*

 
dossier

Archief

opera

MIEKE BRAKMAN − 09/09/96, 00:00

DORDRECHT - Terwijl het land ten prooi lijkt te vallen aan de grootheidswaanzin van operaspectakels in hallen als Ahoy en marktpleinen zoals in Groningen met duizenden toeschouwers, houdt Dordrecht het met zijn belcanto-festival klein en fijn.

De organisatoren leerden in de afgelopen jaren door schade en schande dat opera in de open lucht niet het meest geëigend is in ons klimaat en verhuisden het spraakmakendste onderdeel van hun zangfeest naar schouwburg Kunstmin, een zaal die iedere zichzelf respecterende theaterliefhebber minstens eenmaal zou moeten bezoeken.

Vrijdagavond opende daar het vierde festival met de scènische voorstelling van 'Demetrio e Polibio', de eerste opera van Gioacchino Rossini. De ontstaansgeschiedenis van dit werk werd op verrassende wijze gepresenteerd vanuit een van de loges van het theater door de acteur Fred van der Hilst. Hij beeldde de tenor Mombelli uit die de destijds veertienjarige Rossini van teksten voorzag om op muziek te zetten. Tesamen vormden die uiteindelijk de twee actes van een opera seria die sedert 1817 niet meer scènisch werd opgevoerd.

Het aardige van het Dordtse festival is gelegen in het feit dat het er niet voor terugdeinst om zo'n volstrekt onbekend werkje ten tonele te voeren. Ook nog een opera die eigenlijk maar twee hoogtepunten telt, het duet 'Questo cor ti giura amore' in de eerste acte tussen de beide gelieven en het kwartet 'Donami ormai Siveno' waarin de beide vaders zich bij het liefdespaar voegen.

Het verhaal, een mengsel van bekende thema's als vijandige koningen, hun kinderen die verliefd worden op elkaar, ontvoeringen, misverstanden en een gunstige ontknoping, is vervat in een afwisseling van niet altijd even interessante recitatieven en aria's.

Pietro Spagnoli als Polibio, Maria Costanze Nocentini als zijn zoon Siveno (er is dus sprake van een rol oorspronkelijk door een castraat bezet) en Sonia Ganassi als de dochter van Demetrio, zorgden voor vocale kunststukjes die af en toe kreten van genot ontlokten aan de toeschouwers.

Uit hun wijze van zingen bleek dat een dik vibrato en een stadionvullend geluid niet gelijk staat aan belcanto. Juist een kernachtige klank en een vederlichte techniek zoals deze zangers lieten horen, kan ademstokkend vuurwerk opleveren. Waarmee het festival de mening van de Raad voor Cultuur pareerde dat het belcanto zoals in Dordrecht gepresenteerd een overbodige zaak is die dus niet voor subsidiëring in aanmerking komt.

Aldo Bertolo in de dubbelrol van Demetrio en Eumene stak echter zeer ongunstig af bij de anderen. Vooral in de snelle gedeeltes had zijn geforceerd stemgebruik en een overdosis vibrato weinig meer met belcanto van doen.

Het speciaal voor de gelegenheid geformeerde koor en orkest konden het niet altijd even goed met elkaar vinden door een verschillende opvatting over het tempo, wellicht ten gevolge van een overdaad aan bewegingen waarmee dirigent Giuliani Carella zijn artistieke bedoelingen overdroeg.

In de regie had Francesco Esposito, naar Dordtse gewoonte niet regisseur maar toneelcoach genoemd, gekozen voor een zo authentiek mogelijke aanpak met een theater van poses, van verstilde beelden. Op zich leverde dat, tezamen met de fraaie belichting en de kleurige kostuums, prachtige plaatjes op, terwijl de verve waarmee de protagonisten optraden, verhinderde dat het geheel al te statisch werd. Des te spijter waren de minutendurende scène-wisselingen met gesloten gordijnen, liefst tien in getal, die alle vaart uit het stuk haalden. Dan voelt ruim drie uur theater met een gerekte pauze als zéér lang aan.

Het festival duurt nog tot en met 15 september. Een opvallend evenement zal zeker het optreden zijn van de Italiaanse mannen-sopraan Angelo Manzotti. Deze zich sopranista noemende zanger heeft op natuurlijke wijze zijn stem in die hoge ligging ontwikkeld. Hij brengt dinsdag aria's ten gehore uit opera's van Hündel, in de Augustijnenkerk om 20.15 uur. Daar klinkt donderdag nog een programma met werken van Pergolesi met de sopraan Barbara Lavarian en mezzo Sonia Prina, begeleid door het Belcanto Kamerorkest onder leiding van Giuliano Carella. In het slotconcert 15 september in Kunstmin geven tien leerlingen van de masterclass belcanto, gedurende drie weken gehouden door docenten uit de school van Rodolfo Celletti, een wervelende demonstratie van de ware belcanto-techniek.

mailIcon print |