DEN HAAG - De rondetafelgesprekken die de Kamercommissie voor sociale zaken deze week voert over de invoering van de nieuwe bijstandswet ontwikkelen zich meer en meer tot een massale aanklacht van de gemeenten tegen het armoedebeleid van het kabinet-Kok.
De commissie werd gisteren, door een zestal directeuren van sociale diensten en een zestal wethouders, indringend het beeld geschilderd van gemeenten die moeten dweilen terwijl de kraan wagenwijd openstaat. “Wij kunnen slechts met lapmiddelen werken om al te grote verschillen tegen te gaan. En dat terwijl ook ons optreden, dat tot stand komt door het beleid van het rijk, in toenemende mate als een onrechtvaardigheid wordt ervaren”, aldus wethouder Smeijsters van de gemeente Kerkrade. Hij krijgt bijval van de Haagse wethouder Van Kampen: “Er wordt wel gesproken over begeleiden van mensen in de bijstand naar werk. Maar juist voor die mensen voor wie werk geen perspectief is worden de problemen steeds groter. De groep met echte armoede wordt niet groter, maar het verschil tussen de groep met echte armoede en de rest groeit wel.”
De initiatiefnemers van de ronde-tafelgesprekken kunnen tevreden zijn. Tenminste één van hen, GroenLinks-fractievoorzitter Paul Rosenmöller, erkende desgevraagd met die gesprekken meer te willen dan alleen de vinger aan de pols te houden en nauw betrokken te worden bij eventuele problemen bij de invoering van de nieuwe bijstandswet. “Voor mij is het levend houden van het debat over armoede en armoedebestrijding een belangrijk doel”, zei hij.
De gesprekken, die vandaag worden afgerond, leveren tot nu toe het beeld van een landelijke politiek die rond de bijstand tot heel andere keuzen komt dan de gemeenten, onder druk van de praktijk, gedwongen zijn te maken. Bij de balies van de sociale diensten komen de mensen die in nood verkeren, terwijl in Den Haag de prioriteit met betrekking tot de bijstand is komen te liggen op zaken als het begeleiden naar de arbeidsmarkt en op sollicitatieplicht.
Armoedebestrijding was overigens wel één van de elementen in de nieuwe bijstandswet. Gemeenten dienden meer beleidsvrijheid te krijgen om hun bijstandsgerechtigden maatwerk te leveren. Het budget voor bijzondere bijstand ging bijvoorbeeld omhoog.
Een aantal jaren werd het daarvoor bestemde budget echter niet volledig uitgegeven. Reden voor verschillende fracties om, zodra de discussie over armoede ging, de verwijtende vinger in de richting van de gemeenten te heffen. Het niet gebruiken van geld wordt echter meer en meer een fabeltje. Gisteren kwamen vertegenwoordigers uit 12 gemeenten aan het woord en in alle twaalf gemeenten is het budget aan bijzondere bijstand inmiddels meer dan uitgegeven. Sterker, in steden als Arnhem, Amsterdam en Den Haag legt de gemeente uit de eigen begroting geld bij om de schreeuwende behoefte aan aanvullende uitkeringen aan te kunnen. Veel gemeenten hanteren de bijzondere bijstand als een 'open einderegeling' met als gevolg ruzies in de gemeenteraad tussen de specialisten sociale zaken, die meer geld willen en de commissies financiën die met zorg naar de gemeentebegroting kijken.
Het Haagse beleid helpt gemeenten bepaald niet de armoede onder controle te krijgen. De zes wethouders grepen de uitnodiging om eens te komen praten dankbaar aan om vriendelijk te vragen eens op te houden met bezuinigingen op die punten die juist de allerarmsten extra treffen.
Van Kampen: “De druk op gemeenten neemt toe, terwijl het in feite een inkomenspolitiek probleem is, waar gemeenten niets aan kunnen doen. Ouderen met alleen AOW, mensen die langer dan vijf jaar in de bijstand zitten en gezinnen met meer schoolgaande kinderen.”
De bijzondere bijstand als instrument om armoede te lijf te gaan is te duur en uiterst inefficiënt, zo houden de wethouders en de directeuren van sociale diensten de Kamercommissie voor. De Eindhovense wethouder Backhuijs wijst er op dat gezien de voorschiften elke aanvraag apart beoordeeld wordt. “Dat betekent dus hoge kosten en steeds opnieuw formulieren invullen. Terwijl uit de aanvragen blijkt dat het om herkenbare groepen gaat. Het zou al enorm schelen als wij als gemeenten van de landelijke overheid toestemming krijgen groepen van bijstandsgerechtigden aan te wijzen als groepen die in aanmerking komen voor een aanvullende uitkering. In Tilburg, aldus directeur Kievits van de plaatselijke sociale dienst bestaat acht procent van de totale bijstandsuitgaven uit bijzondere bijstand. “Maar de toekenning van geld kost veel meer menskracht dan de normale bijstand. “Bovendien wordt de bijzondere bijstand zo langzamerhand een lappendeken. We zouden het moeten beperken tot een inkomensondersteuning voor mensen die langdurig op een uitkering aangewezen zijn. Het zou wel eens veel slimmer kunnen blijken te zijn die mensen als een categorie aan te wijzen, in plaats van de huidige praktijk, die associaties oproept met de oude armenzorg. Zo kunnen sociale diensten niet toekomen aan de taken die de landelijke politiek echt belangrijk vindt: begeleiding naar werk en dergelijke zaken.”
De wethouders verwijten de Haagse politici onmacht om hun verantwoordelijkheid voor het inkomensbeleid waar te maken. Dat gemeenten daar niet mee om kunnen gaan, maakt wethouder Smeijsters uit Kerkrade duidelijk. “Als een gemeente wat tracht te doen aan armoede, krijg je spanningen in de regio. Rijkere gemeenten kunnen zich meer veroorloven dan armere. Dat leidt tot zaken die op langere termijn echt onhoudbaar zijn.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.