de hogesnelheidslijn en de Betuwelijn worden aangelegd. Dat vereist dat je zorgvuldig met de kwaliteit van de leefomgeving omgaat en deze niet alleen in stand houdt, maar ook versterkt.”
Groen is een belangrijke component van de leefomgeving. Heijkoop: “De staten hebben dit erkend. Een goede leefomgeving is voor het internationale bedrijfsleven een belangrijke vestigingsvoorwaarde. Als je niet voor groen zorgt, vertrekken de beter gesitueerden en het is een wetmatigheid dat dan binnen tien jaar het bedrijf volgt. Dat is het begin van een proces van verpaupering. Werkgevers hechten steeds meer aan een goede woonomgeving. De Hollandse werkgeversvereniging was aanvankelijk sceptisch over ons beleid dat alle aantastingen van natuur en landschap moeten worden gecompenseerd. Maar sinds kort staan de werkgevers daar positief tegenover, juist vanwege het belang van de kwaliteit van de woonomgeving.”
“Als je de Randstad aantrekkelijk wilt houden, moet je dus zorgen voor een kwalitatief goede leefomgeving. Het rijk stond daar wat ambivalent tegenover. Het is beter bij de ontwikkeling van woonwijken de leefomgeving als onderdeel van de stichtingskosten te beschouwen. Je bouwt niet alleen een wijk, je moet ook voor groen erbij zorgen. Door eerst de Vinex-locaties aan te wijzen in plaats van een goede grondpolitiek te voeren, zijn door speculaties de grondprijzen omhoog gegaan en moeten we voor groen dure grond aankopen. Groen dicht bij huis is hier duurder dan elders in het land.”
In het gebied van de Groenblauwe Slinger staat het water tot de lippen, vindt Heijkoop: “Het is het verstedelijkste deel, waar bovendien het brandpunt van de nieuwe woningbouwlocaties ligt. De stad geeft hier vorm aan het resterende groen; we moeten redden wat te redden is.”
Ministerie
“Gelukkig staat het rijk positief tegenover deze groene bufferzone. Het ministerie van volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer heeft niet meer, zoals voorheen, alleen oog voor bouwen, maar onderschrijft ook het belang van een goede leefomgeving. We hebben van het rijk de toezegging gekregen voor de aankoop van 600 hectare tussen Den Haag en Rotterdam.”
Dat is van harte welkom, want een project als de Groenblauwe Slinger is een ambitie die boven op het bestaande natuurbeleid (grondaankopen en beheersovereenkomsten) komt. Voor de uitvoering van bestaand beleid is geld, maar nieuwe ambities (naast de Groenblauwe Slinger de realisering van meer dan 100 ecologische verbindingszones met een totale lengte van 800 kilometer) vergen extra geld.
Heijkoop: “Provinciale staten hebben gezegd: hou die ambities overeind. Over hoe we daarvoor geld vrij kunnen maken, zullen we in de provinciale Voorjaarsnota duidelijkheid geven. In het algemeen kun je zeggen dat we proberen aan te haken bij diverse projecten, zoals bijvoorbeeld de landinrichting. Ook zijn we in overleg met minister Van Aartsen over de mogelijkheden een beroep op fondsen van de Europese Unie te doen. Andere landen boren Brusselse fondsen aan vanwege de ontvolking van gebieden; wij proberen het probleem van de verdichting zo te formuleren dat we wellicht ook een beroep op Brussel kunnen doen.”
Om tegenwicht aan die verdichting te kunnen bieden, dient de Groenblauwe Slinger een robuuste structuur te krijgen. “We willen dit bereiken door middel van een goede combinatie van groen en water”, zegt projectleider An van Veen: “Met water kun je binnen korte tijd natuur ontwikkelen. Water is ook aantrekkelijk voor de recreatie. Bovendien is er grote behoefte aan schoon water. Het hoofdwaterstelsel dateert nog uit de middeleeuwen en is krap, zodat het moeilijk is schoon water vast te houden. We proberen met de gemeenten en waterschappen in het gebied plaatsen te vinden waar we regenwater kunnen vasthouden en kunnen laten circuleren. Wat de kwaliteit betreft, denken we aan biologische zuivering door rietvelden of waterplanten. Dat is ook aantrekkelijk uit oogpunt van natuurontwikkeling”
Een kwetsbare schakel in de slinger vormt de Groenzone tussen Pijnacker en Berkel en Rodenrijs. De slinger kent daar het smalste punt: een flessenhals van zo'n 200 meter breed. Eerder dit jaar zijn schetsen voor de inrichting van deze 350 hectare tellende Groenzone gepresenteerd, maar een definitieve oplossing is nog niet gevonden.
Het is de bedoeling dat de Groenblauwe Slinger deel gaat uitmaken van de groenstructuur binnen de hele provincie. Daartoe dienen tussen de slinger en andere grote groengebieden verbindingszones te worden aangelegd. Ecologische zones, waarlangs dieren zich kunnen verplaatsen en die uitwisselingen tussen populaties mogelijk maken. Maar ook voor de recreant, die ruimte wil om te wandelen, fietsen, schaatsen en (kano)varen. Zo staan verbindingszones op de kaart tussen de slinger en het Groene Hart, de landgoederenzone Haaglanden, het toekomstige Bentwoud, het Bieslandse Bos (tussen Zoetermeer en Delft) en de Bleiswijkse Zoom en de Rottemeren.
Gedeputeerde Heijkoop: “Verbindingszones geven een grote meerwaarde: het geheel is meer dan de som der delen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.